Vaste boekenprijs niet meer van deze tijd

Degenen die vinden dat een systeem van vaste boekenprijzen gehandhaafd moet worden, verdedigen dit meestal met het argument dat boeken geen gewone handelswaar vormen. Afweging van voor- en nadelen laat zien dat een vaste boekenprijs niet in het algemeen belang is, en daarom maar beter zo snel mogelijk kan worden afgeschaft. Nog afgezien van de houdbaarheid (gezien de snelle opkomst van verkoop via het Internet), is het huidige systeem namelijk noch efficiënt, noch rechtvaardig, noch consequent.

Momenteel is het boekhandels verboden boeken tegen een lagere dan door de uitgever vastgestelde prijs aan de consument te verkopen. Hierdoor brengen boeken waar veel vraag naar is hogere prijzen op dan in een situatie van vrije concurrentie. Deze meeropbrengst kan dan worden gebruikt om boeken waar weinig vraag naar is te 'kruissubsidiëren'.

Er komen nu dus boeken uit die de vrije concurrentie niet zouden overleven. Het eerste bezwaar is dus dat de vaste boekenprijs hierdoor niet efficiënt is. Als de markt niet mag bepalen welke boeken er uitgegeven worden, moet iemand anders dat doen. Momenteel zijn dat de uitgevers en boekhandelaren. Het is de vraag waarom hun criteria superieur zijn aan die van de kopers.

Van veel verschenen boeken is duidelijk dat er vrijwel geen belangstelling voor bestaat. Gevolg is dat de schappen bij de ramsj-afdeling van De Slegte bijna bezwijken onder het gewicht van de pennenvruchten van schrijvers die duidelijk betere contacten onderhouden met hun uitgevers dan met hun lezers.

Het is misschien jammer dat veel mensen liever de boeken van Emile Ratelband en Joop Braakhekke lezen dan die van Simon Vestdijk en Menno ter Braak. Maar het lijkt me een illusie te denken dat de huidige regulering de smaak van het grote publiek zal verbeteren. Bovendien kan men met evenveel recht stellen dat echte kwaliteit vaak helemaal geen ondersteuning nodig heeft, getuige de oplagecijfers van auteurs als Reve, Hermans, Mulisch, Haasse, Springer, et cetera.

Ten tweede is een vaste boekenprijs niet 'rechtvaardig' omdat hij denivellerend werkt. De boeken die hun bestaan aan 'kruissubsidies' te danken hebben, worden doorgaans door veel hoger opgeleide en kapitaalkrachtiger lezers gekocht dan bestsellers. In deze zin is het huidige systeem dus een indirecte subsidie van arm naar rijk.

Ten derde is er de willekeur. De voorstanders van een vaste boekenprijs vinden dat boeken geen gewone handelswaar zijn, en bescherming van de overheid verdienen. Voormalig staatssecretaris Nuis van Cultuur was het hiermee eens. Zij verzuimen echter aan te geven waarom dit dan niet voor vergelijkbare goederen geldt, als schilderijen, betere (video-)films, kranten, tijdschriften, of cd's met klassieke muziek. Het is onduidelijk waarom deze wel aan de tucht van de markt mogen worden onderworpen, en boeken niet.

Het is verder ook niet erg consequent om bij boeken toch weer diverse uitzonderingen te maken. Hierbij hoeft men niet eens te denken aan tweedehandswinkels, die eigenlijk een ander marktsegment vormen (hoewel men daar geregeld zo goed als nieuwe recensie-exemplaren kan aantreffen). Boekenclubs als de ECI mogen wel boeken verkopen tegen lagere prijzen. Verder wordt de liefhebber die het geduld op kan brengen te wachten op de winter- en zomeruitverkopen van de grote boekhandels, en in toenemende mate warenhuizen, beloond met flinke kortingen. Het gaat hier weliswaar om 'beschadigde' exemplaren, maar in de meeste gevallen is de enige vorm van beschadiging een zwart viltstiftstreepje aan de boven- of onderkant.

Het is misschien jammer dat als de vaste boekenprijs wordt afgeschaft, er een aantal boeken, waarvan de verwachte verkoopcijfers laag zijn, inderdaad niet meer zal verschijnen. Maar net zo min als vroeger de BKR ooit een nieuwe Van Gogh heeft opgeleverd, zal dit de kansen verminderen dat ooit een Nederlandse auteur nog de Nobelprijs voor literatuur wint. En het is misschien niet leuk voor het ego en de portemonnee van auteurs die er niet in slagen om voor meer dan een handjevol geïnteresseerden leesbare boeken te schrijven. Maar in hoeverre de publieke zaak daar slechter van wordt is maar de vraag.

Voor uitgevers en boekhandelaren zal het huidige systeem ongetwijfeld grote voordelen hebben. Hetzij omdat zij hogere prijzen voor de door hen verkochte boeken krijgen, hetzij omdat zij boeken die zij zèlf mooi vinden (gesubsidieerd) in hun assortiment kunnen opnemen. Het lijkt er soms op dat uitgevers en boekhandelaren veel beter in staat zijn te beoordelen wat verkocht (en gelezen) moet worden dan lezers zelf.

Alleen al om dit soort arrogantie tegen te gaan, zou de vaste boekenprijs moeten worden afgeschaft. Maar er is nog een belangrijk argument. Lagere prijzen zullen er voor zorgen dat meer boeken verkocht en gelezen zullen worden. Bovendien zal dit vooral gebeuren in dat gedeelte van de maatschappij waar toch al steeds minder gelezen wordt. In een tijd waarin het boek steeds meer terrein verliest ten opzichte van andere vrije-tijdsbestedingen als de bioscoop, computerspelletjes, en de televisie is dat een niet te onderschatten voordeel.