'In Palestina heeft de corruptie gewonnen'; Palestijnse ex-minister is boos

De Palestijn Abdel Jawad Saleh is boos afgetreden van minister zonder portefeuille. Yasser Arafat heeft alle ministers die wegens corruptie hadden moeten verdwijnen, op hun post gehouden. “Ik wil niet meer werken in zo'n team.”

RAMALLAH, 8 AUG. “Je krijgt een salaris, een auto en ze noemen je minister.” Meer houdt een Palestijns ministerschap volgens Abdel Jawad Saleh niet in. Na twee jaar minister van Landbouw te zijn geweest, gaf hij er deze week de brui aan. Boze tongen beweren dat Saleh (een oude PLO-getrouwe die Yasser Arafat in ballingschap tot in Beiroet en Tunis volgde, en na de Oslo-akkoorden in 1993 terugkeerde) boos was dat Arafat hem Landbouw afpakte, en hem minister-zonder-portefeuille maakte. Maar in zijn villa in Ramallah houdt hij vol: “Ook als ik Landbouw had gehouden, was ik afgetreden. Ten eerste omdat een minister niets te vertellen heeft; àls er al besluiten worden genomen, neemt Arafat die. Ten tweede omdat Arafat alle ministers die wegens corruptie hadden moeten verdwijnen, op hun post heeft gehouden. Ik wil niet meer werken in zo'n team. De corruptie heeft gewonnen.”

Een jaar geleden nagelde het Palestijnse parlement, waar Saleh lid van is, enige ministers aan de paal wegens corruptie en misbruik van overheidsgelden. Arafat beloofde een nieuwe regering samen te stellen. Toen er op 26 juni nog geen kabinetswijziging was, diende het parlement een motie van wantrouwen in. Alle ministers die tevens parlementariër zijn, stemden tegen, behalve Saleh. Toen er een nieuwe motie dreigde, kwam Arafat woensdag met een nieuwe lijst. Een minister trad om privé-redenen af, sommigen wisselden van post, maar niemand werd ontslagen. Er werden tien nieuwe gezichten aan het kabinet toegevoegd, van wie de meesten loyale leden van Arafats Fatah-partij. In plaats de corruptie-rapporten van het parlement uit te voeren, benoemde Arafat de twee belangrijkste schrijvers van de rapporten óók tot minister. “Dat is de Arafat-tactiek,” zegt Saleh. “Mensen coöpteren om ze het zwijgen op te leggen.”

Zonder valse bescheidenheid stelt hij dat coöptatie bij hem, als enige, nooit gelukt is: “Zo wilde ik in de grondwet verankerd zien wat er gebeurt als de president ziek wordt of sterft. En hoe het parlement hem kan afzetten. Je hebt procedures nodig als je een democratie wilt zijn. Iedereen zei: als minister kun je dat toch niet maken?! Men zag het als een aanval op Arafat, niet als een poging instituties te bouwen. Verder heb ik tegen de begroting gestemd die mijn eigen kabinet indiende, en openlijk geklaagd tegen de schendingen van de mensenrechten hier.”

Niet bekend

Weinig ministers zullen die lezing bestrijden - althans, binnen de veilige muren van hun huis. Over de kwaliteit van de kabinetsvergaderingen heeft Abdel Jawad Saleh ook geen goed woord over: “Iedereen schuift aan - adviseurs, veiligheidsdiensten. Ministers zeggen: 'Abu Ammar, u bent nog groter dan Lenin' - ik zweer het! We hebben problemen met Israel, sociale en economische dilemma's die om een oplossing schreeuwen. Maar er wordt geen besluit genomen in zo'n vergadering. Je kunt op de agenda zetten wat je wilt, Arafat behandelt het toch niet.”

Hanan Ashrawi, de mediamieke minister van Hoger Onderwijs die woensdag hoorde dat ze naar Toerisme was overgeheveld, trad een dag na Saleh af. Volgens Saleh vroeg zij Arafat om een betere post, en trad pas af toen ze die niet kreeg. Op een toon die weinig respect verraadt voor haar motieven - niet ongebruikelijk als Palestijnse hoogwaardigheidsbekleders over elkaar praten - zegt hij: “Hanan zei: 'In de toekomst zal ik met Arafat blijven werken als hij dat wil.' Ik niet. Ook al biedt hij me z'n eigen positie aan, ik weiger. Zij trad af omdat haar trots is gekrenkt. Ik trad af omdat Arafat zichzelf, ons volk en onze toekomst naar de verdoemenis helpt.”

Gisteren, tijdens het vrijdaggebed in een moskee in Ramallah, vertelde de sjeik het verhaal van een jonge man die de despoot van Irak waagt tegen te spreken. Als straf moet hij hangen. Maar de beul redt hem. De jonge man zegt: “Ik bedank u niet, beul, want zo hoort het tenslotte.” Voor Saleh was de hint duidelijk: wie zwijgt, zal door tirannen worden overheerst. “Palestijnen geven Arafat echter de schuld van alles wat er misgaat. Het wordt tijd dat we onszelf de schuld geven. Wíj laten toe dat hij zich zo gedraagt. Zelf veranderen is de enige manier om ons politieke systeem te veranderen.”