Traantje laten

Zijn Nederlandse journalisten buitengemeen goed? Het is een zonderlinge vraag, maar hij kwam bij me op toen ik na 315 kanaalwisselingen de balans van een televisie-weekend trachtte op te maken. Gelukkig hebben de journalisten zelf het antwoord al gegeven. De afgelopen maanden heeft de NVJ (de vakbond van journalisten) geprobeerd het Nederlands Uitgeversverbond over te halen tot het gezamenlijk organiseren van een jaarlijks 'Persfestival' om de 'hoge kwaliteit en objectiviteit' van de Nederlandse journalistiek te vieren.

Hoogtepunt van het festival zou de uitreiking van een Grote Persprijs moeten zijn aan de journalist van het jaar. Het Nederlands Uitgeversverbond hield de boot af. In de boekenwereld zijn al genoeg festivals (Nederland kent om de dag een bekroning van een literair meesterwerk).

Dat de zaak afketste is jammer, want journalisten doen graag aan feestjes mee. Dat weet iedereen die de participatie-verslaggeving van de wereldkampioenschappen voetbal, van de presentatie van het nieuwe kabinet, en van de Gay Games heeft gezien (waarom is die grappige begroting niet éénmaal in beeld geweest?). Bovendien zou de uitreiking van de Grote Persprijs mooie televisie hebben opgeleverd: 'En de winnaar van de Leni Riefenstahl-schaal voor vaderlandslievende sportjournalistiek is...'; 'En de Max Blokzijl-bokaal voor objectieve politieke verslaggeving gaat naar...'

Afgelopen weekend was er in ieder geval niet veel reden voor prijsuitreikingen. Temidden van een herhaling van een aflevering van De sterkste man ter wereld op RTL4, een herhaling van een aflevering van Brard op RTL5, een herhaling van een aflevering van Kookgek op stap. Culinair programma van Joop Braakhekke bij de AVRO, een herhaling van een aflevering van Post 4. Documentaire serie over de Haagse Vrijwillige Reddingsbrigade bij de TROS, en meer gekmakende beeldbuisvulling (zoals Memories. Romantisch programma rond liefdesherinneringen van kijkers van de KRO), bleken slechts enkele momenten de moeite waard.

Journalistiek soelaas bood de NOVA-reportage op zaterdagavond over het debacle met de 'filmrolletjes van Srebrenica'. Maar in feite viel het toch onder de noemer 'te weinig en te laat'. Vergeleken met de wijze waarop Channel 4 en de BBC (zoals in hun documentaire Despatches uit mei 1996) de zaak in kaart brachten, en de reportages die kort na de tragedie in bladen als The New Republic en The Independent verschenen, alsmede de reeks gedetailleerde artikelen die Mark Danner de afgelopen maanden in The New York Review of Books over Srebrenica publiceerde, mag de Nederlandse journalistiek in deze kwestie niet verwachten de Grote Persprijs te krijgen.

Dan was er de tweede aflevering van Zomergasten. Ditmaal ontving Hanneke Groenteman de bekende cardioloog en publicist A.J. Dunning. Vorige week werd op deze plaats haar optreden met lof overgoten, maar ditmaal ging het minder soepel. Niet dat Dunning een oninteressante man is, of dat de door hem gekozen fragmenten verkeerd waren (veel Shakespeare films, veel John Gielgud, daarnaast nogal wat opera, weinig actuele televisie). Maar wat op deze avond ontbrak, was wat de Fransen zo aardig benoemen als 'rapport', een daadwerkelijke verstandhouding. Ik geloof niet dat Dunning (of de kijker) echt gestimuleerd werden door de inbreng van Groenteman. “Laat u er wel eens een traantje bij?”, vroeg zij naar aanleiding van Dunnings fascinatie met de koningsdrama's van Shakespeare. “Ik weet de naam van de hoofdpersoon niet meer, hoor”, bekende ze bij een fragment uit Brideshead Revisited (had ze het boek maar gelezen, dan was de ondertitel 'The sacred and profane memories of Captain Charles Ryder' haar vast niet ontgaan).

Dunnings keuze van fragmenten had meer betekenis kunnen krijgen wanneer Groenteman enig inhoudelijke respons had gegeven. Nu leek het teveel op een ongemakkelijke ontmoeting tussen iemand wiens culturele bagage die van een klassieke Bildungsburger is en iemand wiens culturele bagage is opgedaan in het televisie-tijdperk.

And never the twain shall meet.