Hoop op Kosovo-overleg

PRIŠTINA, 10 AUG. De Contactgroep voor ex-Joegoslavië heeft de Serviërs en de Albanezen een blauwdruk overlegd voor een diplomatieke oplossing van de crisis in Kosovo. Een gematigde fractie binnen het Kosovo Bevrijdingsleger, dat zich steeds tegen onderhandelingen met de Serviërs heeft verzet, heeft dat verzet dit weekeinde opgegeven.

Deze twee ontwikkelingen wekken enige hoop op een hervatting van het vastgelopen overleg over de toekomst van Kosovo, zo zei gisteren een Westerse diplomaat in de hoofdstad Priština.

De Contactgroep, waarin diplomaten uit de VS, Rusland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië zitten, heeft in de blauwdruk “mogelijke varianten van een politieke oplossing” van het probleem-Kosovo neergelegd, zo verduidelijkte gisteren de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken, Nikolaj Afanasijevski. Hij zei dat in het document niet een potentiële oplossing van het probleem is neergelegd, maar dat het gaat om de catalogisering van “de verschillende maten van autonomie in soortgelijke situaties in verschillende Europese landen”, waaruit de Servische en Albanese onderhandelaars een keus kunnen maken.

De Servische regering wil Kosovo hooguit een grotere vorm van autonomie binnen Servië toestaan dan de provincie op dit moment heeft. De meeste Albanese politieke leiders in Kosovo willen onafhankelijkheid en vinden autonomie niet meer dan een eerste stap op weg naar die onafhankelijkheid. Het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK wil niets van onderhandelingen weten en vecht voor onafhankelijkheid door middel van de guerrillastrijd. Maar volgens Albanese bronnen in Priština heeft een gematigde vleugel van het UÇK dit weekeinde het verzet tegen onderhandelingen opgegeven en zich “in principe” bereid verklaard met Albanese politici te praten over deelname aan een gemeenschappelijke onderhandelingsdelegatie. Hoe invloedrijk die gematigde vleugel binnen het UÇK is, is echter geheel onduidelijk.

De toegenomen of toenemende bereidheid binnen het UÇK om aan overleg deel te nemen kan te maken hebben met de militaire verliezen van het Bevrijdingsleger als gevolg van het Servische offensief van afgelopen week. Dat offensief is dit weekeinde geluwd. Wel echter verloor het UÇK zaterdag een belangrijk bolwerk, het dorp Likovac, aan de grens met Albanië. Het dorp werd door de Serviërs veroverd en met enkele gehuchten in de omgeving geheel platgebrand. Zaterdag en gisteren werd ook het UÇK-bolwerk Junik in het westen van Kosovo door de Serviërs bestookt. Vanochtend kwamen bij nieuwe gevechten in het westen van Kosovo drie Servische politiemannen om het leven.

Inmiddels is het aantal vluchtelingen in Kosovo gestegen tot 231.000, zo meldde gisteren de vluchtelingenorganisatie van de VN, UNHCR. Van hen zijn er binnen Kosovo zelf 167.000 op de vlucht.

Westerse politici hebben dit weekeinde opnieuw gespeculeerd over een mogelijk ingrijpen van de NAVO in Kosovo. De Franse president Chirac en zijn Amerikaanse collega Clinton werden het zaterdag in een 25 minuten durend telefoongesprek eens over de noodzaak, Russische instemming te verkrijgen voor een eventueel NAVO-ingrijpen. De Britse minister Cook zei zondag dat de NAVO “klaar staat” om in te grijpen en dat dit de regering in Belgrado was meegedeeld. Maar de Russische onderminister Afanasijevski maakte duidelijk dat Moskou nog steeds tegen zo'n ingrijpen is. Woensdag lassen de NAVO-ambassadeurs een extra-bijeenkomst over Kosovo in. (Reuters, AFP)