Wederopbouw van de heiligen; De reconstructie van de fresco's van Assisi

De basiliek van Sint Franciscus in Assisi, een van Italië's grootste schatten, werd vorig jaar ernstig beschadigd bij een aardbeving. Duizenden brokstukken moeten nog in elkaar worden gepuzzeld. Hoe vordert de restauratie? “De nachtmis van 1999 zal worden gevierd in de bovenkerk.”

De doornenkroon schittert je van verre tegemoet, tussen de zilvergrijze olijfbomen en de gele velden met zonnenbloemen door. Het staketsel van lichtgrijze horizontalen, verticalen en diagonalen geeft voortdurend vonkjes hard zonlicht af, als je omhoog rijdt, de helling op. De koperen verbindingsstukjes fonkelen alsof ze pas zijn gepoetst.

De steigers rondom de basiliek van Sint Franciscus in Assisi zien er gloednieuw uit. Italië heeft niet bezuinigd op het steunverband voor zijn patroonheilige. De Franciscaner paters die op sandalen rondlopen in de kloostergangen naast de kerk, waren de eersten die het glinsterende metalen geraamte 'de doornenkroon' noemden. Het is een symbool voor het lijden na de aardbevig vorig jaar september, zegt het hoofd van het klooster, padre Giulio Berrettoni, een dikbuikige man met een vierkante kop. Het is een herinnering aan de vier doden die in de kerk zijn gevallen toen het dakgewelf op twee plaatsen instortte, aan de kostbare fresco's die toen in stukken lagen. “Maar de doornenkroon is ook een symbool voor de hoop, voor het wonder van de wederopstanding na het lijden”, zegt hij. Assisi hoopt, vertrouwt erop, dat de de zeven eeuwen oude basiliek wordt hersteld, weer op eigen kracht overeind zal blijven, bestand tegen het gevaar van een nieuwe aardbeving.

De Franciscanen in het klooster, de ingenieurs, de kunsthistorici en de bestuurders zijn vol vertrouwen dat de kerk weer volledig toegankelijk zal zijn in het jaar 2000, als er miljoenen bezoekers extra worden verwacht in de religieuze centra van Italië in verband met het jubeljaar dat de paus heeft uitgeroepen. Maar zo stellig als ze over het gebouw zijn, zo aarzelend zijn ze over de vernielde fresco's. Een speciaal team restaurateurs is aan het onderzoeken of van de tienduizenden stukjes nog een geheel te maken is. Of dat lukt? Pater Berrettoni haalt zijn schouders op. Soms moet je niet teveel wonderen willen.

De basiliek van Sint Franciscus ligt schuin tegen de eerste hellingen van de Monte Subasio en bestaat uit twee delen. Eerst komt de onderkerk, voltooid in 1230, vier jaar na de dood van Franciscus. Hier ligt de heilige begraven. Het is een compact, laag en donker gebouw, met op de muren twaalfde- en dertiende-eeuwse fresco's van kunstenaars als Simone Martini, Pietro Lorenzetti, Giotto en Cimabue. Dit gedeelte van de basiliek heeft betrekkelijk weinig schade geleden en is inmiddels al weer een paar maanden open voor het publiek.

Daaraan vastgeplakt, iets hoger op de helling, ligt de bovenkerk uit 1253. Het is een van de schaarse voorbeelden van de gotiek in Italië: hoger, lichter en ruimer dan de benedenkerk, met op de zijmuren de wereldberoemde frescocyclus van Giotto over het leven van Franciscus. Hier is bij de aardbeving op 26 september op twee plaatsen het beschilderde dakgewelf, dat onder het eigenlijke puntdak zit, ingestort. Vlak boven de ingang vielen fresco's van Franciscaanse heiligen en een schildering van San Girolamo, mogelijk een werk van de jonge Giotto, in stukken uiteen. Boven het altaar kwamen twee gewelven in een enorme stofwolk naar beneden. Een met een fresco van de evangelist Matteus dat is geschilderd door Cimabue, de andere met een sterrenhemel.

