Bij RBC zijn de doelstellingen bescheiden

Hoewel RBC vorig seizoen als laatste eindigde in de eerste divisie overheerst het optimisme bij de voetbalclub uit Roosendaal. De nieuwe manager Jan Brouwer moet over drie jaar een nieuw stadion hebben gerealiseerd. “Dan zal RBC in de subtop van de eerste divisie spelen.”

ROOSENDAAL, 10 AUG. Het gebaar had vooral een symbolisch karakter. Met instemming van een handjevol supporters dat er openlijk voor uit durfde te komen de zwakste club uit het betaalde voetbal te steunen, werd 'De Man met de Rode Lantaarn' uit sportpark De Luiten verjaagd. En met hem indirect de geesten van de eind vorig jaar ontslagen trainer Jan Poortvliet en de bejaarde George Knobel die in Roosendaal als technisch-manager fungeerde. Het nieuwe elan bij RBC bleek vooralsnog niet uit de truttige organisatie van de traditionele open dag. Maar dat zal veranderen als het nieuwe stadion er eenmaal staat.

Tot de eeuwwisseling dienen de schaarse voetballiefhebbers in Roosendaal zich nog te vervoegen aan de Zwaanhoefstraat in een stadion, waar oud-bondscoach Knobel zelf nog heeft meegeholpen aan de bouw van de staantribune. De renovatie in 1994 is nimmer voltooid en tegen dat naargeestige decor werd RBC vorig seizoen al voor de winterstop veroordeeld tot de laatste plaats in de eerste divisie. Jan Brouwer kent dat deprimerende uitzicht in de marge van het betaalde voetbal en mede daarom werd de voormalige manager van Volendam verzocht de ambitieuze plannen van RBC vorm te geven.

Hij moet de komende drie jaar de verhuizing van RBC naar een complex achter het station van Roosendaal gaan begeleiden. “Ik ben in mijn leven gewend vanuit een underdogpositie te werken”, vertelt Brouwer. “Ik heb bij Willem II gezeten toen de ploeg bijna de zwakste van de eerste divisie was. Sindsdien is die club toch aardig in beweging gekomen. Bij Volendam begon ik als opvolger van Barry Hughes zo ongeveer op het nulpunt. Slechts één medewerker werd betaald. Nu is Volendam een bedrijfje geworden waar zo'n veertig professionals op de loonlijst staan en is de begroting verhoogd van 800.000 gulden naar 8 miljoen.”

Maar ook die club keerde terug naar de eerste divisie en Brouwer beseft dat hij bij RBC een bescheiden doelstelling moet realiseren. Dat kan ook niet anders bij een club die de afgelopen tien jaar gemiddeld nooit meer dan 2.500 toeschouwers wist te trekken. Het nieuwe bestuur onder leiding van voorzitter Pollemans heeft de inkomsten van Sport-7 echter gebruikt voor een sanering van de schulden. In dat opzicht torst RBC geen erfenis mee. “Ik heb drie jaar de tijd om er voor te zorgen dat RBC bij zijn eerste thuiswedstrijd in het nieuwe stadion 5.000 toeschouwers trekt”, zegt Brouwer. Dat zijn er dus ruim 4.800 méér dan zaterdag tijdens de presentatie van de selectie.

Brouwer: “We denken ongeveer 10 miljoen gulden nodig te hebben om een stadion neer te zetten met een toeschouwerscapaciteit van 5 à 6000. Aan mij de taak de financiering rond te krijgen. Het voetbal leeft wel degelijk in Roosendaal. Bijna 200 bedrijven zijn lid van de businessclub. Bovendien heb ik hier niet te maken met de beperkingen die mij in Volendam werden opgelegd. Daar kreeg niemand buiten het dorp een kans. Als ik een bouwbedrijf van buiten Volendam werd ik onmiddellijk tegengewerkt.”

In het nieuwe stadion moet een ploeg spelen die volgens Brouwer “aansluiting vindt bij de sub-top van de eerste divisie”. Ook al een voorzichtige prognose die nauwelijks aansluit bij de droevige prestaties die RBC het afgelopen decennium heeft geleverd. De verloren bekerfinale tegen Ajax in 1986 lijkt alweer een eeuw geleden. Toen was de huidige RBC-coach Ruud Kaiser ook allang bij zijn oude club vertrokken. In het seizoen 1978-'79 debuteerde hij als jochie van zeventien jaar in een elftal met vedetten als Lerby, Arnesen, Schrijvers én zijn veel te sterke concurrent Simon Tahamata. “Toch scoorde ik bij mijn debuut tegen mijn eerste club Go Ahead”, herinnert Kaiser zich nog.

Op advies van Leo Beenhakker vertrok Kaiser bij Ajax, omdat hij bij een andere club meer zou kunnen spelen. Het werd FC Antwerp waar de jonge aanvaller tot beste speler van het seizoen werd uitgeroepen. In die periode maakte Kaiser ook deel uit van Jong Oranje. Na zijn vertrek naar Coventry City raakte hij uit beeld. “Nu is het zelfs een pré in Engeland te spelen”, zegt Kaiser. “Toen ik bij Coventry speelde, kwam niemand van de KNVB meer naar me kijken. Ik zat dicht tegen het Nederlands elftal aan. Maar een officiële interland heb ik nooit gespeeld en dat zit me nog steeds dwars.”

Na vier succesvolle jaren bij FC Den Bosch in de eredivisie raakte de carrière van Kaiser op dood spoor. Het moet hem hebben verbitterd dat hij op 31-jarige leeftijd louter “slechte aanbiedingen kreeg”. Die noopten hem een andere weg te volgen. “Bij TOP Oss kreeg ik als assistent-trainer een beter salaris dan als voetballer.” Maar het afkicken ging moeizaam. Kaiser: “Ik was beter dan de spelers van TOP Oss. Dat kon ik nauwelijks accepteren. Mijn vrouw hield me voor dat ik moest kiezen. Ik heb mijn verleden als voetballer vervolgens van me afgeschud en ik had nog wel tien jaar bij TOP kunnen werken als RBC me eind vorig jaar niet de kans had gegeven als hoofdtrainer te functioneren.”

Grijnzend had de 37-jarige trainer van RBC de ansichtkaart met zijn handtekening in handen van de verslaggever gedrukt. Wilde niemand 'm soms hebben? Dat viel mee. Een warm applausje was zijn deel toen Kaiser bij de officiële presentatie van zijn ploeg het veld betrad. Bij RBC worden nieuwe aankopen niet per helikopter afgeleverd - wie zou dat willen betalen? - en dus diende ook de 34-jarige spits John Lammers (ex-RKC) zich na een sukkeldrafje aan zijn nieuwe supporters te presenteren. Hij moet de goals maken die RBC uit de kelder van de eerste divisie zullen bevrijden.

En als het niet lukt kan RBC zich altijd verschuilen achter de slogan voor dit seizoen: 'Met de wil om te winnen'. Veel meer hebben de Brabanders de afgelopen jaren ook niet getoond.