Bakkebaarden Elvis brengen geluk

Een dag voordat hij in Antwerpen aan het Lost Boys toernooi begon werd Erik van den Doel met negentien jaar en twee maanden de jongste Nederlandse schaakgrootmeester. Maar hij wil ook rechten gaan studeren en weer eens een leeftijdsgenoot ontmoeten die niet schaakt.

Hij is er inmiddels aan gewend geraakt dat hij regelmatig wordt aangesproken met 'dag Elvis', maar met bewondering voor The King heeft het nieuwe handelsmerk van Erik van den Doel niets te maken. Het leek hem gewoon een aardig idee om zijn bakkebaarden te laten groeien. Bovendien, nu ze eenmaal lang en zwart zijn gezicht omlijsten, heeft hij een goede reden om ze niet af te scheren. “Sinds ik ze heb laten staan zijn mijn resultaten erop vooruitgegaan.”

Zoals de meeste schakers benadrukt hij meteen dat hij absoluut niet bijgelovig is. Maar toch, het blijft grappig dat het sindsdien beter gaat. Beter gaat het zeker. Binnen twee maanden behaalde Van den Doel in Londen zijn tweede grootmeesterresultaat, won hij in Haarlem een sterk weekendtoernooi met een honderd procent score en rondde hij in het Open Kampioenschap van Nederland zijn expeditie af met een nieuwe overwinning én de grootmeestertitel. Van vierentwintig partijen verloor hij er niet één. Hij won er achttien.

Tijd om rustig na te genieten kreeg hij niet. De dag na de slotronde in Dieren zat hij alweer in Antwerpen achter het bord in het Lost Boys toernooi. Ook al een toernooi waar hij goede herinneringen aan bewaart. Hier behaalde hij vorig jaar zijn eerste grootmeesternorm. Toernooidirecteur Peter Vorstermans zag een hele andere Van den Doel door het Zuiderpershuis aan de Waalse Kaai lopen. “Hij is erg vooruitgegaan in zijn presentatie. Hij lijkt het afgelopen jaar wel twee jaar ouder geworden. Eerst dook hij bij wijze van spreken weg als hij aandacht kreeg.”

Van den Doel is zich die metamorfose niet bewust. Misschien ligt het aan zijn teruggetrokken opstelling. Ook geeft hij toe dat hij geen vlotte prater is. “Ik denk dat dat wel een beetje met schaken te maken heeft. Schaken is ook een bedachtzaam spel. Misschien praat ik wel een beetje zoals ik schaak.” Van bescheidenheid heeft hij achter het bord in elk geval geen last. “Bij het schaken wil ik altijd alles eruit halen.”

Met een twinkeling in zijn ogen geeft Van den Doel toe dat hij het erg leuk vindt dat hij Loek van Wely als jongste Nederlandse grootmeester uit de boeken heeft verdrongen. Dat record, dat nu op negentien jaar en twee maanden staat, had hij steeds scherp in het vizier gehad. “Volgens mij was Loek negentien en een maand of tien. Ik zat wel op een gegeven moment te denken, nu nog negen maanden en dan moet het binnen zijn.”

Zijn nieuwe collega's zijn niet erg onder de indruk van dat record. Jan Timman, die kort na zijn 22ste verjaardag grootmeester werd in een tijd dat dat nog als erg jong gold, denkt niet dat het enige betekenis heeft. “Tegenwoordig heb je meer mogelijkheden om grootmeester te worden. Het krijgt natuurlijk veel aandacht, maar ik geloof niet dat het iets is om opgewonden over te raken.”

Wel is Timman tevreden met de selectie van Van den Doel in het Nederlandse team dat volgende maand naar de Olympiade in Elista vertrekt. “We hebben altijd een probleem na de eerste drie borden. Een goede vierde man kunnen we wel gebruiken. En als ik zie hoe hij huishoudt in die open toernooien dan kon hij wel eens goed van pas komen.”

