DANSEN OP DE GOLVEN VERVEELT NOOIT

Met minder dan een medaille neemt zeilster Carolijn Brouwer (25) over twee jaar geen genoegen bij de Olympische Spelen in Sydney. Over de liefde voor de boot, trouwen met een Belg en de haat-liefdeverhouding met haar grootste concurrente. “Zij laat haar biertje nu al staan.”

Als kind was ze bang voor water. “Toen we nog in Brazilië woonden, gingen mijn ouders regelmatig het water op. Lekker een dagje zeilen. Ik bleef liever aan de kant, veilig aan de rand van het zwembad.”

Tegenwoordig kan ze nog geen drie dagen thuis op de bank zitten of “de gekte” slaat toe. Een dag zonder water is een dag niet geleefd. “Vorig jaar heb ik stage gelopen. Drie maanden lang van acht tot vijf in een rokje achter een bureau. Ik dacht dat ik gestoord werd.”

Vier wereldtitels staan inmiddels achter haar naam, een vijfde is in de maak. Als recreant meldde Carolijn Brouwer zich maandagochtend in alle vroegte in de jachthaven van Medemblik voor de officieuze wereldkampioenschappen in de Laser Radiaal-klasse. “Ik beschouw deze week als een uitje na alle vermoeienissen van de laatste maanden. Een manier om weer even tot mezelf te komen. Dat ik hier met de besten meevaar - nota bene in een bootje van iemand anders - zegt meer over het niveau van de 86 anderen dan over mij. 'Voor de wind' kunnen de meesten nog een hoop leren.”

Met nog twee races voor de boeg nam Brouwer gisteren de eerste plaats in het tussenklassement in. Een eventuele eindoverwinning in Medemblik staat echter in geen verhouding tot haar prestatie van een week geleden, toen Brouwer voor de kust van het Duitse Travemünde de wereldtitel in de Europe-klasse voor zich opeiste. Het betekende de kroon op het seizoen van de 25-jarige zeilster uit Voorhout, die eerder dit jaar al de befaamde Kieler Woche en de al even sterkbezette Spa Regatta op haar naam schreef. Tussen de bedrijven door won Brouwer (“puur voor de lol”) in Dubai de zilveren medaille bij het officiële WK in de Laser Radiaal, de klasse waarin ze op twaalfjarige leeftijd een begin maakte met haar zeilcarrière.

Haar opmerkelijke zegereeks schrijft Brouwer voor een belangrijk deel toe aan het afronden van haar studie ('Talen en Culturen van Latijns-Amerika'), eind februari aan de universiteit van Leiden. “Zeilen en studeren leek lange tijd de ideale combinatie. Balanceren tussen twee werelden. De ene week een grote wedstrijd in Nieuw Zeeland, de andere week temidden van twaalf meiden in een studentenhuis. Mijn huisgenotes wisten het verschil niet tussen de voor- of de achterkant van een bootje. Ik vond dat prachtig.”

Sinds het behalen van haar bul heeft Brouwer zich volledig toegelegd op het wedstrijdzeilen. “Ik ben professioneel bezig, maar noem me geen full-prof. Want verdienen doe ik niet. Aan materiaal alleen al ben ik jaarlijks naar schatting zo'n 70.000 gulden kwijt. Om over de reis- en verblijfskosten nog maar te zwijgen. Met behulp van mijn privé-sponsors, NOC*NSF en de bond kan ik me net redden, maar het houdt niet over.”

Een mobiele telefoon bijvoorbeeld behoort niet tot haar standaarduitrusting. “Alle zeilers lopen met zo'n ding in hun binnenzak. Ze kunnen niet zonder. Voor mij geldt hetzelfde. Het is belachelijk dat mensen naar de kroeg moeten bellen om de wereldkampioene te bereiken. Maar ik kan dat ding niet betalen. Ik ben een enorme klets die vaak in het buitenland is, waardoor ik zou opdraaien voor de gesprekskosten. Met zo'n gsm zou ik mezelf waarschijnlijk financieel de das omdoen.”

