Rebellen Congo veroveren Boma

KINSHASA, 11 AUG. Rebellerende Tutsi-soldaten hebben vandaag het stadje Boma in het uiterste westen van Congo ingenomen. Dat melden bronnen in de olie-industrie van Pointe Noire, in het naburige Congo-Brazzaville. De regering in Kinshasa heeft het bericht inmiddels tegengesproken.

Veertig gewezen generaals van wijlen president Mobutu Sese Seko van Zaïre (nu Congo) hebben vanmorgen voor de Congolese staatsradio verklaard zich te willen aansluiten bij de strijdkrachten van president Kabila. Die kampt sinds begin vorige week met een revolte van Tutsi-soldaten, gesteund door eenheden van het Rwandese leger. Volgens onbevestigde berichten zouden ook troepen van Oeganda zich op Congolees grondgebied bevinden.

Voor de Stem des Volks, het officiële radiostation van Kabila's Congo, las generaal b.d. Amela Lukili Bahati, gewezen commandant van het Zaïrese leger in de Oostprovincie, namens 39 andere ex-generaals een verklaring voor waarin zij aanbieden “ons land te dienen dat slachtoffer is van buitenlandse agressie”. De verklaring was gericht aan president Kabila.

De generaals die de verklaring hebben ondertekend, hebben na de verdrijving van Mobutu, in mei vorig jaar, het land niet verlaten.

Na een week van militaire tegenslagen, zowel in Oost-Congo, waar de muiterij begon, als in het uiterste zuidwesten, aan de monding van de rivier de Congo, zouden Kabilagetrouwe troepen hun eerste successen hebben geboekt. Volgens regeringswoordvoerders in de hoofdstad Kinshasa hebben zij het strategische vliegveld van Kisangani, hoofdstad van de Oostprovincie, heroverd op Tutsi-rebellen en Rwandezen. De stad zelf zou nog steeds in handen zijn van regeringstroepen. Internationale hulporganisaties in Kisangani melden dat de afgelopen dagen drie vrachtvliegtuigen vol regeringssoldaten zijn geland. Deze eenheden zouden nu met vrachtwagens op weg zijn naar de noordoostelijke stad Bunia, dichtbij de grens met Oeganda. Het grensplaatsje Beni zou volgens dezelfde bronnen zijn ingenomen door 'rebellen'. Niet duidelijk is of de opstandelingen hulp krijgen van Oegandese troepen, zoals de regering-Kabila zondag beweerde.

Kabila's minister van Informatie, Didier Mumengi, zei vanmorgen dat loyale troepen oprukken in de richting van de oostelijke steden Bukavu en Uvira en dat Rwandese troepen in het gebied “zich terugtrekken”. Volgens de staatsradio zijn de steden Boma en Matadi, aan de benedenloop van de Congo, nog steeds in handen van het regeringsleger. Zowel officiële als onafhankelijke bronnen melden dat in het zuidwesten opstandige troepen de garnizoensstad Kitona, de oliehaven Muanda en de marinebasis Banana beheersen. Deze troepen zouden met vrachtvliegtuigen zijn aangevoerd vanuit het oostelijke rebellenhoofdkwartier Goma. De strijdkrachten van Kabila beschikken over vliegtuigen noch luchtafweergeschut en de opstandelingen kunnen zich dus ongehinderd verplaatsen door het Congolese luchtruim. (AFP, AP,)