Van den Doel vindt het een eer dat hij geselecteerd is, zonder dat hij weet of hij zich op de reis naar Kalmukkië moet verheugen. “Het kan leuk worden, maar ook niet leuk. Het kan ook zo zijn dat ik amper speel en als ik dan eens speel, is de druk weer extra groot omdat ik er na een nederlaag weer een tijdje naast kan komen te staan. Ik vind schaken alleen leuk als ik goed speel.”

Loek van Wely drukte zijn waardering voor de nieuwe status van Van den Doel uit op een manier die te verwachten viel. De plagerijen en uitdagende opmerkingen waarmee hij hem altijd al bestookte, werden verder opgevoerd. Typerend was de discussie die zich ontspon nadat Van den Doel in de zevende ronde met enig geluk had gewonnen van Europees jeugdkampioen Dennis de Vreugt.

Van Wely noemde een zet voor zwart waar Van den Doel weinig in zag. In dat geval, stelde Van Wely, restte er maar één oplossing: vier keer zouden ze die stelling uitspelen met ieder drie minuten bedenktijd. Het werden maar drie partijtjes, want even zo vaak won Van Wely in de aanval. Gelaten betaalde Van den Doel de afgesproken tweeduizend Belgische franken inzet.

De jonge grootmeester kan er niet wakker van liggen. “Het blijft snelschaken en daarmee heb ik het wel vaker tegen hem afgelegd. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat die stelling niet speelbaar is voor zwart.” Ook de vaak agressieve pesterijen van Van Wely deren hem niet. “Hij doet dat op een grappige manier. Ik heb het tot nu toe wel gewaardeerd.

De pijnlijke nederlaag die hij in de laatste ronde in Antwerpen na een zwaar op en neer golvende partij tegen Van Wely leed, lijkt een illustratie van een van de zwakke punten die Van den Doel bij zichzelf bespeurt. Hij vindt dat zijn eindspel duidelijk beter kan. Ook gebeurt het nog te vaak dat hij in een hem minder bekende opening ineens de draad kwijtraakt. Daar staat weer tegenover dat hij zich juist bijzonder sterk voelt in de openingen die hij goed kent. En er is zijn concentratie.

Bewegingloos zit hij als een standbeeld over het bord gebogen met het hoofd diep in zijn handen. Het doet nog het meeste denken aan de totale fixatie van de Bulgaarse grootmeester Topalov. Van den Doel geeft toe dat het een discipline is die hij zichzelf nog niet zo lang oplegt. “De laatste tijd probeer ik meer aan het bord te zitten en me meer te concentreren. Op een gegeven moment voelde ik geen vooruitgang meer en liet ik het een beetje hangen. Maar nu wil ik mijn ambitie ook in daden omzetten.”

Hoever die ambitie zal reiken weet hij zelf ook niet. Jeroen Piket stelde dat hij weinig over de mogelijkheden van Van den Doel kon zeggen omdat je dat oordeel op een beperkt aantal partijen zou moeten baseren. Daar is Van den Doel het wel mee eens. “Ik weet zelf ook niet hoe ver ik kan komen. Maar ik denk wel dat ik de potentie heb om sterk te worden. En dan denk ik aan een rating rond de 2650. Dat wordt hard werken, want tegen die toppers kom je er minder gemakkelijk van af als je je openingen niet kent. Dat wordt wel afgestraft.

De komende tijd wil Van den Doel zoveel mogelijk schaken. Maar hij wil nog meer. Hij wil zijn blikveld verruimen en ook leeftijdsgenoten ontmoeten die niet schaken. Daar is het het afgelopen jaar niet van gekomen. Na de zomer gaat hij in zijn woonplaats Leiden rechten studeren. Die studie hoeft het schaken niet in de weg te zitten. Als sporter met een olympische B-status beschikt hij aan de universiteit over speciale faciliteiten, zodat hij probleemloos vrij kan nemen voor toernooien.

De vanzelfsprekendheid waarmee Van den Doel zijn plannen uitlegt, lijkt er niet op te wijzen dat hij ooit in dubio heeft gestaan. “Het lijkt me niet aantrekkelijk om op mijn veertigste nog professional te zijn. Ik wil wel veel schaken, maar het is zeker niet mijn ideaal om alleen maar te schaken.”