Militairen: Defensie raakt in diskrediet

DEN HAAG, 11 AUG. Militaire belangenverenigingen maken zich er zorgen over dat de integriteit van Defensie en van hun organisaties in diskrediet raakt. Dat zou het gevolg zijn van de aanhoudende onduidelijkheid over wat er na de val van de moslimenclave Srebrenica is gebeurd met filmrolletjes van militairen en getuigenverklaringen over mogelijke betrokkenheid van Nederlandse blauwhelmen bij oorlogsmisdaden. Zij klagen dat het ministerie te vaak niet justitie inschakelt, maar zelf onderzoek naar misstanden of vergrijpen doet, en daarbij geregeld fouten maakt.

Als voorbeeld daarvan noemde de voorzitter van de Marechausseevereniging, T. Heerts, gisteravond in het tv-programma Nova dat rechercheurs van de Marechaussee de top van Defensie in augustus 1995 “letterlijk” en “met klem” hadden geadviseerd een strafrechtelijk onderzoek te laten instellen naar mogelijke oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen in Srebrenica. Volgens Heerts heeft Defensie toen niets met dat advies gedaan.

Een woordvoerder van Defensie zei vanmorgen dat de toenmalige minister van Defensie, Voorhoeve, zo'n advies destijds niet heeft ontvangen. Volgens hem heeft Voorhoeve zelf in 1997 een nader strafrechtelijk onderzoek gevraagd naar het optreden van Dutchbatters in Srebrenica.

Pagina 3: Opheldering over 'foutjes' gevraagd

Dit verzoek deed Voorhoeve toen hem was gebleken dat de luitenant die in juli 1995 in Sreberenica foto's had gemaakt, die bij het ontwikkelen in een marinelaboratorium waren mislukt, van mening was dat Nederlandse militairen mogelijk betrokken waren bij oorlogsmisdaden tegen Bosnische moslims in de enclave Srebrenica. Dat kwam Voorhoeve ter ore in 1997, na een gesprek van de officier in Den Haag met de bevelhebber van de landstrijdkrachten, generaal Schouten, en de directeur voorlichting van Defensie.

Heerts zei gisteravond in Nova dat leden van zijn vereniging gewetensnood hebben door de aanhoudende onduidelijkheid rondom hun onderzoek naar de mislukte ontwikkeling van de twee filmrolletjes van die luitenant. Nu een meerderheid van de Tweede Kamer een parlementair onderzoek wenst zouden die leden daarin graag opheldering geven over “foutjes” die aangaande data en technische gegevens in het proces-verbaal zijn gemaakt. Daardoor kon de indruk ontstaan dat Defensie al van het mislukken van de foto's wist voor dat, 26 juli 1995, gebeurd was. De bereidheid daarover opheldering te geven is van belang omdat bij een parlementair onderzoek, anders dan bij een parlemen taire enquête, getuigen niet onder ede staan en geen verschijningsplicht hebben.

Heerts: “Defensie heeft teveel incidenten tegen zich (..), wil teveel eigen onderzoek doen. (..) Generaals moeten beseffen dat ze over leden van de marechaussee niets te zeggen hebben. Dat is alleen het openbaar ministerie.”