AARDMAGNETISCH VELD VERANDERT MEE MET AARDBAAN

Het aardmagnetisch veld is niet constant. De periode waarin metingen worden verricht, is nog veel te kort om daaruit wetmatigheden te kunnen afleiden. Geologen tonen echter al sinds het begin van deze eeuw interesse in dit fenomeen, en hebben op basis van geologische gegevens hypotheses opgesteld over de fluctuaties. Het meeste succes hebben ze gehad met de ontdekking van de (geologisch gezien) betrekkelijk vaak optredende ompolingen van het aardmagnetisch veld, een verschijnsel dat hen vervolgens in staat stelt om de ouderdom van bepaalde gesteenten aan dergelijke omkeringen te relateren.

Ook is in het verleden gesuggereerd, op basis van de sedimenten in een boorkern uit de bodem van de Stille Oceaan, dat de fluctuaties in de intensiteit van het aardmagnetisch veld gerelateerd zijn aan de aardbaan: er bleek namelijk net zo'n cyclus van circa 41.000 jaar in voor te komen als in de fluctuatie van de hoek van de aardas met de ecliptica. Deze laatste zou consequenties hebben voor de massabeweging in de voornamelijk uit ijzer bestaande aardkern, en daarmee op de werking van de aarde als dynamo. Latere berekeningen gaven echter aan dat deze factor te klein was om de vastgestelde verschillen in de dynamowerking (en daarmee de fluctuaties in het aardmagnetisch veld) te bewerkstelligen.

Nieuwe gegevens (spectraalanalyses van boorkernen uit het noorden van de Atlantische Oceaan) hebben de 'oude' theorie nieuw leven ingeblazen (Nature, 30 juli). Een groep Amerikaanse en Franse onderzoekers heeft namelijk vastgesteld dat deze sedimenten significante fluctuaties van het aardmagnetisch veld weerspiegelen met twee op elkaar gesuperponeerde cycli: een van 41.000 jaar en een van ca. 100.000 jaar. Die laatste cyclus is, evenals de eerste, bekend als een belangrijke parameter met betrekking tot de aardbaan: het gaat daarbij namelijk om een cyclische verandering in de eccentriciteit van de baan.

Nu twee parameters zijn gevonden die beide nauw samenhangen met de aardbaan, is een relatie moeilijk te ontkennen. Daarbij moet worden opgemerkt dat de eccentriciteit van de aardbaan gevolgen heeft voor het klimaat, en dat het deze veranderingen in het klimaat zijn die tot uiting komen in de samenstelling van de sedimenten en daarmee in sommige van hun magnetische eigenschappen. De sedimenten dragen dus alleen maar indirect de sporen van de cycli in de eccentriciteit met zich mee. De veranderingen in de stand van de aardas ten opzichte van de ecliptica, daarentegen, hebben een directe weerslag op de magnetische eigenschappen van de sedimenten.

    • A.J. van Loon