Bank op de bres voor kunstaankopen

De Nederlandsche Bank maakte vanmorgen bekend 110 miljoen gulden beschikbaar te stellen voor een aankoopfonds van kunstwerken. De Nederlandse museumwereld zegt minimaal het tweevoudige nodig te hebben.

ROTTERDAM, 11 AUG. Dankzij De Nederlandsche Bank is er een nationaal aankoopfonds in aantocht. Zo'n 110 miljoen gulden rijker kan de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit zich straks op de internationale markt begeven om kunstwerken te verwerven die voor het Nederlands cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang zijn.

Ook kunnen er nu kunstwerken uit particulier bezit die naar het buitenland dreigen te verdwijnen, voor Nederland worden behouden.

Omdat de aankoopbudgetten van de Nederlandse musea de afgelopen jaren stabiel zijn gebleven, de prijzen van topkunst sterk zijn gestegen, en er ook wereldwijd meer, veelal gefortuneerde particuliere verzamelaars de kunstmarkt afstruinen, moesten de vaderlandse musea het bij de aankoop van veelal museale sleutelwerken de laatste jaren vaak laten afweten. Ook op het gebied van de internationale, moderne en eigentijdse kunst werden de museale aanwinsten steeds bescheidener.

Daarom was Ronald de Leeuw, directeur van het Rijksmuseum, dit voorjaar, net als zijn collega's, opnieuw een vurig pleitbezorger van zo'n aankoopfonds, “mits het daar natuurlijk niet bij blijft”, zei hij toen tegen deze krant. “Want éérst moeten de musea op niveau worden gebracht. De situatie is zo ernstig dat wij in de afgelopen tien jaar grote concessies hebben moeten doen aan ons beleid. Wij kijken niet eens meer naar kunstwerken met prijzen hoger dan twee à drie miljoen. Wij doen helemaal niet meer mee in de eredivisie.”

Het nieuwe fonds zal alleen voor de 'hele grote gevallen' worden aangewend, zoals J.M. Boll, voorzitter van de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit en van de Vereniging Rembrandt vanmorgen toelichtte. “Ik heb het dan over bijvoorbeeld dat zeer bijzondere schilderij van Frans Hals, de Evangelist Johannes, dat we vorig jaar helaas niet konden kopen.” Hoewel de 115 jaar oude Vereniging Rembrandt betrokken was bij de aankoop van in totaal zo'n 1.100 kunstwerken voor Nederlandse openbare collecties, moest zij recentelijk toezien hoe buitenlandse musea er vandoor gingen met onder meer een belangrijk werk van Adriaen de Vries, volgens Ronald de Leeuw 'de Nederlandse Michelangelo', en met een net zo belangrijk doek van de 17de-eeuwer Johannes Verspronck.

Voor De Nederlandsche Bank heeft de donatie vooral een hoog symbolisch karakter, aldus een financieel toezichthouder vanmorgen. De centrale bank is weliswaar altijd een warm pleitbezorger geweest van de euro, maar toch wordt met de komst van deze Europese munt een deel van het nationale erfgoed opgegeven. “Met de donatie hebben we niet alleen willen aangeven dat dit een historisch moment is, maar willen we tegelijkertijd een stukje van het nationale erfgoed bewaren”, stelt een zegsman van De Nederlandsche Bank. “Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat we de Europese Centrale Bank geen warm hart toedragen. We zochten gewoon een blijvend gebaar.”

De gift van zo'n 110 miljoen gulden gaat niet ten koste van de staatskas. De winst die de centrale bank boekt - vorig jaar was dat bijna 1,8 miljard gulden - gaat ook dit jaar voor het grootste deel naar de staatskas. “Het bedrag dat wij nu aan het Nationale Fonds schenken gaat normaal naar onze reserves die bestemd zijn voor grote calamiteiten. In totaal zit er 3,7 miljard gulden in en dat lijkt ons voldoende”, aldus De Nederlandsche Bank. De totale reserves van De Nederlandsche Bank bedragen circa 28 miljard gulden. Een fors bedrag, in vergelijking met ander deelnemende landen aan de Economische en Monetaire Unie.

Het grootste deel van de jaarlijkse winst van de centrale bank wordt gerealiseerd via haar beleggingen op de buitenlandse valuta. Eind vorig jaar beschikte de bank over ruim 34 miljard gulden aan vreemde valuta, wat gebruikt kan worden wanneer de bank moet interveniëren om een munt te steunen. De vreemde valuta worden grotendeels in obligaties belegd en dat leverde vorig jaar bijna 2 miljard gulden op.

Een analist van de Rabobank noemt de gift van De Nederlandsche Bank een verrassende stap. “Voor zover mij bekend heeft geen centrale bank ooit zo'n stap gemaakt. Maar ze zitten goed in de reserves, dus niemand hoeft zich zorgen te maken. Volgens mij is de stap vooral symbolisch, want meer dan vier Van Goghs kan je er niet mee kopen. En dan moet je nog goed onderhandelen ook.”

Een Van Gogh? Dit jaar nog kon staatssecretaris Nuis van Cultuur zelfs de gevraagde veertien miljoen gulden niet bijeenbrengen voor Landschap bij Aix met de 'Tour de César', (1895) van Paul Cézanne. Een van de drie Cézanne-doeken in Nederland en bovendien een stuk dat op grond van de Wet behoud cultuurbezit (WBC) in Nederland moest blijven. Toen het doek over de grens dreigde te verdwijnen, werd het snel gekocht door een particuliere stichting en in bruikleen gegeven aan Museum Boijmans Van Beuningen.

De donatie aan het Nationale Fonds komt op een tactisch moment. Een maand geleden schonk De Nederlandsche Bank maar liefst 5 miljard gulden aan het rijk waarmee direct de staatsschuld kon worden teruggebracht. Een vrijgevallen reserve als gevolg van de deelname aan de euro. “Na zo'n bedrag durft natuurlijk niemand te gaan zeuren over 110 miljoen gulden”, aldus een ingewijde.

Toch zal in de Nederlandse museumwereld 'het gezeur' nog niet uit de lucht zijn. Zo'n honderd miljoen gulden is niet genoeg. De Mondriaanstichting, die namens de overheid beeldende kunst-fondsen beheert, pleit voor een nationaal fonds van 200 à 300 miljoen gulden. Het nieuwe kabinet wil, zo blijkt uit het regeerakkoord, wel zo'n fonds stichten, maar noemt geen concrete plannen of bedragen.

De Vereniging Rembrandt, die vorig jaar zelf de nu begunstigde Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit oprichtte, vindt dat ze veel flexibiler kan opereren en sneller tot een consensus komt dan een overheidsinstituut als de Mondriaan Stichting. “Maar wij hebben er geen enkel bezwaar tegen als ook daar zo'n fonds wordt ondergebracht”, aldus J.M. Boll, voorzitter van de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit.