Kenner van Rembrandt, bevriend met Bill

De nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Nederland begint volgende maand. C. Schneider weet meer van Rembrandt dan de doorsnee Nederlander en geeft ook feestjes voor de Clintons. Profiel van een kunsthistorica, geen carrièrediplomaat.

Niemand minder dan Rembrandt heeft de kiem gelegd voor een nieuw hoofdstuk in de diplomatieke betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Nederland. De nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, Cynthia P. Schneider, leerde Nederland kennen via het werk van de Hollandse meester.

Als student aan Harvard raakte ze zo door Rembrandt gegrepen, dat ze er in de jaren zeventig op uit trok om met eigen ogen te zien wat er nog over was van de vergezichten, de boerderijen, de molens en de waterkanten die de grote schilder gezien moet hebben. Met fotokopieën van zijn tekeningen en prenten in de hand, reisde ze door het Nederland van de twintigste eeuw, op zoek naar restanten van de zeventiende.

Morgen wordt Schneider (44), na een loopbaan als kunsthistorica en Rembrandt-kenner, en na nog veel meer bezoeken aan Nederland, in Washington ingezworen als hoogste diplomatieke vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering in Den Haag. Begin september zal ze haar geloofsbrieven overhandigen aan koningin Beatrix.

De komst van Schneider, die de afgelopen veertien jaar les gaf aan Georgetown University in Washington, betekent niet dat de regering-Clinton de betrekkingen met Nederland nu uitbesteedt aan een studeerkamergeleerde of een apolitieke estheet. Schneider heeft in de loop der jaren niet alleen een goede kennis opgebouwd van Nederland en het Nederlands (in de hoorzitting in de Senaat over haar benoeming noemde ze Nederland “een land dat ik bijna als een tweede thuis beschouw”). Ze weet bovendien goed de weg in politiek Washington. En haar uitgebreide netwerk van contacten reikt tot in het Witte Huis.

Al vijftien jaar zijn Schneider en haar man Thomas bevriend met Bill en Hillary Clinton. Sinds 1991, toen Clinton zich kandidaat stelde voor de presidentsverkiezingen, horen ze tot zijn actieve supporters. Als fondsenwervers speelden ze een belangrijke rol in zijn verkiezingscampagnes. En als een van de vice-voorzitters van de presidentiële commissie voor kunst en cultuur (de voorzitter is Hillary Clinton), was Cynthia Schneider de afgelopen vier jaar ook in een adviserende functie bij de regering betrokken.

Wie Cynthia Schneider kent is niet verbaasd over de opmerkelijke wending die haar loopbaan nu neemt. “Ze heeft nooit een geheim gemaakt van haar ambitie om zich op een breder terrein in te zetten”, zegt Boudewijn Bakker, conservator van het Gemeentearchief in Amsterdam. Bakker werkte mee aan de catalogus bij de tentoonstelling Rembrandt's Landscapes; Drawings and Prints, die Schneider in 1990 organiseerde voor de National Gallery in Washington.

Ze leerden elkaar kennen toen Schneider naar Nederland kwam, op zoek naar het land van Rembrandt. “In mijn twaalf jaar oude Renault 16 tuften we over de West-Friese Zeedijk, en hier en daar stapten we uit om foto's te nemen van een boederij. Of we gingen het achterland van Noord-Holland in, omdat ik wist dat er ergens nog zo'n oude hooiberg te zien was die zij alleen van papier kende”, vertelt Bakker.

Hij omschrijft Schneider als “een zeer fantieke kunsthistorica, heel gedreven, doelbewust en kordaat”. Lovend spreekt hij over de tentoonstelling die ze organiseerde. “Ze is een type wetenschapper dat bij ons niet zoveel voorkomt. Zo'n dubbele belangstelling - voor het vak én voor een maatschappelijke en politieke positie - is in de VS veel gewoner dan in Nederland.” Haar proefschrift over de landschapschilderijen van Rembrandt noemt Bakker “niet meesterlijk, maar een goede samenvatting van de stand van zaken op dat gebied”. Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering, die net als Bakker met Schneider bevriend is, noemt het “een nuttig boek, gebaseerd op grondig onderzoek”. “Er had nog niemand specifiek iets over landschappen gedaan. Ze is iemand die overzicht heeft over grotere gehelen.”

