'Hier hebben ze mijn oude vriend vermoord'

In de nacht van 22 op 23 september overvielen moslim-extremisten het Algerijnse dorp Bentalha, ten zuiden van Algiers. Er vielen ongeveer 200 doden. Nu is Bentalha een spookplaats.

BENTALHA, 8 AUG. Bentalha in de Mitidjavlakte ten zuiden van Algiers heeft samen met het nabijgelegen Raïs de trieste reputatie de plek te zijn waar het gruwelijke geweld dat Algerije nu al zes jaar teistert zijn absolute hoogtepunt heeft bereikt. Honderden terroristen hebben in dit verdoemde oord urenlang met bommen en geweren, bijlen en messen ongewapende burgers vermoord en verkracht zonder dat die nachtelijke orgie van geweld werd verstoord door de tussenkomst van het leger of de politie.

Het grote dorp Bentalha heeft sinds het bloedbad dat vorig jaar is aangericht veel weg van een spookplaats. Om tien uur 's morgens zijn de deuren gesloten en de luiken voor de ramen. Hier en daar lopen wat jonge kinderen op straat, maar verder kan je dwars door het dorp heen kijken. Een drietal mannen hangt er wat rond, maar verder is er geen dooie ziel. Zij die hier zijn gebleven, verschuilen zich binnen. Sommigen werken nog op het veld. Maar de meeste inwoners hebben het zekere voor het onzekere genomen en veiliger oorden opgezocht.

Mohammed is vijftig, hij is in Bentalha geboren. Hij heeft een winkel en woont samen met zijn gezin met vijf kinderen in een van de getroffen wijken. Hij herinnert zich de nacht van de grote slachtpartij maar al te goed. “Wacht even, ik moet mij even concentreren. Niet zozeer omdat het al een jaar geleden is, maar we leven nog altijd in shocktoestand. Het is erg moeilijk te verteren.”

“Het was nacht. Omstreeks middernacht schoot ik plots wakker. Overal klonken schoten en explosies. Ik rende de straat op. Het was een nachtmerrie,” vertelt Mohammed. “Je kan niet zeggen dat het de dagen ervoor kalm was. Je hoorde 's nachts schieten en het leger patrouilleerde hier door de straten. Het was wel een gespannen sfeer. Maar we mogen nog van geluk spreken dat het leger en de politie in de buurt waren. Anders was het nog veel erger geworden.”

Nu is het leger permanent aanwezig in Bentalha. Er is een nieuwe kazerne gebouwd, middenin het dorp en dat zorgt wel voor een groter gevoel van veiligheid, aldus Mohammed. “Nu kunnen we weer slapen 's nachts.” Maar waarom heeft het zo lang geduurd voordat het leger in Bentalha en de andere dorpen hier in de Mitidja is gestationeerd? Mohammed wint zich er behoorlijk over op. “Het is allemaal de schuld van de Europese leiders”, zegt hij in echo van regeringsbeschuldigingen. Zij laten de terroristen vrij opereren. Zogezegd in naam van de mensenrechten. De kopstukken van de Jihad kunnen in Frankrijk, België, Duitsland en Nederland doen wat maar willen. Ze sturen wapens en moordenaars naar hier. Als daar iets aan was gedaan dan had het terrorisme hier nooit zeven jaar geduurd.”

Maar de 77-jarige Hamid Boumessous is er niet zo gerust op. “Er staan nu mensen op wacht 's nachts, maar ik denk er de hele tijd aan”, klaagt Hamid. “Wij leven altijd met de angst dat ze zullen terugkomen. Wat kunnen wij doen? Ik heb geen wapens, alleen een stok. Ik weet niet of ze morgen terugkomen en opnieuw beginnen. Het is God die daarover beslist.”

Hij woont hier al tien jaar en is afkomstig van het vlakbij gelegen Baraki. Hamid zegt dat veel van zijn buren verhuisd zijn en dat er niet zoveel mensen sindsdien teruggekomen zijn. De meeste huizen staan leeg. “Ik heb voor mijn leven moeten lopen, samen met mijn vrouw en mijn kinderen. Zij hebben hier alle huizen in de buurt in brand gestoken met brandbommen en sommige huizen waar ze niet binnen kwamen, bliezen ze op. Ze moordden erop los, plunderden de huizen en gingen met zakken bloem en knoflook aan de haal. Wij zijn op het dak gevlucht en dat was onze redding. Omdat de elektriciteit was uitgevallen hebben ze ons niet gevonden. Veel vrouwen die probeerden zich in deze garages te verstoppen zijn omgebracht. Ten minste honderd mensen zijn hier levend verbrand.”

“We zijn de hele dag nog bezig met die vreselijke dingen. Je kan het niet uit je hoofd zetten. Als je je een beetje veilig voelt, dan heeft dat te maken met de aanwezigheid van de soldaten in het dorp. Vroeger waren ze hier ver vandaan gelegerd en die bewuste nacht hebben we hen niet gezien”, zegt Hamid die de uitspraak dienaangaande van Mohammed uitdrukkelijk weerlegt.

Een jongetje van een jaar of vijf met lelijke littekens op zijn hoofd komt erbij staan. Diepe voren lopen dwars door zijn dichte, zwarte haar. Met een bijl hebben ze geprobeerd een einde aan zijn leven te maken.

“Hier in dit huis hebben ze mijn oude vriend vermoord en ook dit huis is in brand gestoken”, vertelt Hamid. “En dit huis en dit hier ook. De huizen brandden volkomen uit. En hier hebben ze de vader en zijn twee kinderen de keel afgesneden en vervolgens hun lijken op een auto gegooid en in brand gestoken.”

De overheid heeft voor de opvang van de slachtoffers van het terrorisme een beperkt budget vrijgemaakt en er is in Bentalha ook een kantoor geopend van waaruit de hulp aan de slachtoffers moet worden verdeeld. Hier en daar is er aan de gevels van de in brand gestoken huizen wat herstellingswerk uitgevoerd. Maar er is geen sprake van een systematische aanpak van de problemen en de vreselijke trauma's die hier en in de overige aangevallen dorpen zijn veroorzaakt.

Neem Hamid en zijn vrouw. Zij hebben een jaar na het inferno van Bentalha zelfs geen glimp opgevangen van de psychologen die hier volgens de lokale autoriteiten permanent aan de slag zijn om de kinderen op school en ook de volwassenen van het dorp te begeleiden. “Mijn vrouw heeft echt dringend hulp nodig. Ze spookt nu al een jaar lang iedere nacht bevend van angst door ons huis”, zucht Hamid.