Strakke trompettist; NAT GONELLA (1908-1998)

AMSTERDAM, 8 AUG. Jazz-trompettist en -zanger Nat Gonella, in Nederland vooral bekend van zijn hit Oh, Mona, is gisternacht op 90-jarige leeftijd overleden in een ziekenhuis in zijn woonplaats Gosport aan de Engelse zuidkust. Hoewel hij al sinds de jaren zeventig wegens angina de trompet niet meer kon bespelen, maakte hij vorig jaar als vocalist, in een opnamestudio in Wormerveer, nog een cd. Ook verscheen hij toen, samen met de zangeres Beryl Bryden die kortgeleden overleed, op het Duketown-festival in Den Bosch.

Via een fanfare-orkest kwam Gonella eind jaren twintig de jazz binnen. Zijn grote voorbeeld was en bleef Louis Armstrong - altijd heeft hij openlijk toegegeven dat hij net zo wilde spelen en zingen als Armstrong. In diens voetsporen was hij niet alleen een muzikant op niveau, die in de grote dansorkesten stralend strakke trompetnoten kon spelen, maar ook een entertainer die de jazz populariseerde voor een groot publiek.

In de jaren dertig speelde Gonella de boventoon in diverse Engelse big bands. Zo trad hij in de zomer van 1933 met een orkest onder leiding van Ray Noble voor het eerst op in het Kurhaus in Scheveningen. Het succes van een opname van Georgia on my mind, waarop hij soleerde, maakte het hem mogelijk een eigen zesmansformatie op te richten. Op de publiciteitsfoto's ('Britain's greatest trumpeter!') draagt hij een jolig streepjasje en neemt een guitige pose in. Nat Gonella and his Georgians waren als een van de zeer weinige jazz-groepen populair genoeg om als topattractie in variété-programma's dienst te doen.

Na de oorlog, toen hij in het Engelse leger diende, moest Gonella ervaren dat zijn traditionele jazz uit de mode was geraakt. Als zanger boekte hij in 1958 nog succes met Ma, he's making eyes at me, als duet met Beryl Bryden. Maar langzamerhand raakte hij zelfs in zijn eigen land goeddeels vergeten. Een nieuwe bloeiperiode begon pas weer in 1974 in Nederland, met een nieuwe opname van Oh, Mona, met het orkest van Ted Easton. Het nummer werd massaal meegezongen en belandde zelfs in de Nederlandse top-40.

Omdat hij trouw bleef aan de oude stijl en veelal onbezorgd amusement ten beste gaf, wist Nat Gonella gaandeweg bij de jazz-critici geen diepe gedachten meer op te roepen. Maar hij bleef op de been, als een van de laatste overblijvers uit een tijd toen jazz en amusementsmuziek nog gebroederlijk samengingen. En ook in Engeland werd hij tenslotte herontdekt; in zijn woonplaats is sinds 1994 zelfs een plein naar hem genoemd.