Engelengeduld

“Het is de puzzel van mijn leven,” zegt Paola Passalacqua. Een smetteloos witte stofjas, een opgewekte lach en, naar haar medewerkers zeggen, een engelengeduld. Deze dottoressa moet proberen de fresco's weer tot leven te brengen. Ze besloegen een oppervlak van honderdvijftig vierkante meter. “Hoeveel stukjes het nu zijn geworden, kunnen we nog niet eens schatten”, vertelt Passalacqua. “Sommigen zeggen vijftigduizend. Dat is een gok, een slag in de lucht.”

Ze wijst de weg door het klooster: deuren door, hoeken om, trappen af, tot we komen bij de stallone: een grote ruimte die vroeger dienst heeft gedaan als stal. Tegen de muren staan honderden rode plastic bakken in elkaar gestapeld. “De brandweer heeft meer dan duizend bakken met puin uit de bovenkerk gehaald. Die zijn stuk voor stuk heel zorgvuldig doorzocht om te kijken of we stukjes van de fresco's konden terugvinden.”

Vijf maanden heeft dat geduurd. Zo'n vijfhonderd vrijwilligers zijn hiervoor naar Assisi gekomen, uit alle delen van Italië, uit Duitsland en de Verenigde Staten. In ploegendienst hebben ze de brokstukken en het gruis gezeefd, op zoek naar een brokje kleur, een stukje van een geschilderd lichaam.

Begin deze maand is die fase afgesloten. Het werk heeft zich een ruimte verder verplaatst, naar een grote hoog-gewelfde zaal die nu het laboratorium wordt genoemd. Langs de wanden staan rijen vol gecodeerde laatjeskasten. Soms staat er een kleur op: rood, groen, blauw, wit, geel. In het midden lange tafels, waar een paar mensen in bakken met gelijkgekleurde steentjes turen.

In een paar grote bakken liggen foto's op ware grootte van de heiligenfiguren boven de ingang. Hier en daar wordt de foto bedekt met fragmenten van deze fresco's die al geïdentificeerd zijn. Benedictus is er het best aan toe. Zijn gezicht is voor een groot deel gereconstrueerd en ook de rest van de foto is op een aantal plaatsen bedekt met brokstukjes. “Die foto's zijn een enorme hulp. De kleur wijkt misschien wat af, maar wij kijken vooral naar de details, zoals de penseelvoering, de kleurverschillen. Dat helpt ons een fragment te herkennen.”

In grote witte bakken naast de tafel staan de geïdentificeerde fragmenten fresco die nog vastzitten aan de bakstenen waarop de kalklaag was aangebracht. Daarvan is een fotootje gelegd op de grote foto. Het losmaken van fresco en ondergrond is een probleem voor later, maar zo ontstaat alvast een beeld van wat er te reconstrueren valt.

“Ik heb het volste vertrouwen in de mogelijkheid om deze fresco's te herstellen”, zegt Passalacqua. “Het materiaal is er voor een groot deel. Daarna krijgen we de vraag hoe we de lacunes moeten opvullen, maar het is nog te vroeg om daarover te denken. Tot nu toe zijn de resultaten vrij bevredigend.” Over het fresco van Cimabue is Passalacqua aanzienlijk minder optimistisch. Dit is in meer en kleinere stukjes uit elkaar gevallen. Waarschijnlijk was de kalklaag van het fresco op een andere manier aangebracht op de ondergrond. Bovendien zijn deze brokstukken eerst op het altaar gestuiterd.

“Het zal vrijwel onmogelijk zijn om Cimabue met de hand te herstellen, zoals we met de heiligen proberen te doen,” zegt ze. “Die fragmenten zijn veel kleiner, vaak niet meer dan twee of drie vierkante centimeter. Bovendien is de verflaag veel moeilijker te 'lezen', want deze schilderingen waren al behoorlijk aangetast en beschadigd. Het bij elkaar brengen van deze fragmenten is veel ingewikkelder. En ze zijn bovendien erg kwetsbaar.”

Hier komt de computer te hulp. Er wordt gewerkt aan een ingewikkeld programma om te komen tot een virtuele reconstructie. Alle stukjes van het Cimabue-fresco zullen een voor een worden gecatalogiseerd. Dan begint het grote schuiven, passen en meten op het scherm, in de hoop dat ooit weer het plaatje van vroeger terugkomt.

