Staking

Ze woonde in een vakantiehuis verderop en altijd was er wel een reden om naar haar toe te gaan. Het zout was op. Gingen ze mee naar het meer? Mocht z'n vader de krant lenen? Vonden ze het leuk om vanavond met z'n allen naar het dorp te lopen?

Hij vroeg het zonder haar aan te kijken. Als haar vader of moeder antwoord had gegeven, mocht hij altijd even blijven. Ze vonden hem daar wel grappig. Hij praatte honderduit en dan keek hij haar wel af en toe aan. En intussen dacht hij maar één ding: was ik maar ouder. Dan mocht hij haar misschien aanraken.

De vriendschap kon maar een week duren. Dan ging de andere familie al weer weg. De jongen en z'n ouders zouden een week langer blijven. Hij genoot. Maar hij durfde er niets over te zeggen. Als hij naast haar liep had hij het over van alles. Hij zweeg erover dat hij alleen maar bij haar wilde zijn.

En zo kwam het afscheid steeds dichterbij tot hij wist dat er nog maar één dag over was. Hij had gehoord dat ze echt bestond, een beschermengel die het beste met je voor had. Waarom liet ze dan niets van zich horen, op het ogenblik dat hij haar nodig had?

Ze brachten de familie weg. Waar moest hij het nog over hebben? Hij kon al niet meer geloven dat z'n vriendin werkelijk bestond. Wat was het druk in de stationshal. Zo'n drukte dat je je gezelschap goed in de gaten moet houden, ook al is het nog zo dichtbij.

Of was er in de hal nog iets anders aan de hand? Reizigers stonden opgewonden met elkaar te praten. Er werd iets omgeroepen, maar de jongen kon het niet verstaan. Z'n vader liep met de vader van het meisje naar een loket. Even later liepen ze lachend terug.

Z'n vader zei dat het spoorweg personeel staakte. Het kon wel een paar dagen duren. En daarom gingen ze maar weer terug. Het vakantiehuis stond toch leeg. Het was nog niet verhuurd. De jongen rende weg, holde vooruit. Het leek wel of hij voor het nieuws helemaal geen belangstelling had.