De spreektaal van een Inuit

De Gids, nr.8, jrg. 161. Uitg. Meulenhoff, prijs ƒ 16,90.

De Gids opent met een hoogst eigenaardig verhaal. Eerst lijkt het wel of degene die het vertelt niet goed bij haar hoofd is, of het een verhaal is van iemand die eigenlijk niet kan praten of denken - 'outsider kunst'. Het begint zo: 'Met lange tussenpozen baart zijn vrouw hem kinderen. Toen zijn eerstgeborene al tamelijk groot was, baart zij een klein zusje voor haar.' Tegenwoordige en verleden tijd lopen vreemd door elkaar, en in het vervolg wordt er heel vaak 'hij' en 'hem' gezegd zonder dat in de verste verte duidelijk is over welke 'hij' of 'hem' het gaat. Toch is het een meeslepend verhaal.

Het heet 'Nikkooq' en het is afkomstig van een Groenlandse Inuit-vertelster. Het tot voor kort uitsluitend mondeling-bestaande verhaal is in de jaren vijftig uitgezonden door de Groenlandse radio. Nu is het in het Deens vertaald en door Annelies van Hees weer in het Nederlands, maar zonder dat een van de vertalers het verhaal 'verschriftelijkt' heeft. De typisch spreektalige vertelwijze is gehandhaafd en er is nergens iets verduidelijkt. Na een poosje went het, en begint het zelfs te werken, deze ongeciviliseerde verhaalopbouw. Slechts een enkele keer is duidelijk hoeveel tijd er verstreken is tussen de ene gebeurtenis en de andere, en alleen door achter elkaar door te lezen kun je als lezer uitvinden wie wat doet.

Nikkooq is de held, en zoals de vertaalster in een nawoordje uitlegt, is een Groenlandse held niet iemand die vijanden verslaat maar iemand die veel inbrengt in de zogenaame 'vangersgemeenschap'. De Inuit leven onder barre omstandigheden en zijn zowel voor eten als voor kleding afhankelijk van de zeehonden, ijsberen en walrussen die de paar goede jagers onder hen binnenbrengen. Nikkooq is zo'n goede jager en het verhaal vertelt over de rivaliteit tussen hem en de slechte Akullikoq. Navertellen heeft minder dan ooit zin waar de charme van dit verhaal zozeer zit in de wonderlijke betovering van de modelinge vertelwijze, in de herhalingen, in de magische wereld waarin de adjectieven een eskimo-variant zijn van de homerische. Een prachtige vondst om zoiets af te drukken.

Even lijkt De Gids bezig aan een thema-nummer, als het hierop volgende stuk over het werk van de Deense schrijver Peter H/oeg blijkt te gaan, die in zijn roman Smilla's gevoel voor sneeuw veel over de Groenlanders schreef. Stine Jensen wil de stereotypen achterhalen waarvan H/oeg zich bedient - zoals de gevaarlijk harteloze wetenschap tegenover de onschuldige 'Ander' (kinderen, Groenlanders, ongelukkkigen en, volgens Jensen ook vrouwen).

Ze merkt veel behartenswaardigs op, al wil ze haar bevindingen iets te graag kloppend maken voor het hele werk van H/oeg. Het is wel lichtelijk overdreven om vol te houden dat H/oeg vrouwen reduceert tot naïeve buitenstaandsters. Smilla, H/oegs scherpzinnige heldin, is allesbehalve naïef, ze is slim, geleerd, wetenschappelijk onderlegd. Het feit dat haar afweer smelt als ze verliefd wordt, wil niet zeggen dat H/oeg haar wiskundige interesse niet serieus neemt zoals Jensen veronderstelt, hij laat alleen maar zien dat ze, als ze erg verliefd is, liever wil vrijen dan over wiskunde praten. Dat lijkt me volkomen normaal.

Verder is het een beetje van alles wat in De Gids en dat is helaas allemaal minder interessant dan de eerste twee stukken. Het lange verhaal van Tayeb Mokeddem over Algerije is vooral politiek, er wordt weinig in toegevoegd aan wat we al weten over de verschrikkelijke moordpartijen in Algerije en het onmachtige verweer van het leger daartegen.

Misschien kunnen we binnenkort nog wat van die mooie eskimoverhalen tegemoet zien, liefst met wat meer uitleg en toelichting. Zo niet dan is er altijd nog het schitterende boek van H.C. ten Berge met verhalen en legenden van Groenlandse en Canadese eskimo's De raaf en de walvis. Dat moet nu eigenlijk meteen herlezen worden.