Gaat dat lukken? “Het is nog veel te vroeg om daarover enige voorspelling te doen”, zegt Pippo Basile. Hij is de eind-verantwoordelijke voor alle fresco's van de basiliek. Basile zit boven, op de met stalen balken en houten vlonders geïmproviseerde 'eerste verdieping' van het laboratorium. Hij verwacht dat veel afhangt van het soort fragment dat wordt teruggevonden. Als een half gezicht ontbreekt, is het fresco veel moeilijker te reconstrueren dan wanneer de poort van een gebouw op de achtergrond weg is.

“Het gaat niet om de hoeveelheid fragmenten, het gaat om de kwaliteit. Ook als we maar een paar vierkante meter kunnen reconstrueren kan dat voldoende zijn, als we maar het belangrijkste deel van het plaatje hebben.” En als het niet lukt? “Dan zijn er twee opties. Of we laten een stuk van het gewelf wit, of we zorgen dat er een kopie komt. Maar het heeft geen zin daarover nu al te praten.”

Nieuwe bevingen

Terwijl de eerste stappen werden gezet naar de reconstructie van de fresco's, bleven Assisi en grote delen van de regio's Umbrië en Marche opgeschrikt worden door nieuwe bevingen. Ze waren niet meer zo krachtig, maar het gevaar van schade op schade was zeer reëel. Daarom is voorrang gegeven aan het veilig maken van de bovenkerk. Ook binnen is een enorm vlechtwerk van steigers gemaakt, dat muren en dak van binnenuit moet steunen.

Nu dat in orde is, kan Basile alle aandacht geven aan de fresco's, die niet naar beneden zijn gekomen. De schade valt mee. “Beschadiging van enige relevantie aan de fresco's op de muren in de bovenkerk zijn alleen te vinden bij enkele fresco's van Cimabue in de zijbeuken”, zegt Basile. De cyclus van Giotto over het leven van Franciscus heeft geen schade van betekenis opgelopen, al moet hier een reeks kleine interventies worden uitgevoerd. Daarbij gaat het meer op preventie dan om restauratie. Op 20 juni is dat werk begonnen. “Ik denk dat we binnen een maand of drie klaar zijn met het eerste gedeelte van het werk, de restauratie die dient om de fresco's veilig te stellen.”

Binnen heerst de eerbiedige rust van een klooster. Passalacqua en haar medewerkers zijn geen monniken, ze verrichten wel monnikenarbeid. Buiten, in de brandende zon, wordt hoorbaar gewerkt. Metaal op metaal, schreeuwen, een blauw werkliftje dat zoemend op en neer gaat langs de zijgevel. Tientallen zwaluwen scheren in stilte rondom de kerk.

Uit het timpaan van de voorgevel hangt een lange slurf van in elkaar geschoven groene en rode cilinders. Hiermee zijn de tonnen afval afgevoerd die in de loop der eeuwen waren achtergebleven tussen de beschilderde gewelven, die je van binnenuit ziet, en het eigenlijke puntdak. Dat puin, nonchalant achtergelaten bij eerdere restauraties, is de eigenlijke oorzaak van de ramp. Het lag op veel plaatsen los en is door de aardbeving gaan 'dansen', stampend op de gewelven. Die druk konden de gewelven niet meer aan.

“Doordat we weten waar de oorzaak ligt, kunnen we er vrijwel zeker van zijn dat zoiets niet nog een keer zal gebeuren”, zegt Antonio Paolucci. Hij is oud-minister van cultuur en heeft als speciale regeringscommissaris de supervisie over heel de restauratie, fresco's en gebouw samen. Het gewelf is nu voor het grootste deel gerepareerd en ook de contragewelven zijn hersteld. Over de kleine naschokken die, heel onregelmatig, nog optreden, maakt Paolucci zich geen zorgen meer.