Dezer dagen treft Schneider de laatste voorbereidingen voor haar nieuwe functie. Tussen de ene bespreking op het Pentagon en de volgende op het ministerie van Buitenlandse Zaken, had ze vrijdag even tijd om voor deze krant wat vragen te beantwoorden over zichzelf en haar nieuwe positie. Als ze op het afgesproken terras in de National Gallery een paar minuten te laat arriveert, lacht ze verontschuldigend dat ze “de uitgang van het Pentagon” niet kon vinden.

Het is Schneider niet ontgaan dat er sinds de Gouden Eeuw veel veranderd is in Nederland. Maar toch gelooft ze dat bepaalde waarden en ideeën uit die tijd, die centraal stonden in de zeventiende-eeuwse kunst, nog steeds een belangrijke plaats innemen in de Nederlandse samenleving. “Het belang dat gehecht werd aan het huiselijke domein bijvoorbeeld, kun je vertaald naar de moderne tijd terugvinden in het respect voor de privacy van het individu. Ook de behoefte aan orde en netheid herken ik. Toen ik in een krantenartikel las hoe de Nederlandse samenleving zich onder leiding van Wim Kok getransformeerd heeft tot een van de sterkste economieën van Europa, trof het me dat als voorbeeld van de nieuwe ondernemersgeest een bedrijf werd genoemd dat een nieuw type bezem heeft ontwikkeld. Dat kan toch alleen in Nederland.”

Schneider ziet veel overeenkomsten tussen de Nederlandse samenleving en de Amerikaanse. Maar ze erkent dat er ook grote verschillen bestaan, bijvoorbeeld in het drugsbeleid. “We hebben uiteindelijk dezelfde doelstellingen, maar de aanpak is anders. Ik zie in het Nederlandse beleid, voor zover ik het heb begrepen, het verlangen om de maatschappij zo min mogelijk te verstoren. Dat strookt met die oude behoefte aan een ordelijke samenleving. En ook de traditioneel grotere tolerantie in Nederland zie je op dit terrein weer terug.”

Het valt Schneider zwaar, zegt ze, om aan te zien hoe de door haar bewonderde president Clinton met grote problemen kampt. “Sinds hij aan de macht is, hebben de Clintons te maken met een bijzonder hard politiek klimaat. De tijd zal leren of dat aan deze periode lag, of aan hen. Ik heb zelf een heel positief gevoel over zijn presidentschap. Hij heeft zoveel bereikt, zoals hervorming van de bijstand bijvoorbeeld of de invoering van verlof voor mensen die medische noodsituaties in hun familie hebben. Daarmee heeft hij ongelooflijk veel mensen heel direct geraakt in hun dagelijks leven.”

Vreest ze niet dat de politiek door alle schandalen een hele slechte naam krijgt bij de huidige generatie jongeren? “Misschien is het vooral de pers die een slechte naam krijgt”, kaatst ze zonder aarzeling terug.

Over haar rol als fondsenwerver zegt Schneider nuchter: “Ik moet altijd lachen als ik mensen hoor zeggen: ik wil wel helpen met het ontwikkelen van beleid. Tja, wie wil dat niet? Maar in ons politieke systeem heb je nu eenmaal geld nodig. Als wij bij ons thuis een bijeenkomst organiseerden om geld voor de campagne in te zamelen, dan belde ik iedereen op die ik kende. Om vierhonderd mensen bijeen te krijgen, die per persoon maximaal duizend dollar mogen bijdragen, moet je duizenden telefoontjes plegen. Als je daar zoals wij geen medewerkers voor hebt, dan is dat echt liefdewerk.” Gevraagd of ze haar ambassadeurschap beschouwt als een beloning voor al dat werk, zegt Schneider: “Ik wil niet opschepperig klinken, maar ik stel me graag voor dat er nog meer voor me pleitte.”

