De miljoenenploeg van een racefanaat; Nederlandse topcoureurs maakten furore in renstal van Frits van Amersfoort

Eén Nederlands team neemt morgen deel aan de Marlboro Masters, het jaarlijkse treffen in Zandvoort tussen 's werelds beste Formule 3-coureurs: Van Amersfoort Racing. Ooit begon de racecarrière van Jos Verstappen daar.

ZANDVOORT, 8 AUG. Drieëntwintig jaar lang zag Frits van Amersfoort coureurs komen en gaan. “Ik pretendeer te weten hoe je moet denken en leven om als autocoureur succes te hebben”, zegt de eigenaar van Van Amersfoort Racing, de toonaangevende Nederlandse renstal die met Christijan Albers en de Belg Bas Leinders actief is in de Duitse Formule 3. “Daarnaast moeten ze leren zich sociaal te handhaven, hè Chris?”, zegt de 43-jarige teambaas uit Laren met een knipoog naar de 19-jarige Albers.

“Veel coureurs zijn begonnen in het karten en dat gaat gepaard met een asociale levenswijze. Meestal worden ze geleefd door pa. In elk geval hebben ze vrijwel allemaal familie om zich heen. Vier, vijf jaar lang. Alles draait daar om die jongens. En als ze dan in een raceteam terechtkomen, moeten ze zich opeens heel anders gaan gedragen, dan moeten ze in een groep functioneren. Daar wil het nog wel eens mis gaan. Dan slagen ze er bijvoorbeeld niet in om de mensen om hen heen te motiveren. Als coureur moet je er juist voor zorgen dat ze voor jou een paar stappen harder lopen dan voor je teammaatje. Een coureur kan denken: 'Ik betaal voor mijn plek in het team en dan moet het maar gebeuren zoals ik het wil', maar zo werkt het niet.”

Onder de hoede van Van Amersfoort reden onder meer Huub Rothengatter, Jos Verstappen en Tom Coronel, die momenteel in de Japanse Formule 3000 rijdt en vorig jaar de Marlboro Masters op zijn naam schreef. In het tweede jaar dat Van Amersfoort Racing actief is in de Formule 3 gaat Leinders aan de leiding in de tussenstand van het Duitse Formule 3-kampioenschap, de klasse die met de Formule 3000 als een voorportaal van de Formule I wordt beschouwd.

In de garage van zijn vader stond Van Amersfoort al met open mond bij racewagens van coureurs als Anton Schipperijn en jonkheer De Pesters. De vonk sloeg pas echt over toen in 1975 Huub Rothengatter zijn Royale RP21 de garage binnenreed, een wagen waarmee hij uitkwam in de Formule Ford 1600-klasse. Als monteur week Van Amersfoort vanaf dat moment jarenlang niet meer van Rothengatters zijde. Hij herinnert zich nog een trip naar Denemarken die ze samen maakten. “Met de servicewagen van de zaak gingen we naar de Djurslandring. We sliepen allebei achterin, tussen de smerigheid, en aten drie dagen alleen maar knakworsten. Dat was het enige wat ze daar verkochten. Maar we wonnen wel.”

Van Amersfoort heeft inmiddels een klein bedrijf met twee coureurs en op de loonlijst zes werknemers. De uitvalsbasis is Laren, de plaats waar grootvader Koenraad van Amersfoort in 1912 een garage begon. Het budget is van een paar spaarcenten gegroeid tot een bedrag “tussen de anderhalf en twee miljoen gulden”. De sleutel tot het succes? “Zorgen dat je goeie mensen om je heen hebt. Een ploeg die ervoor gaat, zonder dat je ze daartoe hoeft te dwingen.”

Nu Van Amersfoort zich heeft opgewerkt tot eigenaar van een Formule 3-team, vragen mensen hem of hij de overstap denkt te maken naar de Formule I, net zoals coureurs dat soms plegen te doen. Behalve het geld heeft hij daar de ambitie niet voor. “De hele dag lopen ze daar met de messen op elkaars strot, dat hoeft voor mij niet.” Er is nog een praktisch probleem: Van Amersfoort heeft vliegangst. Laat hem maar lekker achter het stuur van zijn gigantische vrachtwagen met oplegger op en neer rijden naar Duitsland, waar Leinders en Albers van eind maart tot begin oktober hun krachten meten in een van de sterkst bezette racecompetities ter wereld.

Een nadeel van racen in Duitsland is de geringe publiciteit die dat voor Van Amersfoort in Nederland met zich meebrengt. “De races zijn uitsluitend op de Duitse betaaltelevisie te zien. Wat dat betreft is de Formule 3000 aantrekkelijker; Eurosport brengt die rechtstreeks. Als we ook in Nederland op tv te zien zouden zijn, kun je mensen wat makkelijker laten zien waar je mee bezig bent, denk aan potentiële sponsors. Het zou voor ons dus een stuk aantrekkelijker zijn als de tv-rechten van onze wedstrijden naar Eurosport gaan.” Om commerciële redenen heeft Van Amersfoort ook nooit twee rijders uit hetzelfde land in zijn team. Met een rijder uit het buitenland beschikt hij over een grotere 'markt', dus meer potentiële sponsors.

Van de coureurs die in zijn dienst hebben gereden, noemt Van Amersfoort “Jos” de meest bijzondere. Verstappen reed één seizoen in zijn team, in 1992 in de Formule Opel-klasse. Verstappen, net overgestapt van een kart naar een racewagen, won in zijn debuutjaar het Benelux-kampioenschap. “Hij bleef je verbazen, zowel in positieve als negatieve zin. Grillig was-ie. Het is jammer dat je in de Formule I als coureur zo weinig kunt uitrichten, dat het daar vooral op de auto aankomt. Wat Jos wilde, dat gebeurde. Als hij niet langs een auto kon, ging hij er overheen. Vaak ging het goed, maar net zo vaak mis.”

Van Amersfoort gaf Verstappen bij diens vertrek aan het einde van het seizoen '92 een aandenken mee, een foto van het moment waarop Verstappen in een chicane op het circuit van Zolder over de kop gaat. In een wolk van zand en stof is nog net één wiel van Verstappens wagen te zien. “Dat was Jos ten voeten uit. Zijn seizoen '92 was één stofwolk.”