Bastiaan Bommeljé; Bastiaan Bommeljé is werkzaam bij Uitgeverij en Boekhandel Erven J. Bijleveld te Utrecht (zelfstandig sedert 1865). Een breed boekenaanbod is essentieel voor het culturele klimaat; Vaste boekenprijs is nodig tegen patat-economie

De vaste boekenprijs garandeert dat op een zo groot mogelijk aantal verspreidingspunten boeken worden verkocht, meent Bastiaan Bommeljé. Zonder de vaste boekenprijs heeft de kleine boekhandel geen overlevingskans naast de supermarkt die boeken met een aanzienlijke korting mag aanbieden.

Zouden economen ooit een boek lezen? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat zij van boeken volstrekt geen verstand hebben. Tweemaal las ik de afgelopen maanden een pleidooi van een econoom tegen de in Nederland geldende vaste verkoopprijs van boeken, en tweemaal blonk het betoog uit door gebrek aan kennis, meer dan modale incoherentie en - excusez le mot - volstrekte onzin. De eerste keer was een column van de huidige staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg in het Algemeen Dagblad, de tweede keer was de bijdrage van dr. M.A. de Ruyter van Steveninck, redacteur van Economisch Statistische Berichten, aan NRC Handelsblad van afgelopen vrijdag.

Waarom is er een vaste boekenprijs? Is dat om uitgevers en boekhandelaren 'rijk' te maken dankzij de 'hogere prijzen' die zij volgens De Ruyter van Steveninck kunnen bedingen? Is het omdat uitgevers zonodig boeken willen uitgeven die het grote publiek niet wil lezen? Is het omdat uitgevers en boekhandelaren 'arrogant zijn' en hun boekenkeuze 'superieur' achten aan die van de consument, zoals De Ruyter van Steveninck schrijft? En zorgt het loslaten van de vaste boekenprijs ervoor dat er 'lagere prijzen' komen en dat 'meer mensen gaan lezen', zoals hij ons voorhoudt?

Niets van dat al. Erger nog: De Ruyter van Steveninck slaat de plank even resoluut als volledig mis. De werkelijkheid is dat in Nederland de vaste boekenprijs niet zozeer functioneert om uitgevers te beschermen, als wel om de beschikbaarheid van boeken te waarborgen op een zo groot mogelijk aantal verspreidingspunten. Dit betekent in concreto dat de vaste boekenprijs de assortimentsboekhandel in Nergenshuizen een (kleine) kans geeft te overleven naast de supermarkt die Montignac-boeken bij de kassa heeft staan, en die tegen dezelfde prijs moet verkopen. Dat het gaat om een conspiratie van uitgevers om via 'kruissubsidiëring' boeken te kunnen maken 'waar weinig vraag naar is', zoals De Ruyter van Steveninck verontwaardigd betoogt, is een mythe. Bovendien berust zijn verontwaardiging op een economische flater die een redacteur van Economisch Statistische Berichten zich niet mag veroorloven. Immers werkt iedere onderneming met interne kruisbestuiving: of zou de software-fabrikant Microsoft de ontwikkeling van een minder populaire toepassing soms niet bekostigen uit de winst die wordt gemaakt met Windows 95?

In Nederland bestaan thans 1.542 erkende boekhandels. Het merendeel daarvan is een kiosk/papeterie, die tevens boeken verkoopt. Het aantal serieuze assortimentsboekhandels is ongeveer 150, en dat aantal daalt nog steeds snel. In Nederland worden per jaar iets meer dan 40 miljoen boeken verkocht, die voor een omzet zorgen van ongeveer één miljard gulden. De helft daarvan bestaat overigens uit school-, educatieve-, of wetenschappelijke boeken. Dit betekent dat een Nederlander gemiddeld ongeveer 1,5 'algemeen' boek per jaar koopt, wat vergeleken met een land als Duitsland tamelijk weinig is. Van de totale boekenverkoop vindt ongeveer 65 procent plaats via de erkende boekhandel.

Jaarlijks publiceren 504 erkende uitgeverijen in Nederland 7.000 nieuwe titels. De gemiddelde prijs is ƒ 25,20, hetgeen - in tegenstelling tot wat De Ruyter van Steveninck suggereert - een stuk lager is dan een aantal jaren geleden, en ook lager dan de gemiddelde prijs van nieuwe boeken in landen zonder vaste boekenprijs.

Van alle boekhandels in Nederland heeft een aanzienlijk deel overigens moeite om de kritische omzetgrens van één miljoen gulden te bereiken. Een schrikbarend aantal boekhandels maakt structureel verlies. Juist voor deze kleine zaken zou het loslaten van de vaste boekenprijs de nekslag betekenen. Wat dan dreigt, is een situatie zoals in de Verenigde Staten, waar in gebieden zo groot als half Europa geen boek te koop is en een blad als de The New York Review of Books in de meeste staten op minder plaatsen verkrijgbaar is dan in Nederland. Precies anders dan De Ruyter van Steveninck beweert, is de vaste boekenprijs dus geen subsidie van arm naar rijk, maar een instrument tot spreiding van kennis en cultuur.

De werkelijkheid is - anders dan De Ruyter van Steveninck blijkbaar meent - dat in de algemene boekenbranche een marginaal rendement valt te behalen. Niet voor niets hebben alle grote, multinationale uitgevers zoals Reed/Elsevier en zojuist nog Wolters Kluwer hun algemene boekendivisies van de hand gedaan. Indien een uitgever een rendement behaalt van 10 procent doet hij het erg goed (multinationals eisen ten minste het dubbele); en als een modale boekhandel een rendement behaalt van 5 procent zal er groot gejuich klinken.

Maar wat gebeurt er als de vaste boekenprijs wordt losgelaten? De Ruyter van Steveninck meent te weten dat boeken dan goedkoper zullen worden, dat er meer gelezen zal worden, en dat er eindelijk geen boeken meer zullen worden uitgegeven waar geen belangstelling voor is. Welnu, indien hij had opgelet, dan zou hij weten dat in Groot-Brittannië enkele jaren geleden onder de Conservatieve regering precies deze maatregel werd doorgevoerd. Het effect is nu na enige jaren kristalhelder: er heeft een kaalslag plaatsgevonden onder kleine boekhandelaren en zelfstandige uitgevers; de boekenprijs is - afgezien van gestunt en exclusieve acties in bepaalde ketens - over de hele linie niet gezakt maar gestegen; de uitgevers hebben niet minder maar juist meer geproduceerd (vorig jaar verschenen 100.000 nieuwe titels in Engeland), omdat men met meer omzet probeerde de dreiging van dalende marges te compenseren; het resultaat is dat men letterlijk stikt in retouren en ramsjpartijen.

Tot zover de louterende marktwerking die economen zoals De Ruyter van Steveninck en Rick van der Ploeg voor de boekenwereld in petto hebben. Overigens is de vaste boekenprijs geen conspiratief geloofsartikel; het is een beargumenteerde keuze voor de minste van twee kwaden. Het heldere uitgangspunt hierbij is dat de beschikbaarheid van een breed assortiment aan boeken - ook buiten de grachtengordel - van wezenlijk belang is voor het culturele klimaat in een samenleving, en dus voor de geestelijke volksgezondheid. Maar daarvan hebben economen geen verstand. Als het aan hen ligt, dan wint de vrije marktwerking op alle fronten, en viert Nederland de deregulering in een walm van patatgeur en bierlucht.