Het tweede leven; Nog geen zestig en nooit meer werken; De Afvloeier

Ze gaan in een Grieks dorpje wonen, geven op late leeftijd toe aan de liefde of leggen zich mokkend neer bij een afvloeiingsregeling. Zonder geldzorgen en tegen de tijdgeest in stoppen ze met werken voordat hun pensioen ingaat. Over full time thuis zijn, op de veranda zitten en onafhankelijk blijven.

Frans Cornelis (63): “Ik ben nu zeven jaar gestopt met werken en ik heb er geen ernstige bezwaren meer tegen dat ik niet werk. Ik heb er wel even last van gehad, een of twee jaar. Het was toch een soort overval. Maar al snel denk je: 'Kijk naar zo'n ontslag bij Fokker, de mensen daar staan echt met nul op straat.' Ik heb geen geldzorgen, dus wat dat betreft verkeer ik in een luxe situatie.

Ik was absoluut niet van plan om met vervroegd pensioen te gaan, al was de mogelijkheid er wel. Ik was nooit met dat soort dingen bezig. Ik was 21 jaar chef eindregie bij de KRO toen me werd medegedeeld dat men een ander soort chef wilde. Voor mijn baan werd een meisje van 33 aangetrokken, een doctorandus in de Engelse taal. Ik hoefde niet weg, ik kon blijven zitten, in een andere functie zonder verantwoordelijkheden. Maar als ik wilde, kon ik ook onder een afvloeiingsregeling vallen voor mensen van 54 jaar en ouder.

Het duurde drie maanden voor ik besloot om weg te gaan. Ik vond het te gek worden dat ik er als oude chef nog zat. Je loopt toch het risico dat je je opvolger onderuit gaat halen. Mijn vrouw werkte in dezelfde organisatie, dus ik dacht: 'Hoe groter de bek die ik trek, hoe meer last zij er van heeft.'

Ik heb altijd technisch-organisatorisch werk bij de televisie gedaan, vanaf het moment dat ik stopte met m'n studie medicijnen. Ik kom uit een medisch gezin, dus vandaar dat ik medicijnen ging doen, maar mijn resultaten waren niet van dien aard dat mijn vader vond dat ik de studie moest voortzetten.

Toen zag ik een advertentie in de krant staan waarin ze iemand vroegen voor de planning bij de NTS, de voorloper van de NOS.

Bij de NTS kon ik meteen beginnen en daarna ben ik steeds doorgerold naar andere banen binnen de televisie, tot ik op mijn drieëndertigste chef eindregie werd. Het leuke aan die baan was de spanning. Jij bent de baas en hebt alles in de hand. Het belangrijkste moment is de overgang van het ene naar het andere programa. Je bent een wisselwachter die de wissels precies op het goede moment moet omgooien.

Iemand zei eens tegen mij: 'Het is gekkenwerk wat je doet', maar dat is het niet. Het moet een routine zijn waar je tegen kunt en als je er niet tegen kunt, moet je het werk niet doen. In wezen had ik een paniekbaan, maar ik maakte me daar absoluut niet druk over.

Sinds ik gestopt ben, doe ik de huishouding. Wat verder een enorme invloed op mijn leven heeft, is het feit dat mijn dochter zes jaar geleden weer thuis is komen wonen. Als klein meisje heeft zij jeugdkanker gehad, die ze in wezen goed heeft overleefd, maar haar hormonale systeem is door alle bestralingen en medicaties enorm in de war geraakt. In zoverre komt het goed uit dat één ouder full-time thuis is, al heb ik soms het gevoel dat moeders met dit soort dingen beter overweg kunnen dan vaders.

Een tijdje geleden was ik zoekende en dacht: 'Ik moet iets om handen hebben waardoor ik af en toe de deur uit kan.' Dus nu rij ik als koerier: ik haal ergens een pakje op en dan breng ik het weer ergens anders heen. Voor tussendoor is het leuk werk: je ziet iets van het land en wat een puinhoop het hier en daar is. Maar het moet geen verslaving worden.

Vroeger vond ik mijn werk, voor zover ik daar bij stil stond, wel een leuke verslaving. Ik kreeg regelmatig op m'n donder dat ik te veel vakantiedagen over had en dan werd ik naar huis gestuurd. Dan moest ik vakantie opnemen, al had ik daar geen behoefte aan.

Ach, ik hield nooit zo precies bij hoeveel uren ik werkte. Zo zat ik in elkaar, maar nu ben ik een dagje ouder. Dan moet je dit soort dingen beter voor jezelf afplannen. Inmiddels weet ik m'n tijd aardig te vullen met de koeriersdienst, het huishouden en de tuin en denk ik dat het op zichzelf niet onverstandig is dat ik ergens eens radicaal een punt achter moet zetten.

Wat er irritant aan is, is dat ik er onder druk ben uitgewerkt en het feit dat je qua werk niet meer meetelt. Dat de dame die me opvolgde na anderhalf jaar ook op straat is gezet, met een grote zak centen, is een schrale troost.

Bij mij heeft het feit dat ik niet meer werk mijn huwelijk in ieder geval niet veranderd. Ik moet je zeggen dat ik daar wel blij om ben. Ik had wel eens gehoord dat als dit soort ingrepen in je gezin plaatsvinden, het toch vaak tot echtscheiding komt. Dat overkwam een kennis van mij althans, dat zij binnen een half jaar vertrokken was. Dat zijn van die dingen die je van tevoren niet kan inschatten.''