Bamzaaien

Hoe zou Meike Vernooy eraan toe zijn? Drie jaar geleden slaagde ze met een gemiddelde van 9,6 voor haar eindexamen gymnasium, maar nog altijd is ze niet toegelaten tot de door haar felbegeerde studie geneeskunde. Voor de derde maal werd ze deze zomer uitgeloot. Zoiets is om gek van te worden. Afwijzingen en andere teleurstellingen krijgen we allemaal te verwerken, daar moet je tegen kunnen, maar wat haar is overkomen lijkt me onverdraaglijk.

Het schijnt dat Meike niet gek is geworden, (wat iemand die arts wil worden tot aanbeveling strekt), maar nu blijkt deze bijna bovenmenselijke zelfbeheersing tegen haar te werken. Een lotgenote van haar heeft de rechter er namelijk van kunnen overtuigen dat ze de psychische belasting, veroorzaakt door de omstandigheid dat haar tweelingzusje wel is toegelaten tot geneeskunde en zij niet, onmogelijk aankan. En jawel hoor: prijs! Karla Bergervoet mag medicijnen gaan studeren. Meike zal nu ook wel naar de rechter stappen en proberen aan te tonen dat ze totaal gestoord wordt van alle pech en onrecht. Zorg dat je een gekkenbriefje krijgt, een S5, zoals vroeger de verklaring heette die jongens probeerden te bemachtigen om aan de dienstplicht te ontsnappen. Zo'n gekkenbriefje is kennelijk meer waard dan een cum laude eindexamen of andere blijken van bijzondere geschiktheid.

Onpasselijk word ik van deze schrijnende willekeur in zaken die van levensbelang zijn. Weinig is voor een adolescent zo van levensbelang als het plannen van een toekomst. Voor scholieren met ambitie moet wat Meike (en velen met haar) is overkomen zoal niet verpletterend dan toch sterk demotiverend zijn. Het signaal dat er van de loting uitgaat - en al helemaal van de rechterlijke uitspraak over het psychisch belaste tweelingzusje - is dat het weinig uitmaakt wat je kwaliteiten zijn. Inspanningen en intellectuele prestaties tellen niet, evenmin als gerichte belangstelling, passie voor het vak of talent.

Als er een beperkt aantal plaatsen is, zoek dan de allerbeste, meest getalenteerde en gemotiveerde mensen uit om die plaatsen te bezetten en maak er geen loterij van. Wie dokter mag worden, wie in het Nederlands elftal voetbalt, wie viool speelt in het Concertgebouworkest, wie tot het ministersambt wordt geroepen in het tweede kabinet-Kok - het zijn allemaal beslissingen die je niet aan het stomme lot, de willekeur van het toeval, over mag laten. Maar dat gebeurt in toenemende mate. Ook de manier waarop het nieuwe kabinet is samengesteld lijkt verdacht veel op een potje bamzaaien.

Blijkbaar doet het er niet toe wie waar terechtkomt. Dat deze krant maandag de foto van Paars II, poserend op de trappen van paleis Noordeinde, per ongeluk gespiegeld afdrukte was daar een perfecte illustratie van: het maakt niet uit wie waar(voor) staat. Alle portefeuilles zijn uitwisselbaar, specifieke inhoudelijke excellentie telt niet, iedereen met een beetje politieke of bestuurlijke ervaring - Jan, Piet, Tineke, Annemarie, u, ik - is voor elke post geschikt.

Ik ben geen voorstander van corporatisme en zal dus waarachtig niet pleiten voor een vertegenwoordiger van boerenorganisaties op Landbouw, een werkgeversvoorzitter op Economie, een bankier op Financiën, een vakbondsleider op Sociale Zaken of een generaal op Defensie. Maar een beetje affiniteit met of kennis van het beleidsterrein is, als regeren nog ergens over gaat, wel zo vertrouwenwekkend.

Op mij hebben benoemingen als die van Pronk op VROM, De Grave op Defensie, Netelenbos op Verkeer en Waterstaat, Apotheker op Landbouw en Jorritsma op Economische Zaken een demoraliserende uitwerking. Niet omdat deze ministers te oud zouden zijn, of te weinig avontuurlijk (waarom zou Adelmund eigenlijk een regering van avonturiers willen?), maar omdat hier politici als interimmanagers worden aangesteld. Volgens voormalig VVD-leider Bolkestein moeten ministers primair goede bestuurders zijn. Dus wie in staat is het departement van Verkeer en Waterstaat te besturen, kan in zijn optiek ook Economische Zaken leiden. Alsof ministeries bedrijven zijn: wie een schoensmeerfabriek kan runnen, kan ook directeur van een krant of omroep worden (maar gelukkig geen hoofdredacteur).

Annemarie Jorritsma denkt er precies zo over als Bolkestein. Weliswaar ambieerde ze een tweede termijn op Verkeer en Waterstaat, maar, zo lees ik in Vrij Nederland, het leek haar ook 'enig' om 'de eerste vrouwelijke minister van Economische Zaken, Buitenlandse Zaken of Defensie' te worden. Als ze maar minister bleef. Voor Pronk en Netelenbos geldt, vrees ik, hetzelfde: in godsnaam een ministerspost, het dondert niet welke. De enige die een principieel nee heeft uitgesproken tegen deze onverschilligheid jegens de inhoud van het te voeren beleid is Van Mierlo. Hij noemde Bolkesteins opvatting van het ministerschap een ramp. “Ik vind in een kabinet zitten ook geen doel op zichzelf”, zei hij. “Het moet om een terrein gaan waar je hartstocht naar uitgaat.” Exit Van Mierlo.

Natuurlijke gaat het niet alleen om specialistische vakkennis. Politiek bedrijven is op zichzelf ook een vak. Deskundigheid en passie voor een beleidsterrein is niet genoeg. Topjuriste Winnie Sorgdrager is het als minister van Justitie opgebroken dat zij weinig politieke ervaring had. En het is bovendien een feit dat er in de geschiedenis talloze voorbeelden zijn van politici die moeiteloos van het ene departement naar het andere switchten. Politieke generalisten horen ook in een kabinet thuis. Maar zijn de nieuwe ministers en staatssecretarissen zonder speciale kennis van of band met hun beleidsterrein dan zulke geweldige generalisten?

Karin Adelmund, die het basisonderwijs onder haar hoede neemt, dankt haar benoeming niet aan haar grensverleggende ideeën op onderwijsgebied, maar als voorzitter van de PvdA was ze evenmin een uitblinker. Het lijkt erop dat voor haar - net als voor Netelenbos trouwens - andere criteria hebben gegolden dan inhoudelijke of politieke kwaliteiten. Ze vallen in de categorie mensen waar Kok en Melkert niet omheen konden, zoals dat heet.

Omdat ze vrouw zijn, omdat ze beloond moesten worden voor hun inspanningen van de afgelopen jaren en misschien ook wel omdat ze de psychische druk niet hadden aangekund als ze waren uitgeloot.