Pukkelige billen

Er waren gisteren 176 kanaalwisselingen op een sompige zomeravond voor nodig, maar nu weet ik het zeker: de beeldbuis is de spiegel der natie. Weliswaar reflecteert zij veeleer onze ziel dan het diepst van onze gedachten, maar dit doet zij dan ook eerlijk en oprecht. Televisie heeft het menselijk tekort bevrijd uit de sfeer van ambachtelijk geknutsel en er een bloeiende bedrijfstak van gemaakt. In de beeldbuis kijken wij onszelf in de ogen en beseffen dat, hoewel zij wreed en weinig opwekkend is, wij van de werkelijkheid houden en er niet buiten kunnen.

Deze gedachten begonnen op te borrelen ergens tussen de herhaling van een aflevering van De stoel, waarin NCRV's Rik Felderhof iemand aan het woord liet die meende koning der elfen te zijn, een EO-reportage omtrent de Taptoe Breda 1997, en een herhaling van The Dukes of Hazards op Veronica. Dit is zo'n 'actie/comedie-serie' voor jongeren die een kwart eeuw geleden reeds onverteerbaar was, en nu tot gevoelens van peilloze droefheid leidt vanwege de gedachte dat dit dus alles is wat uit mijn jeugdjaren de moeite waard blijkt om voor te schotelen aan de nieuwe generaties.

Later op de avond kreeg mijn nakend inzicht echter vastere grond onder de voeten dankzij Hiroshima, een Amerikaans docudrama uit 1995 dat werd uitgezonden door de Evangelische Omroep. Het ging hier om een postmodernistisch experiment, waarin door een collage van documentaire-beelden, interviews met betrokkenen en nagespeelde fragmenten met een uitmuntende art-direction een beeld werd gegeven van het proces dat leidde tot de inzet van de atoombommen tegen Japan aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Men vraagt zich nog even af of dit knip-en-plakwerk geschiedkundig verantwoord is, maar ik moet toegeven dat het leerzaam, ontroerend en overtuigend bleek. De nieuwe film van Spielberg met de gruwelijke enscenering van de landing op Normandië kan nauwelijks indringender zijn dan het korte relaas in dit programma van de Amerikaanse soldaat die op Okinawa vocht en vertelt hoe zijn buik werd opengeschoten, waarna zijn ingewanden door collega's in een plastic zak werden verzameld en op zijn borst werden gelegd.

Hierna was het al snel tijd voor Sex na de Buch, de zomeruitvoering van het enigszins ophefmakende programma Sex voor de Buch van Veronica. Dit is een product waarin vaderlanders de gelegenheid krijgen hun meest intieme seksuele fantasieën te verwerkelijken. Sommigen menen dat het gaat om de droesem van de Hilversumse droomfabriek, een programma dat vanwege de verpletterende debiliteit, de adembenemde platheid en de langdurige lustberovende werking van de beeldbuis zou moeten worden geweerd.

Ik heb daarover geen mening, maar wel meen ik dat het nuttig zou zijn Sex voor de Buch te bewaren voor toekomstige historici. Dit programma brengt namelijk een wezenlijk aspect van onze cultuur in beeld. Ik doel hier op het verschijnsel van de bohemisering van de massa en de massalisering van de bohème.

Sinds de jaren zestig zijn seks, drugs en rock'n'roll op een verbluffende wijze gemeengoed geworden - wat zeg ik, taboedoorbreking behoort tot de onmisbare ingrediënten van een modale levenstijl. Wij zijn allen bohémien geworden, en willen dit heugelijke nieuws allemaal tegelijkertijd aan elkaar laten weten. Dit is de reden van het feit dat tegenwoordig geen hond meer leest, maar wel een miljoen Nederlanders zelf schrijver willen worden, en dit is ook de reden dat wij van Lutjebroek tot Roodeschool allemaal Phil Bloom willen zijn, om door blootheid onsterfelijk te worden. Sex voor de Buch brengt deze moderne zucht om de hoofrol te spelen in het zelfgeregisseerde docudrama dat leven heet, onverbloemd in beeld. Latere geschiedvorsers zullen, starend naar de pukkelige billen van onze tijdgenoten, tot geen andere conclusie kunnen komen dan dat de beeldbuis inderdaad de spiegel van onze natie was.