De beker van Piet van de Pol

Biljarters heten tegenwoordig Dick Jaspers, Jos Aernouts, Christ van der Smissen of natuurlijk al jaren Raymond Ceulemans. Vroeger, eind jaren veertig begin jaren vijftig, heetten ze Kees de Ruyter, Henk de Kleine, Tini Wijnen, Henk Scholte en Piet van de Pol. Ze blonken ieder op hun eigen wijze uit in een specifieke spelsoort.

Piet van de Pol was in die tijd de beste, zeker in de kaderspelen. 'De grootste kaderspeler ter wereld', 'de meest wetenschappelijke' en meer van die adjectieven zijn van toepassing op de Rotterdammer. Na de Tweede Wereldoolog rees zijn ster en toen hij in 1947 voor het eerst op een internationaal toernooi uitkwam, was het meteen raak: in zeven maanden behaalde hij twee Europese titels en een wereldtitel. Hij werd Europees kampioen 45/2 in maart, Europees kampioen 71/2 in april en hij veroverde de wereldtitel 45/2 in september. Nadien won Van de Pol elk jaar één of meer internationale kampioenschappen. In totaal werd hij tweemaal wereld- en zesmaal Europees kampioen. Steeds in het kaderspel, de biljartsoort die nauwelijks nog wordt beoefend. Het is te ingewikkeld om te spelen en moeilijk te doorgronden voor de tv-kijker. Tegenwoordig spelen ze liever driebanden, spectaculair en overzichtelijk. Piet van de Pol was als biljarter meer een mathematicus. Lijnen, hoeken en kaders wilde hij bespelen.