Onafscheidbaar

Papoea Nieuw Guinea heeft zijn bestaan enigszins te danken aan de opdringerigheid van Australië. Dat zit namelijk zo. In het Krijt, een geologische periode die zo'n 65 miljoen jaar geleden eindigde, bestond Papoea Nieuw Guinea nog niet. Het land dat we nu zo noemen en waar wij met zoveel genoegen wonen, is ontstaan doordat de plaat waar het Australische continent op ligt, naar het noorden drijft en daarbij tegen de Indo-Pacifische plaat botst. Dat is enige tientallen miljoenen jaren geleden begonnen. Als gevolg daarvan zijn er aardlagen omhooggestuwd en dat zijn de hooglanden van Papoea Nieuw Guinea geworden. De plaatbotsingen gaan nog steeds door en dat verklaart waarom we hier actieve vulkanen hebben, geregeld aardbevingen en soms een vloedgolf.

Politiek gezien is de situatie niet anders, want ook op dit gebied botsen Australië en Papoea Nieuw Guinea geregeld met elkaar. Enerzijds is dat het gevolg van een onvolledig verwerkt koloniaal verleden, zoals dat bij Engeland en Kenia of Nederland en Indonesië het geval is. Maar belangrijker dan die koloniale sentimenten is wellicht dat de twee landen zo dicht bij elkaar liggen. De noordelijkste eilanden van Australië in de Torresstraat liggen pal voor de kust van Papoea Nieuw Guinea. Men houdt elkaar goed in de gaten - er kan in Papoea Nieuw Guinea geen politieke misstap worden begaan of hij wordt breed uitgemeten in de Australische pers. Omgekeerd krijgen in de kranten hier de pedofiele praktijken van Australische diplomaten alle aandacht.

Over het algemeen heeft Papoea Nieuw Guinea in Australië een slechte naam. 'Een onveilig land bestuurd door ongedisciplineerde wilden'. Zoiets verzin ik niet zelf - dat heeft een paar jaar geleden de Australische minister van Buitenlandse Zaken, Alexander Downer, in een onverhoeds moment tegen journalisten gezegd. Vrijwel alles wat er in de Australische kranten over Papoea Nieuw Guinea wordt geschreven heeft een negatieve connotatie. Er heerst bij veel Australiërs namelijk een soort nostalgie, in de trant van 'Papoea verloren, rampspoed geboren', wat meestal gevolgd wordt door 'wat wij in tientallen jaren hebben opgebouwd, breken zij in luttele jaren af'. Voor de meeste ex-koloniën geldt waarschijnlijk zoiets als 'vroeger was zelden beter maar zeker anders'.

We hebben de afgelopen tien jaar in wel meer ontwikkelingslanden gewerkt. Bij ons heeft het idee postgevat dat Papoea Nieuw Guinea het helemaal zo slecht niet doet. Er komt drinkbaar water uit de grond, er zijn iedere vijf jaar verkiezingen, er is geen zwarte markt voor buitenlandse valuta, ze hebben de buitenlanders er na de onafhankelijkheid niet uitgegooid en er is, op een uitzonderlijk droog jaar na, vrijwel geen honger.

De overgang van het Stenen naar het moderne tijdperk is hier ongekend snel gegaan. De meeste mensen zijn in luttele jaren van de stenen bijl op de kettingzaag overgeschakeld, van voet- op vliegtochten, van koken in een kuil in de grond op koken op gas en van analfabetisme op Word. Dat is allemaal redelijk vreedzaam verlopen.

Een gevoel dat bij veel Australiërs ook speelt is dat van de portemonnee. Een heel klein deel van de Australische belastinggelden wordt jaarlijks van Canberra naar de nationale schatkist in Port Moresby overgeheveld. Daar wordt nogal eens moeilijk over gedaan want, zo meent men, het komt vast allemaal verkeerd terecht. Maar er is misschien wel een grotere geldstroom de andere kant op. Er werken hier namelijk tienduizenden Australiërs tegen enorme salarissen en bijna alles wat je in de supermarkt of ijzerwarenwinkel koopt, komt uit Australië. Voor Australië is de handelsbalans misschien wel het meest positieve in de relatie met Papoea Nieuw Guinea.

Maar er is meer positiefs. Australië reageert namelijk bijzonder snel en genereus wanneer zich hier rampen voordoen zoals bij de grote droogte en recentelijk bij de vloedgolf van Sissano. Dat is niet alleen humaan maar wordt ook gedaan om de regionale stabiliteit te handhaven. Het toont aan hoe afhankelijk Papoea Nieuw Guinea nog is van zijn grote zuiderbuur. In zulke tijden kloppen politici aan weerszijden van de Torresstraat elkaar altijd joviaal op de schouders. Hartverwarmend, maar lang duurt het nooit.

    • Alfred Hartemink