Een Kwekkeboom rolt niet

Onlangs kwam een einde aan de maandenlange strijd tussen Volkswagen en BMW om de Britse autofabrikant Rolls-Royce. De uitkomst was enigszins bizar. Volkswagen krijgt de fabrieken en mag tot 2002 de merknaam Rolls-Royce kosteloos gebruiken. Daarna gaan de rechten op de naam en het logo naar BMW.

Maar wie zich nu ook de bezitter van de merknaam Rolls-Royce mag noemen, één ding is zeker: voor de nieuwe eigenaar begint het vechten nu pas echt. Wil het merk zijn kracht behouden dan zal de houder ervan de rechten zeer consequent en alert moeten verdedigen. Elke aanhaker, plagiator en inbreukmaker zal op de vingers getikt moeten worden, zoals Rolls-Royce dat zelf ook altijd heeft gedaan.

Zo ontdekte de autofabrikant in 1988 dat een Belgische brouwer de naam Rolls gebruikte voor zijn bier. En daar bleef het niet bij. Ook het etiket op het flesje was voorzien van een afbeelding van de alom bekende Rolls-Royce-grille, de neus van de auto. Rolls-Royce pikte het niet en stapte naar de rechter. En met succes. De rechtbank in Brussel meende dat het bier voor verwatering van het Rolls-Royce-merk zou zorgen. De brouwer moest zijn merk aanpassen.

Niet lang daarna was het weer raak. In Brussel werd onder de naam Rolls-Royce een huwelijksbemiddelingsbureau opgericht. Het bureau was echter geen lang leven beschoren. Rolls-Royce vroeg bij de rechter een verbod en kreeg het. Afblijven van Rolls-Royce, zo bepaalde de rechter.

Maar niet alleen wordt Rolls-Royce regelmatig gekopieerd, ook leent het bekende merk zich natuurlijk voor een aardig grapje. Zo introduceerde de krant De Morgen, wederom een Belgisch initiatief, in 1992 een muziekrubriek voor jongeren onder de merknaam Rolls Noice. Mag niet, oordeelde de rechter in een door de autofabrikant aangespannen procedure. Het schaadt het merk Rolls-Royce, onder andere omdat de fabrikant zich er juist op beroept dat de auto zo stil is.

De genoemde voorbeelden zouden ten onrechte de indruk kunnen wekken dat het alleen onze zuiderburen zijn die het merk Rolls-Royce misbruiken. Dat Nederlanders er ook wat van kunnen liet onze landgenoot Caspar Teppema, de beheerder van de 'Herensociëteit Roll's Men's Club', een paar jaar geleden zien. Bij de opening in 1992 van deze exclusieve club in het Limburgse Cadier en Keer liet Teppema in de tuin een mansgroot beeld van de 'Flying Lady', het beeldje op de neus van de Rolls-Royce, onthullen. Bovendien stond op de gevel van het pand in grote letters het beeldmerk met de dubbele R en bij het binnentreden stuitten bezoekers in de hal zelfs op een gehalveerde oude Rolls-Royce. Rolls-Royce kon het allemaal niet waarderen en sleepte Teppema voor het gerecht. Net als zijn Belgische collega's deinsde ook de Nederlandse rechter er niet voor terug de inbreukmaker te veroordelen.

Overigens blijkt de 'Flying Lady' de ondernemers wel vaker te inspireren. Zo liet Mazda enige tijd geleden bij de introductie van zijn nieuwste type een paginagrote advertentie in verschillende kranten plaatsen waarin de 'Flying Lady', liggend naast haar sokkel, zwaaide met een witte vlag, ten teken van overgave. Het kwam Mazda op een waarschuwing te staan.

Ook de veel in reclame gebruikte aanprijzing 'De Rolls-Royce onder de...' werd gevolgd door juridische stappen van de Britse fabrikant. In het reclamevakblad Adformatie vertelde de Nederlandse advocaat van Rolls-Royce, mr. P. Steinhauser, dat hij elke keer als hij deze uitdrukking tegenkomt in de pen klimt. “Het is eenvoudigweg profiteren van de reputatie van een bekend merk, meestal door mensen die zelf niet zoveel voorstellen”, aldus Steinhauser. Zelfs krokettenfabrikant Kwekkeboom kon enige jaren geleden rekenen op een reprimande van Steinhauser, toen het bedrijf op een billboard de Rolls-Royce uitriep tot 'de Kwekkeboom onder de automobielen'. Volkswagen en BMW weten wat hun te wachten staat.