Binnen in de holle basiliek, half onder de steigers, kijkt Paolucci tevreden om zich heen. Hij heeft een weddenschap afgesloten, met zichzelf en met heel Italië, dat de bovenkerk in het jubeljaar 2000 weer open kan. “Ik denk dat het werk aan het hele complex, bovenkerk, benedenkerk en klooster, klaar zal zijn in het jaar 2003, 2004”, zegt Paolucci. “Maar dan is de bovenkerk al lang weer open. De nachtmis van 1999 zal worden gevierd in de bovenkerk.”

Terug in het klooster ontmoet hij een aantal bestuurders. Het gaat over geld, vergunningen, tijdschema's. De basiliek heeft de prioriteit gekregen. De totale kosten van de restauratie bedragen naar schatting 120 miljoen gulden.

Andere schade

Eigenlijk is alleen hier het werk goed op gang gekomen. Maar er zijn veel meer cultuurschatten beschadigd in Umbrië en de Marche: kerken en kloosters, villa's, paleizen, oude middeleeuwse centra. Verantwoordelijke politici schatten het benodigde bedrag op meer dan twee biljoen lire (2,3 miljard gulden). Voor een deel van dit bedrag zijn de Europese fondsen nodig. Om hoeveel geld het precies gaat, is nog onduidelijk. Het wachten is op de definitieve restauratieprojecten. Die moesten de afgelopen maanden een paar keer worden bijgesteld omdat nieuwe aardbevingen voor nieuwe schade zorgden.

De plaatselijke bestuurders worden ongerust. “De noodtoestand is al weer een paar maanden voorbij, de meeste kerken gaan weer open, maar bij het verlenen van vergunningen voor de wederopbouw verloopt alles traag”, zegt Giorgio Bartolini, de burgemeester van Assisi. Hij vertelt dat veel mensen hem opbellen met de vraag om in hemelsnaam het karakter van de stad intact te laten, om niet omwille van de haast en de kosten het traditionale metselwerk te vervangen door cement. “Wat dat betreft kan ik iedereen geruststellen”, zegt Bartolini. “We hebben in heel het gebied een principe-besluit genomen: alles wordt op de oude manier hersteld. Over het tijdschema ben ik veel minder gerust.”

Bartolini en andere plaatselijke bestuurders zien grote gevaren. Zij constateren dat het toerisme, de motor van de lokale economie, aanzienlijk is afgenomen. De buitenlanders komen langzaamaan weer terug, maar de Italianen zelf vertrouwen het niet zo. Umbrië raakt zijn imago van rampgebied maar niet kwijt.

Bovendien dreigen inwoners weg te trekken als hun oude stadjes niet snel worden hersteld. Nocera Umbra bijvoorbeeld, veertig kilometer van Assisi. Hier is het oude centrum nog steeds in zijn geheel ontoegankelijk. “Als we niet snel beginnen met de wederopbouw, dan lopen we het risico dat de mensen helemaal niet weer terug willen in het oude centrum, dat ze al iets anders hebben geregeld”, waarschuwt burgemeester Bartolini. “Het zou betekenen dat het karakter van Umbrië ingrijpend verandert. We moeten ervoor zorgen dat de mensen blijven, dat jongeren hier een toekomst hebben. Anders is het nutteloos om fresco's te restaureren en oude kerken te herstellen.”

Paolucci, de regeringscommissaris voor de basiliek, knikt. Vergunningen en stempels geven ook hem kopzorgen. Hij ziet erop toe dat de schijnwerpers op Assisi gericht blijven, dat de bureaucratie in beweging blijft. Bovendien is alles iets minder ingewikkeld geworden nu het kabinet twee regeringscommissarissen heeft aangesteld die de besluitvorming moeten coördineren en versnellen. Maar het papierwerk blijft een van de grootste obstakels bij de wederopbouw. In de kloostergangen praat Paolucci daarover nog even na met Basile, van de fresco's. “Als je naar de regels kijkt, zijn we eigenlijk voortdurend illegaal bezig,” zegt Basile. Paolucci beaamt dat voluit: “Als we ons volledig aan de regels gehouden zouden hebben, zou er nog helemaal niets gebeurd zijn. Nu zijn we tenminste een heel eind op weg.”