Terreur en zijn gevolgen

BIJNA TIEN JAAR geleden stortte een passagiersvliegtuig van PanAm neer op Lockerbie. Onderzoek wees uit dat een bom, vermoedelijk aan boord gebracht tijdens een tussenlanding in Frankfurt, het toestel, zijn inzittenden èn inwoners van het Schotse dorp noodlottig was geworden. De verdenking kwam te rusten op twee leden van de Libische geheime dienst. Hun berechting of uitlevering laat tot op de dag van vandaag op zich wachten. Onzekerheid is ook blijven bestaan over de identiteit van de verantwoordelijken voor een bomaanslag op een militair kampement nabij de Saoedische stad Dahran twee jaar geleden, waarbij negentien Amerikanen omkwamen en tientallen werden gewond.

Wat verrast met betrekking tot de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam is de nonchalante meedogenloosheid waarmee dood en verderf is gezaaid onder de plaatselijke bevolking. Alsof de daders wilden zeggen: dit overkomt je als je de Amerikanen binnenlaat. Zelfs terreur kan altijd nog erger.

De keuze van de hoofdsteden van Kenya en Tanziana valt niet eenvoudig te verklaren. Mogelijk maakte de gemakkelijke toegankelijkheid van beide steden hun tot doelwit. De betrokken regeringen noemen zich achteraf onvoorbereid op een dergelijke calamiteit. Ook de Amerikaanse autoriteiten zelf, die uit ervaring weten hoe kwetsbaar hun overzeese diplomatieke posten en vertegenwoordigers zijn, hebben kennelijk geen rekening gehouden met aanslagen juist hier. Een politieke connectie tussen de landen die doelwit zijn geworden en het Midden-Oosten, tehuis van tal van internationaal opererende terreurgroepen, ligt niet voor de hand. Ook tussen de chronische onrust in omliggende staten en de verwoestingen in Nairobi en Dar-es-Salaam is nauwelijks een verband te construeren, het door een burgeroorlog geteisterde Soedan misschien uitgezonderd. Althans in officiële Amerikaanse reacties werd de gedachte aan een dergelijke relatie snel als irreëel terzijde geschoven.

WAT BEKLIJFT is de aantrekkingskracht van de Verenigde Staten op mannen en vrouwen die, om welke reden en uit welk motief dan ook, zijn geobsedeerd door het aanwenden van massaal geweld. De demonstratieve, overal in de wereld zicht- en voelbare Amerikaanse macht roept reacties op die geen verondersteld rationeel doel hoeven te dienen om zich in alle heftigheid te uiten. De bomaanslag op het World Trade Center in New York in 1993 komt in de herinnering. Maar ook Amerikanen die hun regering demonische eigenschappen toekennen schrikken niet terug voor een bloedige gewelddaad - zoals in 1995 de aanslag op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma City bewees.

Sinds de eerste vliegtuigkapingen in de jaren zeventig is de kwetsbaarheid van de hooggeïndustrialiseerde samenlevingen en hun buitenlandse voorposten voor terreurdaden bekend. Regeringen hebben sindsdien tal van gespecialiseerde diensten opgericht om daders zo mogelijk voor te zijn, en hen, wanneer zij daarin niet slaagden, te achterhalen en te berechten. Ook nu beloofde president Clinton, die al vaker in redevoeringen, ondermeer voor de Verenigde Naties, op de gevaren wees, alles in het werk te zullen stellen om de verantwoordelijken hun gerechte straf te laten ondergaan. De praktijk laat slechts beperkt succes zien. Ook de enig overgebleven supermacht, zoals de VS sinds het einde van de Koude Oorlog doorgaans worden aangeduid, is niet in staat zich afdoende te beveiligen tegen misdadige cellen die even snel weten onder te duiken als zij hun bloedige opdrachten uitvoeren.

ER VALT INMIDDELS een lange lijst aan te leggen van gewelddaden die gedurende de afgelopen twintig jaar waren gericht tegen de Verenigde Staten. In zekere zin zijn de aanslagen in Oost-Afrika nog binnen bepaalde grenzen gebleven. Deskundigen op dit gebied vrezen al jaren voor het gebruik door terreurgroepen van chemische en andere massavernietigingswapens - een ontwikkeling waarvan de gevolgen de gisteren geheven tol verre zouden overtreffen.

Het overal ruim en gemakkelijk beschikbaar zijn van zogenoemde conventionele maar daarom niet minder zware springstoffen legt een zware verantwoordelijkheid op regeringen en internationale organisaties. Van het voorkomen van terreurdaden zouden zij hun hoogste prioriteit moeten maken, al was het maar door actie te ondernemen om die beschikbaarheid drastisch te verminderen. De moorddadige explosies in Nairobi en Dar-es-Salaam hebben de urgentie daarvan nog eens aangetoond.