Vermeends aanval op rente-constructies

Door het plan van staatssecretaris Vermeend belastingconstructies via rente-aftrek aan te pakken zullen sommige daarvan al over een halfjaar omslaan van een goudmijn tot een kostenpost.

DEN HAAG, 7 AUG. Staatssecretaris van Financiën, Willem Vermeend (PvdA), zit met een probleem over het nieuwe stelsel voor de belastingheffing over vermogensinkomsten. Die vermogensrendementsheffing, die op 1 januari 2001 in moet gaan, verschilt zo sterk van het huidige systeem dat er rondom de jaarwisseling van 2001 ongekende kansen ontstaan voor belastingconstructies. Zo zijn na 1 januari van dat jaar rente-uitbetalingen niet meer apart belast; alleen de hoogte van het vermogen vormt nog een fiscaal aangrijpingspunt. Reden genoeg om dat soort rente naar achteren te schuiven. Na die eerste januari zijn rente-betalingen evenwel niet meer aftrekbaar, een reden om juist rentebetalingen naar voren te halen.

Dit is een heel simpel, wat al te doorzichtig voorbeeld, maar het principe werkt al voluit bij rentespaarbrieven. Wie die met geleend geld financiert, kan nu de betaalde rente helemaal aftrekken. Het volgens het huidige systeem belaste rendement wordt pas uitbetaald na 2000. De koper ontsnapt daardoor aan belastingheffing.

Wat ingewikkelder is de situatie met de met geleend geld gefinancierde zogenaamde saldo-lijfrente. Ook hier geldt: nu aftrek, na 2000 geen belastingheffing. Dat zat de opstellers van het regeerakkoord niet lekker. Zij namen ook aanstoot aan de financiering van particulier aandelenbezit, zo blijkt uit hun werkdocumenten. Het dividendrendement van de meeste aandelen ligt beneden de rente die men aan de bank voor een lening moet betalen. Die rente is aftrekbaar als het om aandelen gaat die in beginsel dividend uitkeren, ook al is dat veel minder dan de betaalde rente. Deze aftrekbaarheid, gecombineerd met een stijgende beurswaarde levert een aantrekkelijk fiscaal plaatje op.

Tijdens de kabinetsformatie leek de beurs op een campinghausse af te stevenen en dat beïnvloedde misschien de benadering van de informateurs. Bij dalende beurskoersen evenwel is het fiscale noch het werkelijke plaatje voor de belegger profijtelijk. Maar goed, de opstellers van het regeerakkoord hadden vooral oog voor de fiscale verliezen die de systeemwijziging op 1 januari 2001 zou kunnen veroorzaken. Het regeerakkoord zegt dat in Haags jargon: Het zal noodzakelijk zijn om per 1999 maatregelen te treffen ter voorkoming van het uithollen van de fiscale grondslag voor inkomsten uit vermogen. Een extra uitholling van deze grondslag dreigt als gevolg van gedrag van belastingplichtigen, die anticiperen op de nieuwe fiscale behandeling van inkomsten uit vermogen, die is gebaseerd op een heffing over forfaitair bepaald rendement.

Welke maatregelen moeten die klus klaren? In de eerste plaats verdwijnt de mogelijkheid om 4000 gulden aan vooruit betaalde rente af te trekken. Dan gaat het dus om rente die in 1999 wordt betaald, maar eigelijk pas in 2000 verschuldigd wordt. Aan deze vooraftrek ontlenen verscheidene constructies met het zogenoemde leasen van aandelen een deel van hun aantrekkelijkheid. Deze maatregel raakt veel mensen, maar is in wezen niet zo ingrijpend.

Voor het grotere werk heeft de staatssecretaris enkele opties die tijdens de kabinetsformatie aan de orde zijn geweest maar waar toen geen keuze tussen is gemaakt; ze zijn wel allemaal voor de drie regeringspartijen bespreekbaar. Het meest verstrekkend is een algemene beperking van de rente-aftrek. De andere optie is om die aftrekbeperking alleen te laten werken in situaties waarin er sprake is van een belastingconstructie die slechts door de rente-aftrek aantrekkelijk is. Vermeend houdt alle opties nog open, maar moet binnenkort een keuze maken.

Het verschil is overigens gradueel; voor de techniek van de belastingmaatregel maakt de keuze niets uit. Het gaat om een beperking van de rente-aftrek voor leningen die in verband staan met vermogensinvesteringen zoals effecten en lijfrenten. De toegestane aftrek is niet meer dan de investering in datzelfde jaar aan rendement oplevert. Als er dus 1000 gulden aan rente is betaald voor een rentespaarbrief die in 1999 niets oplevert, is er van die 1000 gulden geen cent aftrekbaar. Als de lening is aangegaan voor de aanschaf van aandelen die 250 gulden dividend hebben opgeleverd, dan is van de betaalde rente slechts 250 gulden aftrekbaar.

In de praktijk leidt dit er toe dat het dividend belastingvrij is terwijl men fiscaal niets met de rentepost kan aanvangen. Of het kabinet komt met een wetsvoorstel dat zich tot geconstrueerde situaties beperkt of dat alle beleggingen met geleend geld raakt, is nog afwachten. In het laatste geval is de nodige wetswijziging relatief simpel te formuleren; elke toespitsing op belastingconstructies roept complicaties en vervolgens nieuwe constructies op. Als de parlementaire behandeling vlot verloopt, kan de nieuwe regel ingaan op 1 januari 1999. Het regeerakkoord gaat daarvan uit.

De nieuwe maatregel is dan van betekenis voor de jaren 1999 en 2000; daarna gaat de nieuwe vermogensrendementsheffing werken en is er van rente-aftrek helemaal geen sprake meer. Voor 1998 blijft de huidige situatie bestaan. De wet kent overigens ook al een beperking van de rente-aftrek en wel voor beleggingen die geen uitzicht bieden op belastbaar rendement.

De voorgenomen maatregel treft overigens niet alleen beleggingen in financiële producten. Zij kan ook betekenis hebben voor bijvoorbeeld beleggingspanden. De hypotheekrente en de onderhoudskosten daarvan zijn tot 2001 volledig aftrekbaar; daarna helemaal niet meer. Als de kosten hoger zijn dan het rendement, dan heeft men per saldo een aftrekpost. Ook die aftrekpost zou in sommige van de voorliggende opties sneuvelen.

Aan haar effectiviteit bij het onderuit halen van belastingconstructies in beleggings- en verzekeringsland hoeft zeker bij de meest vergaande optie niet getwijfeld te worden. Het is daarom terecht dat Vermeend afgelopen woensdag in het televisieprogramma Nova een krachtige waarschuwing liet horen voor het benutten van belastingconstructies die hun voordeel aan de rente-aftrek ontlenen. Sommige daarvan zullen al over een half jaar omslaan van een goudmijntje tot een kostenpost.

    • Aertjan Grotenhuis