Veel Amerikaanse ambassadeurs zijn traditiegetrouw geen carrièrediplomaten, maar zogenoemde “politieke benoemingen”. Dat Schneider geen diplomatieke ervaring heeft zegt niets over haar geschiktheid voor het ambt, zegt John Walsh, directeur van het J. Paul Getty Museum in Los Angeles. Walsh, zelf een kenner van de Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw, leerde Schneider kennen toen hij conservator was in het Museum of Fine Arts in Boston, en zij zijn assistent. “Het Amerikaanse systeem heeft vaak ambassadeurs opgeleverd van uitzonderlijk hoog kaliber, met grote wijsheid en oorspronkelijkheid van geest”, aldus Walsh. “Ik denk dat je in veel opzichten beter zó iemand kan hebben, dan een carrièrediplomaat die rechtstreeks uit Paraguay komt.

“Cynthia Schneider is vasthoudend, nieuwsgierig en onvermoeibaar. Vaak belt ze mij om elf uur 's avonds op, dat betekent dat het bij haar in Washington twee uur 's nachts is. Ik denk dat Nederland zich gelukkig mag prijzen met een ambassadeur die gedreven is, die een goede neus voor politiek heeft, en die, in een tijd waarin de Amerikaanse cultuur vaak als bedreigend wordt gezien, haar hele loopbaan heeft besteed aan wat de Nederlandse cultuur uniek maakt. Ze zal zich met overgave op haar taak storten, je zal haar overal in Nederland tegenkomen.”

Boudewijn Bakker, van het Amsterdamse Gemeentearchief, wijst erop dat het organiseren van een Rembrandt-tentoonstelling met werken uit verschillende landen en culturen, zoals Schneider heeft gedaan, onmogelijk is zonder over bepaalde diplomatieke vaardigheden te beschikken. “Het is niet makkelijk om een Rembrandt te lenen, ze behoren vaak tot de kostbaarste en kwetsbaarste werken van een collectie. Haar is dat toch maar gelukt, van Polen tot het Getty Museum.”

Schneider heeft twee jonge kinderen, een zoon en een dochter van zeven en negen jaar, die meekomen naar Nederland. Haar man, die een organisatie-adviesbureau heeft, zal de komende jaren “in voortdurende beweging zijn tussen Nederland, Washington en Australië”, waar zijn kantoor een filiaal heeft. “Hij getroost zich heel wat opofferingen om dit voor mij mogelijk te maken”, zegt Schneider.

Thomas Schneider werd vorig jaar in de pers genoemd in de marge van een van de vele affaires die de regering-Clinton achtervolgen. Schneider zou zijn invloed bij het Witte Huis hebben aangewend voor een groep indianen, geldschieters van de Democratische partij, die wilde voorkomen dat andere indianen een vergunning kregen voor het opzetten van een casino in Wisconsin. Zijn vrouw noemt de kwestie “te belachelijk voor woorden”. De avond voor het ministerie van Binnenlandse Zaken bekendmaakte dat het de casino-aanvraag afwees, hielden de Schneiders in hun huis een receptie om geld in te zamelen voor de verkiezingscampagne van president Clinton, waarbij de president zelf aanwezig was. “Maar tussen die twee gebeurtenissen bestond geen enkel verband”, zegt Cynthia Schneider. “Het ministerie had die beslissing al maanden eerder genomen.”

Volgens de advocaat van Thomas Schneider was zijn cliënt “niet betrokken bij enige substantiële discussie over de casino-zaak in Wisconsin”.

Tegenover de senatoren die haar benoeming moesten goedkeuren, sprak Cynthia Schneider twee maanden geleden over de sterke economische betrekkingen tussen Nederland en de Verenigde Staten. Het onderhouden en verder bevorderen van die banden, zei ze, zou een cruciaal onderdeel van haar werk als ambassadeur zijn.

Maar ook voor Rembrandt zal Schneider tijd blijven inruimen. Ze heeft al toegezegd dit najaar het woord te zullen voeren bij de opening van de tentoonstelling Rembrandt aan de Amstel, van het Amsterdamse Gemeentearchief.

    • Juurd Eijsvoogel