'Het Soeharto-bewind was een junta' De chef-staf gaf vorige week zelf het startschot en de Indonesiërs beantwoorden het vuur met gretigheid. De reformasi bereikt het leger.

JAKARTA, 11 AUG. Bijna drie maanden na het aftreden van de oud-president ligt nu de machtigste instelling van de Soeharto-jaren zwaar onder vuur. De strijdkrachten van de republiek Indonesië (ABRI) krijgen de rekening gepresenteerd van dertig jaar systematisch en gewelddadig optreden tegen de eigen burgers.

Tot voor kort richtte de kritiek van de reformasi-beweging zich voornamelijk op machtsmisbruik, corruptie en nepotisme van de bestuurlijke en zakelijke elite onder de Nieuwe Orde. Maar nu durven critici de strijdkrachten in ronde bewoordingen ter verantwoording te roepen voor de rol die zij de afgelopen dertig jaar hebben gespeeld. Zo typeerde politicoloog Harmawan Sulistoyo gisteren, in een opmerkelijk vraaggesprek op de voorpagina van The Jakarta Post, hoge legerofficieren als “lafaards die hun eigen hachje willen redden”. Ook zei Sulistoyo dat “het Indonesische volk militair personeel overwegend beschouwt als misdadigers of gewapende boeven”. En zelfs het hoofdartikel van de doorgaans gezagsgetrouwe krant The Indonesian Observer schreef vanochtend over “het leger dat betrokken is geweest bij moorden en gewelddaden bij zijn streven de junta, voorgezeten door voormalig president Soeharto, te consolideren en te versterken”.

De nieuwe dapperheid kan worden verklaard uit het feit dat chef-staf generaal Wiranto zelf het signaal heeft gegeven dat de rol die ABRI in het verleden in het Indonesische staatsbestel speelde - en nog altijd speelt - ter discussie mag staan. Wiranto, die tevens minister van Defensie is, heeft afgelopen vrijdag tijdens een bezoek aan Atjeh, in Noord-Sumatra, namens het leger zijn verontschuldigingen aangeboden voor de wreedheden die het leger daar heeft gepleegd sinds 1989. Ook maakte hij vorige week bekend dat zijn aartsrivaal, Soeharto's schoonzoon luitenant-generaal Prabowo Subianto, zich voor een speciale militaire ereraad moet verantwoorden als ex-commandant van de speciale troepen (Kopassus), die naar verluidt betrokken waren bij het ontvoeren, martelen en laten verdwijnen van antiregeringsactivisten, eerder dit jaar.

De laatste keer dat een officier zich voor zo'n ereraad moest verantwoorden was in 1992, in verband met het doodschieten, in november 1991, van tientallen ongewapende demonstranten op de Santa Cruz begraafplaats in de Oost-Timorese hoofdstad Dili. Wiranto zelf heeft ontkend dat de zaak tegen Prabowo politiek geïnspireerd is. Maar hij heeft op zijn minst de schijn tegen: Prabowo werd in maart nog bevorderd tot commandant van de parate troepen (Kostrad), maar daags na het aftreden van Soeharto door Wiranto van dat strategische commando ontheven en weggepromoveerd naar het commando over de militaire kaderschool in Bandung. Hangende het onderzoek is hij nu ook in die functie geschorst.

Pagina 4: Indonesië: generaals onder spervuur

Met Prabowo, die gisteren werd gehoord door de ereraad, staan ook de huidige Kopassus-commandant Muchdi en de chef van de speciale inlichtingendienst van deze elite-eenheid, kolonel Chairawan, onder verdenking van betrokkenheid bij de ontvoeringen. Bovendien zijn negen andere subalterne officieren van het elitekorps in verband met deze zaak in staat van beschuldiging gesteld door de krijgsraad.

Generaal Wiranto lijkt met deze zaken twee vliegen in een klap te willen slaan: de uitschakeling van Prabowo als politieke rivaal en het oppoetsen van het bevlekte blazoen van ABRI door een symbolische zuiveringsactie in het officierenkorps.

De officiële leer van de strijdkrachten gaat uit van het idyllische denkbeeld dat ABRI, ontstaan uit de strijd tegen de Nederlanders, een echt 'volksleger' is. Op basis daarvan claimen de strijdkrachten een belangrijke rol in het politieke bestuur van het land. Deze zogeheten 'dwifungsi' staat in de huidige reformasi-era echter ter discussie, overigens ook binnen het leger zelf. De chef politieke en sociale aangelegenheden van het leger, Wiranto's verlichte medestander generaal Bambang Susilo Yudhoyono, verklaarde onlangs nog dat de legerleiding graag zou zien dat de rol van het leger wordt herzien.

Dat is echter een riskante onderneming, aangezien de bestuurlijke (lees: profijtelijke) posities van vele militaire bestuurderen in Indonesië daarmee dreigen te worden aangetast. Ook het aanpakken van hoge officieren in het kader van de zuivering kan aanleiding geven tot verdeeldheid in hogere legerregionen aangezien dit indruist tegen de heersende esprit de corps.

Vandaar de omzichtigheid waarmee Wiranto te werk gaat: de zaken tegen Prabowo en de zijnen zijn immers niet rechtstreeks bij de krijgsraad aanhangig gemaakt. Wiranto balanceert kennelijk tussen tegemoetkomen aan de toenemende verontwaardiging in de samenleving over door het leger begane wreedheden en voorkomen dat hij al te veel vijanden maakt in eigen huis.

Het verloop van de zaak voor de militaire ereraad is echter om nog een andere reden interessant. Het gaat dan om de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk kan worden gesteld voor het bevel tot het ontvoeren en martelen van activisten. Na het verhoor van Prabowo, gisteren, verklaarde de voorzitter van de ereraad, infanterie-commandant generaal Subagyo, dat de toenmalige chef-staf generaal Feisal Tanjung (tegenwoordig coördinerend minister voor Veiligheidszaken) noch zijn eigen voorganger als legerleider, generaal Hartono, Prabowo dit bevel gegeven hebben.

In dat geval blijven er twee mogelijkheden over, zo speculeerde vanochtend het dagblad Kompas: óf Prabowo heeft op eigen houtje gehandeld óf het bevel om studenten te ontvoeren was afkomstig van de toenmalige opperbevelhebber van het leger: oud-president Soeharto.