Wettelijke grondslag kleine vliegvelden blijkt ondeugdelijk

DEN HAAG, 10 AUG. Het kabinet moet zich opnieuw buigen over de toekomst van de kleine vliegvelden Ameland en Teuge. De Raad van State heeft in een vanmorgen gepubliceerd oordeel bepaald dat de besluitvorming van het kabinet voor de aanpassing en uitbreiding van beide vliegvelden op onderdelen niet deugt.

Verscheidene belangenorganisaties en enkele particulieren hadden bezwaar aangetekend tegen de besluiten hieromtrent van het kabinet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het kabinet zijn besluiten ten onrechte stoelde op een wettelijke regeling die al was verlopen.

Het kabinet worstelt al enige tijd met de problematiek van de kleinere vliegvelden. Op grond van hetzelfde euvel als bij Ameland en Teuge wees de Raad van State begin dit jaar al de uitbreidingsplannen af voor de luchthaven Beek bij Maastricht. Daardoor werd de aanleg van een tweede oost-westbaan op het Limburgse vliegveld voor onbepaalde tijd vertraagd. Vorige week verwierp de Raad van State bovendien de plannen van het kabinet om de kleinere luchtvaart van het reeds overbelaste Schiphol te verplaatsen naar de luchthaven Lelystad.

De Raad van State wijst er echter in zijn oordeel op dat het heel wel mogelijk is dat de betrokken ministeries van Verkeer en Waterstaat en van VROM alsnog een mouw zullen weten te passen aan de wettelijke grondslag voor hun besluiten over Ameland en Teuge. In een brief aan de Tweede Kamer in februari van dit jaar liet het kabinet al weten dat het een nieuw wetsvoorstel voorbereidt om de gebreken aan de wettelijke grondslag te verhelpen. Op korte termijn zou dit wetsvoorstel worden ingediend bij de Kamer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State veroordeelde de ministers van Verkeer en Waterstaat en van VROM tot betaling van de proceskosten.