Zeilen op eigen kracht, slechts gesteund door de wind. Lange tijd moest Brouwer zichzelf op die manier bedruipen. “Mijn ouders hebben me altijd voorgehouden: 'Als jij wilt zeilen, prima, maar wij hebben geen boom in de achtertuin staan.' Natuurlijk hebben ze me hier en daar wel gesteund, maar voor grote bedragen was ik aangewezen op sponsors. Toen ik zeventien, achttien was, kreeg ik van mijn vader een lijstje met daarop de namen van een paar geschikte zakenrelaties. Die moest ik maar eens aanschrijven, zei hij. Dat heb ik gedaan. Een stuk of dertig brieven de deur uitgedaan. Wie ik was, wat ik wilde en waarom ik dat wilde. Van de meesten ontving ik een afwijzing, of helemaal geen antwoord. Pas toen de eerste resultaten kwamen, druppelden de sponsors langzaam maar zeker binnen.”

Schrijven doet Brouwer tegenwoordig vanuit alle hoeken van de wereld. Vanachter haar laptop bericht ze het thuisfront in de vorm van een digitaal dagboek eens in de drie à vier weken over haar belevenissen op en rondom het water. “E-mail is een wereldvondst. Vrienden, familie en bekenden zie ik soms maanden of jaren niet. Regelmatig word ik overvallen door een schuldgevoel. Mevrouw moet zonodig zeilen en de rest mag zich aanpassen. Van die gedachte word ik niet vrolijk. Vandaag bijvoorbeeld viert mijn oma haar negentigste verjaardag, maar omdat ik weer zonodig hier in Medemblik moet zeilen, is het feest verplaatst.”

Haar liefde voor de boot kent geen grenzen. “Ik ben één met mijn bootje. Het is weliswaar geen dier of een mens, maar af en toe praat ik tegen 'm. Dat zijn geen langdradige gesprekken, meer van die korte kreten waar ik niet bij nadenk. Als ik 's avonds mijn boot aftuig, zeg ik wel eens: even m'n bootje toedekken en in slaap sussen.”

Saai of eentonig is het gedans op de golven nooit. “De laatste maanden kom ik telkens het water af met het idee: het was nuttig vandaag, je hebt weer enorm veel geleerd. Dat verklaart misschien mijn progressie. Tot voor kort was het: die mast erop, het zeil erop en varen maar. Tegenwoordig verdiep ik me steeds meer in mijn sport. Waarom trek ik aan dat en dat touwtje, en meer van dat soort vragen. In de Europe-klasse zijn veel meisjes heel erg afhankelijk van hun coach. Hij bepaalt de tactiek en beslist met welk zeil en met welke mast moet worden gevaren.”

In tegenstelling tot veel van haar collega's beschikt Brouwer niet over een privé-coach. “Ik ben altijd zelfstandig geweest, maar zo langzamerhand kan ik wel wat extra input gebruiken.” Wie haar gaat begeleiden is nog onduidelijk (“Ik ben hard op zoek”), maar één ding is zeker: eenvoudig wordt zijn of haar taak niet. “Eigenwijs is een groot woord, maar ik ben beslist niet de makkelijkste. Ik laat mij de wet niet voorschrijven. Adviezen zijn altijd welkom, maar uiteindelijk hak ik de knoop door.”

Het watersportverbond (KNWV) wees dinsdag na lang wikken en wegen Rex Sly aan als bondscoach. Een omstreden keuze, omdat de Nieuw-Zeelander tevens optreedt als privé-begeleider van Margriet Matthijsse, de voornaamste concurrente van Brouwer in de strijd om het enige olympisch startbewijs in Sydney. “Rex en Margriet hebben een heel hechte band. Daar wil ik niet tussen zitten. Ik heb weinig met hem te maken, ook al is hij nu bondscoach. De bond heeft meer trainers in dienst. Bovendien heb ik de toezegging gekregen dat, zodra ik een coach vind, wij dezelfde privileges krijgen.”

Brouwer en Matthijsse onderhouden een haat-liefdeverhouding. “Op het water zijn we concurrentes, op de wal zijn we goed bevriend en staan we na afloop samen aan de bar of op de dansvloer. Sommige mensen kunnen zich dat moeilijk voorstellen, maar het is de waarheid. Alleen: we praten vrijwel nooit over het zeilen. We hebben dezelfde belangen en dezelfde doelen, dus het zou alleen maar voor onnodige problemen zorgen om voortdurend over de sport te praten.”

