Shell hoopt op vroeg invallende, maar vooral op strenge winter

Oliemaatschappij Shell heeft het afgelopen halfjaar een flinke tik opgelopen door de lage olieprijzen en de gedaalde vraag naar brandstoffen als gevolg van de financiële crisis in Azië. Menige belegger liet gisteren de 'Koninklijke' in de steek want verbeteringen zijn niet snel in zicht.

ROTTERDAM, 7 AUG. De koers van Koninklijke Olie, gewoonlijk de trots van de Amsterdamse beurs, heeft gisteren een verlies van bijna 8 procent moeten incasseren na de publicatie van de Shell-resultaten over het tweede kwartaal en het eerste halfjaar. De omzet in aandelen-Koninklijke was extreem hoog. Massaal lieten beleggers het hoofdfonds in de steek waardoor de slotnotering 7,80 gulden daalde op 92,10 gulden. Sinds begin dit jaar heeft de Koninklijke nu meer dan 35 gulden ingeleverd.

“Tussen 100 en 106 gulden lijkt ons een koopgebied voor Olies”, analyseerde Van der Hoop Effectenbank halverwege vorige maand nog, maar dat heeft weinig geholpen. De winst per aandeel was door de meeste beursanalisten te hoog ingeschat: zo'n 91 cent over het tweede kwartaal (98 cent een jaar geleden) maar dat viel gisteren flink tegen: 85 cent.

Met de bedrijfsresulaten die Shell gisteren bekendmaaakte, lijkt het dieptepunt waarop beleggers weer instappen nog niet bereikt. Want een keerpunt in de aanhoudend lage olieprijzen is nog niet in zicht. De crisis in Azië heeft een daling van de vraag naar brandstoffen in gang gezet, de aanvoer van ruwe olie is nog steeds hoger dan de vraag en de voorraden zijn ruim aan de maat. Pas als de grote olieproducerende landen echt de moed verzamelen om flink in hun exportaanbod te snijden, kan daar verandering in komen.

Alle grote bedrijfssectoren van Shell hadden het laatste kwartaal van de olieprijs te lijden. De huidige olieprijs van nog geen 13 dollar per vat ligt 4,75 dollar lager dan een jaar geleden. Op jaarbasis doet elke dollar verlaging Shells winst met zo'n 400 miljoen dollar dalen. Het afgelopen halfjaar duikelde de winst van het hele concern met 20 procent. De hardste klap viel bij exploratie en productie van olie en gas, met een winstdaling van 45 procent. In Noord-Amerika kelderde het winstcijfer in deze sector zelfs met 62 procent.

Juist van exploratie en productie verwacht Shell de hoogste bijdrage aan het rendement op geïnvesteerd vermogen. Het concern had het rendement dit jaar graag naar zo'n 13 procent willen opkrikken, maar het uitzicht op die verbetering is nu vervlogen. In het eerste halfjaar van 1987 werd nog een gemiddelde van 11,8 procent bereikt, maar de afgelopen zes maanden daalde dit cijfer tot 10,2 procent. Een schrale troost is dat alle zeven grote olieconcerns onder de olievloed zuchten en dat de winst van Shell in het tweede kwartaal procentueel het minst daalde, vergeleken met de concurrenten. Niettemin is het kwartaalresultaat dat vorig jaar nog redelijk parallel liep met Exxon, weer onder het niveau van die grootste concurrent gezakt.

Geen wonder dat het concern zich de laatste tijd uiterst voorzichtig toont met grote investeringen in nieuwe projecten voor exploratie en productie. In Rusland had de groep een mooie kans om het staatsbedrijf Rosneft _ dat grote oliereserves bezit _ over te nemen voor 1,6 miljard dollar. Maar de lage olieprijs had zo'n drukkend effect op de marktwaarde van Rosneft dat het feest niet doorging. Ook in Peru werd de start van het grote aardgasproject Camisea afgeblazen wegens onzekerheden voor de afzet.

Shell neemt geen risico's die de financiële resultaten op korte termijn nog verder onder druk zetten. Het zit de concernleiding flinks dwars dat het rendement vorig jaar al het laagste was van alle Seven Sisters, de Westerse multinationals die alle activiteiten van winning en raffinage tot verkoop van brandstoffen in hun portefeuille hebben. Doorgaande kostenbesparingen, allianties met concurrenten, selectief investeren en verdere kwaliteitsverbetering moeten Shell er weer bovenop helpen. Alleen een vroeg invallende, strenge winter zou de resultaten nog iets rooskleuriger kunnen maken.