'King Arthur' zit niet zomaar weer in het zadel

Het openbaar ministerie wil dat B. Korthals, de nieuwe minister van Justitie, A. Docters van Leeuwen weer aanstelt als hoogste baas van het openbaar ministerie. De vakbond van magistraten moet gaan bemiddelen. Hoe groot is de kans dat 'King Arthur' terugkeert?

DEN HAAG, 11 AUG. “Docters van Leeuwen is een scherpzinnig man. Hij zit vol ideeën en praat aan één stuk door over de zaken die hem bezighouden. Hij is ook een echte doener”, zei Benk Korthals, in april, een maand voor de verkiezingen tegenover het weekblad Vrij Nederland. Korthals was toen nog Tweede-Kamerlid (VVD).

Het zijn teksten die men elkaar bij het openbaar ministerie dezer dagen nog eens graag hardop voorleest. Topfunctionarissen bij het openbaar ministerie vinden dat ze niet zonder Docters van Leeuwen kunnen die vanaf 1995 op een volgens hen onnavolgbaar dynamische wijze leiding heeft gegeven aan de reorganisatie van de staande magistratuur. De vakbond van rechters en officieren (NVvR) moet nu bij Korthals - inmiddels minister van Justitie - gaan bemiddelen om de door Sorgdrager in februari ontslagen Docters weer terug in het zadel te helpen.

Het vraaggesprek in Vrij Nederland was opmerkelijk, omdat het de eerste keer was dat Korthals zich inhoudelijk uitliet over het geschil tussen de bijklussende procureur-generaal D. Steenhuis en minister Sorgdrager. Het was deze ruzie die Docters begin dit jaar noodlottig werd, omdat de minister vond dat ze te weinig steun kreeg van de voorzitter van het college van procureurs-generaal.

In het Kamerdebat over deze kwestie op 19 februari hield VVD-justitiewoordvoerder Korthals zich opmerkelijk op de vlakte. Het meningsverschil tussen de PG's en Sorgdrager was “geen muiterij” geweest maar wel “een bizarre vertoning”. De beantwoording van de schuldvraag was niet aan de Kamer aangezien het om een juridisch conflict ging. “Je kunt je afvragen of de minister niet te kleinzerig is geweest, maar dat is nu een zaak die de rechter uitmaakt.(..) Voor de VVD-fractie is het van het allergrootste belang dat de reorganisatie voortgang vindt”, aldus het Kamerlid Korthals.

Ook dat zijn hoopgevende woorden voor het OM. De reorganisatie ligt nu namelijk stil. De huidige voorzitter van het college van PG's, R. Ficq, heeft laten weten het OM te gaan verlaten. De Arnhemse PG D. Steenhuis - die als straf het ressort Leeuwarden moest verlaten - heeft de afgelopen maanden in kleine kring laten weten weg te willen, hoewel hij nu graag genoteerd wil zien dat hij weer zin heeft in zijn baan. “Ik heb een kras, maar een beetje iemand herpakt zich zoals dat in wielertermen heet”, zegt Steenhuis. Hoe dan ook het OM ontbeert naar eigen zeggen een broodnodige stimulerende manager.

Het ontslag van Docters is onrechtmatig, vindt het OM. De Centrale Raad van Beroep die zich op zijn vroegst over twee maanden over de kwestie-Docters zal buigen, moet dat kunnen vaststellen, verwacht het openbaar ministerie. De rechters zullen in tegenstelling tot de Kamerleden namelijk wel een uitputtend onderzoek verrichten naar de precieze feitelijke toedracht van het geschil. En als de rechter een voor Docters welgevallige uitspraak doet, is het voor minister Korthals mogelijk zonder gezichtsverlies het ontslag ongedaan te maken, luidt het optimistische scenario van het OM.

Toch zijn er een flink aantal omstandigheden die het twijfelachtig maken dat Korthals Docters weer terug zal halen naar zijn vroegere post. In het voorjaar ontstond er uitgerekend binnen de VVD een lobby die vond dat Sorgdrager in plaats van Docters het veld moest ruimen. De voormalig minister van Justitie Korthals Altes (VVD) was bijvoorbeeld nadrukkelijk die mening toegedaan. Maar het Kamerlid Korthals bemoeide zich niet met de kwestie.

Korthals vond het naar verluidt vooral prima dat Sorgdrager bleef “bungelen”. Te veel steun voor Docters had het wegsturen van Sorgdrager betekend en een dergelijke actie zou de VVD in zijn ogen veel schade hebben berokkend. Bovendien had het D66 in de gelegenheid gesteld misschien alsnog een krachtdadige opvolger voor Sorgdrager naar voren te schuiven.

Tegen een terugkeer van Docters pleit ook dat de houding van Sorgdrager in deze kwestie voor een groot deel was ingegeven door adviezen van haar topambtenaren - zoals Borghouts, Demmink, Roes en haar woordvoerster Stordiau - bij wie de ambitieuze Docters van Leeuwen bijzonder weinig populariteit genoot. Het opnieuw aanstellen van Docters betekent dat Korthals bij het OM in aanzien zal stijgen maar het zou tegelijkertijd leiden tot ruzies op het eigen departement.

Minister Korthals zou het conflict kunnen omzeilen door Docters te paaien voor een eervole andere baan en tegelijkertijd een voor het OM aanvaardbare super-PG uit eigen magistratelijke kring te werven. Maar de actie voor Docters (oud-hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst) illustreert eens te meer dat het aantal geschikte managers binnen het openbaar ministerie niet erg dik gezaaid is.

Ook binnen het OM wordt er daarom rekening mee gehouden dat minister Korthals 'van buiten' een manager zal werven die het OM definitief moet omvormen tot een centraal geleide organisatie. De kandidaten die worden genoemd zijn drie leden die allen behoorden tot de zogeheten commissie-Donner. Het gaat om de leden van de Raad van State J.P.H. Donner en R.J. Hoekstra en bestuurskundige U. Rosenthal. Zij brachten in 1994 een rapport uit dat de aanzet vormde voor de inmiddels in gang gezette reorganisatie van het OM. Belangrijkste voorstel van de commissie betrof de installatie van een krachtige centrale Raad van Bestuur voor het parket.