Twee jaar geleden verloor Brouwer de strijd om een plaats in de olympische zeilploeg. Matthijsse won vervolgens een zilveren medaille in Atlanta. Brouwer volgde de verrichtingen voor de kust van Savannah door nachten aaneen op de Internet-websites te surfen. Genoegdoening vond ze vorige week in Travemünde, waar ze de complete wereldtop, inclusief Matthijsse, haar wil oplegde. “Vorig jaar in San Francisco moest ik Margriet de hand schudden, nu kwam ze na een paar uur mij feliciteren.”

Het olympisch kwalificatietraject bestaat uit drie wedstrijden, in april volgend jaar te beginnen met een race voor de kust van Palma de Mallorca, waar Brouwer twee jaar geleden de wereldtitel behaalde. Vervolgens de pre-olympische week in het Franse Hyères en tot besluit de Spa Regatta, begin mei in Medemblik. Zo langzamerhand begint de spanning op te lopen, constateert Brouwer. Vooral bij haar concurrente Matthijsse. “Margriet en ik zoeken elkaar steeds minder op. We maken steeds minder grappen. Zij laat het traditionele biertje-na-afloop nu al staan, heb ik gemerkt. Ik niet. Twee glaasjes gaan er nog altijd even makkelijk in.”

Zwaar weer of licht weer, het is Brouwer tegenwoordig om het even. Vorig jaar bracht ze voor het eerst een bezoek aan het krachthonk. “Niet twee kilo erbij eten, maar twee kilo erbij werken. Ik hou helemaal niet van dat gehang en dat getrek aan die apparaten, maar een zeiler kan niet zonder. Dit jaar profiteer ik van al die bezoekjes aan de sportschool. Als ik 's ochtend wakker word, kijk ik niet meer naar buiten om te zien of het hard waait of niet. Margriet zeilt meer op kracht dan ik. Hoe harder het waait, hoe prettiger zij zich voelt. Maar de verschillen zijn inmiddels geminimaliseerd.”

Een list zou haar sowieso in Sydney kunnen brengen, maar Brouwer weigert “via de achterdeur” olympische deelname af te dwingen. “Mijn vriendje is een Belg. Hoeveel mensen mij al niet hebben voorgesteld om het huwelijksbootje in te stappen om zodoende de Belgische nationaliteit af te dwingen, dat wil je niet weten. Maar dat vertik ik. Ik doe het liever the hard way. Het is alles of niks. Margriet kom ik hoe dan ook tegen. Ik moet haar verslaan, volgend jaar al of anders het jaar daarop in Sydney. Ik ga namelijk niet naar de Spelen om deel te nemen, ik ga voor een medaille.”

Mocht Brouwer onverhoopt plaatsing voor de Olympische Spelen mislopen, dan rest haar niets anders de Europe-klasse vaarwel te zeggen. “Nog eens vier jaar wachten zie ik niet zitten. In 2004 ben ik 31 en loop ik misschien wel achter de kinderwagen. De Europe is een wereld van jonge energieke meiden, niet van ouwe wijven die nog zo nodig moeten.”

Naast een olympische droom koestert Brouwer nog een wens: ooit deelnemen aan de Whitbread Round The World-race, het grootste zeilevenement ter wereld. Zij het niet in een vrouwenboot. “Voor geen goud van de wereld! Ik ken mezelf en ik weet hoe vrouwen kunnen zijn. Een verkeerd woord en ze kijken je twee jaar met een scheef gezicht aan.”

Haar ervaringen in de Europe dienen daarbij als voorbeeld. “Op het water roepen we wel eens wat naar elkaar. Ja, ook minder vrolijke dingen. In de hitte van de strijd is het er soms uit voor ik er erg in heb. Maar dat hoort erbij, al stap ik na afloop altijd meteen even op de persoon in kwestie af, want voor je het weet ben je de bitch. Dan verontschuldig ik mij. Meer kan ik niet doen. Voor de rest zoeken ze het maar uit.”

    • Mark Hoogstad