Het gekreun onder het puin is verstomd

De balans van de bommen in Oost-Afrika kan inmiddels worden opgemaakt, en het zoeken naar de daders is begonnen. Amerikanen en Israeliërs assisteren bij de reddingswerkzaamheden.

NAIROBI, 10 AUG. Het aantal doden als gevolg van de bomaanslagen, vrijdag, op twee Amerikaanse ambassades in Oost-Afrika is opgelopen tot boven de tweehonderd. In de Keniaanse hoofdstad Nairobi, waar de rampzaligste gevolgen zijn aangericht, raakten vijfduizend mensen gewond van wie vijfhonderd nog in het ziekenhuis liggen. Reddingswerkers en militairen uit Israel en de Verenigde Staten arriveerden dit weekeinde in Nairobi om te assisteren, evenals zestig agenten van de federale inlichtingendienst FBI.

Tot gistermiddag bestond er hoop dat er nog overlevenden zouden worden aangetroffen in het geheel ingestorte Ufundi House, naast de Amerikaanse ambassade. In de nacht van zaterdag op zondag werd onder groot gejuich van omstanders N'gang'a, een bankier van middelbare leeftijd, levend uit het puin gehaald. Pogingen om twee vrouwen te redden leverden echter niets op. Met de twee, die zich bekendmaakten als Jane en Rose, was urenlang contact gehouden. Aan het einde van de middag reageerden ze echter niet meer op oproepen. “Het is afgrijselijk om gekreun, huilen en gekuch te horen onder het puin terwijl we hen niet snel genoeg kunnen bereiken”, vertelde een medewerker van het Keniaanse Rode Kruis.

Een Keniaanse soldaat probeerde vier uur lang Gitau, een man van veertig jaar, te bevrijden van onder het beton. “Ik riep naar hem: we zullen je redden”, aldus de soldaat. “Hij hapte naar lucht en bracht uit: 'Veel dank voor je inspanningen, maar helaas, nu moet ik jullie alleen laten. Vaarwel'.” Daarna was er geen geluid meer te horen van Gitau.

In de eerste uren na de aanslag verliepen de reddingsacties chaotisch, maar met grote inzet van Keniaanse omstanders. Iedereen klom op de puinhopen en begon met de handen te graven. Particuliere bedrijven stelden apparatuur beschikbaar. Honderden Kenianen doneerden bloed in de overvolle ziekenhuizen en medisch personeel uit heel het land meldde zich spontaan om gewonden te behandelen. Zaterdag arriveerden twee vliegtuigen met 160 Israeliërs, die al snel de reddingsoperaties hadden overgenomen. Ze boorden in het puin en pompten zuurstof naar binnen om vastgeraakte slachtoffers een overlevingskans te geven.

De binnengevlogen Amerikaanse teams concentreerden zich tot ergernis van sommige omstanders louter op hun ambassadegebouw. In het gebouw speurden FBI-agenten naar bewijsmateriaal. Zij namen het onderzoek over van Keniaanse detectives, die nauwelijks meer een rol lijken te spelen. Ze grendelden de voorzijde af, evenals een deel van de achterzijde, waar het autowrak ligt waarin zich vermoedelijk de bommen bevonden. In de ambassade kwamen 11Amerikanen om en 24 Kenianen. Tientallen Kenianen die voor de ambassade werken, worden nog vermist.

De Keniaanse natie verkeert in een shock-toestand. Panische inwoners van Nairobi trokken van ziekenhuis naar ziekenhuis in de hoop daar vermiste vrienden of familieleden aan te treffen. Vonden ze deze daar niet dan begaven ze zich naar lijkenhuizen. Rijen huilende mensen trokken door de mortuaria langs de uitgestalde lijken, waarvan vele onherkenbaar waren verbrand.

Een aangeslagen Amerikaanse ambassadrice Prudence Bushnell zei zaterdag dat haar staf het deels vernietigde gebouw niet opnieuw zal betrekken. De Amerikanen zoeken naar andere huisvesting. Ze wees kritiek van de hand als zou het ambassadegebouw niet voldoende beveiligd zijn geweest. “Ik heb een zuiver geweten”, verklaarde ze. “We konden niets veranderen aan de locatie, dat zijn de beperkingen waarmee we te doen hadden.” De ambassade was gevestigd op een verkeersknooppunt in één van de drukste wijken van de Keniaanse hoofdstad. Er bestonden al langer zorgen over de slechte veiligheidssituatie rond het gebouw. Het lag niet, zoals meestal het geval bij Amerikaanse diplomatieke missies, op een zwaar bewaakt en afgelegen terrein.

In de Tanzaniaanse hoofdstad Dar es-Salaam grenst de ambassade, die ooit door Israeliërs werd gebouwd, niet aan andere gebouwen of wegen. Daar vielen dan ook relatief weinig slachtoffers, volgens de laatste berichten tien, geen van hen Amerikanen.

Vele speculaties doen de ronde over de toedracht en de mogelijke daders. De kans wordt klein geacht dat een Afrikaanse groep achter de aanslag zit. De Keniaanse krant Daily Nation haalde gisteren een ooggetuige aan die vier dagen eerder had gezien hoe drie Arabieren met een minuscule videocamera de ambassade filmden. De ooggetuige zou hun verdachte gedrag hebben gemeld aan een bewaker bij de ambassade, die echter geen actie ondernam.

Verscheidene ooggetuigen namen vlak vóór de aanslag een geel busje met enkele Arabieren waar bij de parkeerplaats van de ambassade. Sommigen hoorden schoten vlak vóór de explosie. Een priester die bij een bushalte stond, zei dat er geschoten werd door vier mannen die uit het gele busje sprongen, alvorens ze projectielen naar het ambassadegebouw gooiden. “Ik dacht eerst dat het een gewone bankoverval betrof”, aldus de priester. Na de schietpartij zou het busje ontploft zijn. Een Amerikaanse diplomaat hoorde eveneens kort voor de explosie schoten. De meeste ooggetuigen bevestigen twee explosies te hebben gehoord, waarvan de tweede het krachtigst was.

Het weekblad EastAfrican meldt vandaag in Nairobi dat de VS in 1991 voortijdig een aanval van terroristen op de Amerikaanse ambassades in Tanzania en Kenia op het spoor waren gekomen. Amerikaanse veiligheidsdiensten brachten toen Irak in verband met de geplande aanslag. Volgens de correspondent in Washington van het blad werd de geplande terroristenactie destijds in verband gebracht met de Golfoorlog. Lager ambassadepersoneel kreeg de opdracht Oost-Afrika tijdelijk te verlaten en een kantoor van het voorlichtingsbureau van de Amerikanen in Dar es-Salaam werd ontruimd. De bron van het verhaal in de EastAfrican is Robert Oakly, voormalig Amerikaans ambassadeur in Somalië. Volgens Oakly bestaan er geen aanwijzingen dat Irak dit keer ook achter de aanslagen zit.

De EastAfrican maakt verder melding van een groepje Arabieren dat vrijdagavond in de Noord-Tanzaniaanse stad Arusha arriveerde en er in een moskee de nacht doorbracht. Zaterdagochtend reisden ze door naar de Keniase grens, ongeveer twee uur rijden van Arusha. De Tanzaniaanse politie gaat hun sporen na. Ze zouden betrokken kunnen zijn bij de aanslag in de Tanzaniaanse hoofdstad Dar es-Salaam.