Stevig bochtenwerk bij felle muziek

Ieder kind zal weleens gevliegerd hebben. Ik ook dus. Mijn eerste vlieger - ik was een jaar of zeven - was zo'n kant en klaar ding met één lijn. Dat-ie kon vliegen fascineerde me. Vooral in vakanties mocht ik graag vliegeren.

Op m'n vijftiende zag ik op de camping iemand met een tweelijnsvlieger. Door twee lijnen wordt de vlieger bestuurbaar. Trek je aan de rechter lijn, dan gaat hij bijvoorbeeld naar rechts. Ik vond het fantastisch, zo één wilde ik er ook. Wat later liep ik toevallig langs de etalage van een vliegerwinkel. Toen viel m'n mond helemaal open van verbazing! Ik kwam naar buiten met een eenvoudige bestuurbare vlieger, eentje die jezelf met speciaal materiaal in elkaar kon zetten. Mijn moeder ging achter de naaimachine. Zoals wel vaker sindsdien. Want later ben ik ook met vierlijnsvliegers gaan vliegeren. Je wilt steeds meer, hè.

Via die winkel ben ik ook gaan wedstrijdvliegeren. Een wedstrijd - zowel individueel als in teams - bestaat uit drie onderdelen: zo moet je drie verplichte figuren maken met je vlieger, bijvoorbeeld een vierkant of een cirkel. Dan heb je freestyle, waarbij je zelf allerlei figuren en trucs mag bedenken. Tot slot is er het onderdeel ballet. Daarbij moet je met je vlieger op muziek naar keuze de emoties die de muziek oproept uitdrukken. Als de muziek fel is, trek je bijvoorbeeld lekker aan de lijnen voor wat stevig bochtenwerk. Een jury geeft per onderdeel punten.

In 1995 werd ik Nederlands kampioen. Maar sindsdien ligt het wedstrijdvliegeren hier op z'n gat. Er zijn genoeg mensen die vliegeren, maar niemand wil de organisatie van een toernooi op zich nemen of in de jury plaatsnemen. Zelf zou ik dat ook niet willen. Daarvoor ben ik, net als zoveel andere vliegeraars, te veel een freak.