Vanwege de engelen

Eerste brief aan de Korinthiërs, elfde hoofdstuk, Paulus: “Iedere man, die bidt of profeteert met gedekten hoofde, doet zijn hoofd schande aan. Maar iedere vrouw, die blootshoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan, want zij staat gelijk met ene, die kaalgeschoren is.” Daarom zetten in mijn jeugd alle mannen die de Zuiderkerk betraden hun borsalino's af, en hielden alle vrouwen tijdens de hele dienst angstvallig hun zwarte kapotjes op.

Onze bewondering afdwingend doordat hij er zoals gewoonlijk zo schitterend in slaagt elke schijn van gezond verstand of logica te vermijden, voegt Paulus aan deze tekst toe: “Want indien een vrouw zich het hoofd niet dekt, moet ze zich ook maar het haar laten afknippen.” Hoogst merkwaardig! Als je een hoofddeksel ontbeert biedt een haardos juist bescherming. Erg onlogisch derhalve om van iemand die geen hoed draagt te verlangen dat zij haar haar afknipt. Omdat ik kaal ben, moet ik van de huidarts als het zonnig is een petje dragen, teneinde te voorkomen dat er pre-maligne huidtumoren ontstaan. Had ik al mijn haar nog, dan kon ik dat petje met een gerust hart aflaten, en hoefde ik 'm ook niet zo te knijpen voor een hagelbui. Paulus vervolgt zijn betoog echter met de woorden: “Want de man moet het hoofd niet dekken; hij is het beeld van de heerlijkheid Gods, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man.” Die bijzin over de vrouw is mij uit het hart gegrepen, maar daaruit volgt voor mij allerminst dat een dame of meisje, al staat een zwierige baret doorgaans betoverend, een hoed moet dragen. Enfin, de klap op de vuurpijl komt met de laatste tekst over het onderwerp hoofdtooi: “De man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw uit den man. Daarom moet de vrouw een macht op haar hoofd hebben vanwege de engelen.”

Wat Paulus hier precies bedoelt met 'macht' is onduidelijk. In een begrijpelijke poging om de raadselachtigheid van het woord macht te omzeilen, heeft men er in de Groot Nieuws Bijbel van gemaakt: “De man is ook niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man. En als teken daarvan is de vrouw daarom verplicht iets op haar hoofd te dragen, met het oog op de engelen.” Toch staat er in het Grieks doodgewoon 'macht'.

De vrouw moet een macht op haar hoofd hebben vanwege de engelen.

Deze pericoop is stellig één van de meest geheimzinnige zinnetjes uit de bijbel. Wat bedoelt Paulus? Norman Golb schrijft in zijn boeiende boek Who wrote the Dead See scrolls (volgens hem niet de Essenen!): “De rollen hebben licht geworpen op sommige bijzonder raadselachtige passages over engelen in het Nieuwe Testament. In een passage in de eerste brief aan de Corinthiërs maant Paulus vrouwen aan om hun hoofden bedekt te houden tijdens de eredienst 'vanwege de engelen'. Wat hij in gedachten had, is niet duidelijk. Waren de engelen toonbeelden van bescheidenheid of zagen zij vanuit de hemelen toe? De rollen zouden wel eens een antwoord hierop kunnen suggereren.” En dan refereert Golb aan een artikel van J.A. Fitzmeyer in New Testament Studies nr. 4, 1957-1958. In dat artikel behandelt Fitzmeyer alle pogingen vanaf Tertulianus om die woorden 'vanwege de engelen' te duiden. Lang heeft men gedacht dat hier gevallen engelen bedoeld werden en dat een hoofdbedekking bescherming bood tegen hen. Vandaar het woord macht. Met bedekt hoofd had je macht over die gevallen engelen. Fitzmeyer wijst deze interpretatie echter af. Als Paulus gevallen engelen bedoeld zou hebben, zou dat er duidelijk hebben gestaan. Paulus bedoelde gewone engelen. Als dat juist is, wordt het woord macht raadselachtig. Fitzmeyer haalt Kittel aan, die betoogde dat het Griekse woord voor macht sterk lijkt op een Aramees woord voor sluier. Dan zou er toch gewoon staan dat vrouwen een sluier op hun hoofd moeten hebben 'vanwege de engelen'. Fitzmeyer wijst die interpretatie echter ook af en daardoor kan hij verder helaas niet goed uit de voeten met dat woordje 'macht'.

In de gevonden Dode Zee-rollen, aldus Fitzmeyer, zijn passages aangetroffen over engelen waaruit blijkt dat men indertijd van mening was dat deze gevleugelde wezens altijd bij samenkomsten van de gemeente aanwezig bleken en dat zij zo fijngevoelig waren dat zij de aanblik van invaliden, gebochelden, verlamden, blinden etc. niet konden verdragen. Daarin lijken zij op God, die blijkens Leviticus 21 vers 17 tot 24 ook niet verdraagt dat 'een verlamde of iemand met mismaakt gelaat of te lange leden, of iemand die een breuk aan been of arm heeft, of een bultenaar of een uitgeteerde, of iemand die een vlek op zijn hoofd heeft, of die uitslag of huidziekte heeft, of die geschonden is aan de geslachtsdelen', zal naderen om te offeren. Zo zie je overigens maar weer dat het helemaal niet waar is dat God, zoals hedendaagse dominees beweren, zich altijd buigt over de verlorenen, de verworpenen en de vernederden. Integendeel: Hij verafschuwt bultenaars en invaliden!

Volgens Fitzmeyer zijn er goede redenen om aan te nemen dat een vrouw met onbedekt hoofd door de engelen werd ervaren als zo'n mismaakt iemand uit Leviticus 21. Een vrouw zonder hoed, hoofddoek, of sluier was voor hen een invalide. Daarom moesten vrouwen van de apostel Paulus hun hoofd bedekken 'vanwege de engelen'. Golb volgt Fitzmeyer in zijn interpretatie. Hij zegt: “De gewoonte van vrouwen om hun haar te tonen was volgens Paulus onaanvaardbaar voor de engelen. Engelen worden beledigd door het openlijk vertoon van lichamelijke gebreken. Van de engelen werd blijkbaar gedacht dat zij gevoeliger waren voor dergelijke dingen.”

Tegenwoordig lappen alle vrouwen, behalve in behoudende Gereformeerde kringen, die woorden van Paulus over het onbedekte hoofd, aan hun laarsjes. Mij dunkt dat daar geen reden voor is. Het is onaannemelijk dat de engelen in de afgelopen tweeduizend jaar minder fijngevoelig zijn geworden. Ook nu krimpen ze in kerk en tempel ongetwijfeld in elkaar bij de aanblik van een onbedekt vrouwenhoofd of een rolstoel. Sterker: als het waar is dat engelen (Leviticus 21!) de aanblik van enigerlei vorm van invaliditeit niet kunnen verdragen, dan dient iedereen die een kerk betreedt ook terstond 'vanwege de engelen' zijn of haar bril af te zetten.