'Serenissima' op de piazza San Marco

Niet alle correspondenten verlaten dezer dagen hun standplaats voor groot verlof aan de Noordzee. De achterblijvers zoeken klein vertier. Als de laptop dichtgaat, lokt het zonbeschenen terras. Uitspanningen met ongemakkelijke stoeltjes, ruimschoots goedgemaakt door uitzicht, stijlvolle bediening en zomerzwoelte. Vandaag: Venetië.

VENETIË, 7 AUG. Ook om half zeven 's avonds waagt nog niemand zich op het grote terras van Caffé Florian. Het is te warm in de zon. De gasten prefereren de leren stoeltjes en bankjes naast de ingang. Daar, in de beschutting van de koele zuilengalerij, weerklinkt het geanimeerde geklater van de kosmopolitische klantenkring waarop dit drie eeuwen oude etablissement prat gaat.

Caffé Florian is een symbool voor Venetië. Een trotse stad die eeuwenlang over de zee naar buiten heeft gekeken en open staat voor andere invloeden. Een stad die haar identiteit niet zoekt in de anderhalve eeuw oude Italiaanse staat, maar in het glorieuze verleden van de Serenissima, de voormalige republiek Venetië.

Caffé Florian is altijd een internationaal trefpunt geweest. Het ligt in het hart van de stad, aan de piazza San Marco. Andere beroemde cafés waren gebonden aan één bepaalde groep. Quadri, aan de andere kant van het plein, was vorige eeuw het stamcafé van de Oostenrijkse overheersers. De Italianen gingen naar Specchi. Maar op het rode pluche van Florian, in de verschillende beschilderde salons van het café, kon je heel de wereld tegenkomen. Lord Byron heeft er uren zitten praten, Goethe en Marcel Proust kwamen hier, net als de schilder Francesco Guardi en de beeldhouwer Antonio Canova.

Zelfs in de onverbiddelijke gelijkschakeling van het massatoerisme heeft Caffé Florian veel van dat karakter van vroeger behouden. Het vrolijke gerommel met koffiekopjes en glazen van de Italiaanse bars ontbreekt. Je komt hier niet om snel aan de toonbank iets naar binnen te slaan. Je komt om te praten.

In een stad die haar verleden koestert en voor een belangrijk deel leeft van haar verleden, wordt deze traditie met liefde in stand gehouden. Daarom komt ook de huidige linkse burgemeester van de stad, de filosoof Massimo Cacciari, hier vaak. Cacciari vindt in Caffé Florian identiteit, een voedingsbodem voor zijn streven om een eigen weg in te slaan, veel losser van Rome.

Cacciari wil van Venetië en de omringende regio, de Veneto, een laboratorium maken voor politieke vernieuwing, met dezelfde voedingsbodem als het kosmopolitisme van Caffé Florian. Het is geen toeval dat dit gebied ook economisch gezien voorop loopt. De Veneto is de exportmotor van Italië. Hier zitten duizenden kleine en middelgrote bedrijfjes, met ondernemers die meer naar Brussel en Hongkong kijken dan naar Rome en schoon genoeg hebben van de verlammende bureaucratie, van de byzantijnse politieke spelletjes.

Elders in het land hoor je vaak de berustende verzuchting: 'Zo gaat het nu eenmaal in Italië.' Aan de piazza San Marco gaat die dooddoener niet op. Het verleden van de Venetiaanse republiek is een enorme inspiratiebron in het streven om het lot in eigen handen te nemen. Wil of kan Italië zich niet vernieuwen? Dan probeert de Veneto het zelf te doen. Voorstanders van volledige onafhankelijkheid reden vorig jaar met een tot pantserwagen omgebouwde tractor het plein op en hielden een nacht de klokkentoren bezet. Cacciari gaat minder ver. Hij streeft naar het Catalaanse model, met een grote mate van autonomie, binnen een toekomstige Italiaanse federale staat. Wij zijn anders, is zijn boodschap aan Rome. Geef ons de ruimte.

De meeste toeristen die op het San Marco-plein rondlopen, zal deze discussie ontgaan. Maar als de zon achter het gebouw van de Oude Procuratie is gezakt en de terrassen op het plein volstromen, gaan de strijkjes spelen. Op hun eigen manier onderstrepen violist en klarinettist de boodschap van Cacciari.

Het ensemble bij Quadri, dat al eerder in de schaduw lag, begint. Als de muzikanten daar zijn uitgespeeld, neemt het groepje bij Florian het over - de gebouwen langs het plein weerkaatsen de muziek te goed om te proberen tegen elkaar in te spelen. De traditionele Italiaanse smartlappen die je elders in het land hoort, ontbreken volkomen. Bij Quadri wordt als tussendoortje een bewerkte hit van Andrea Boccelli gespeeld, maar daar blijft het bij. De musici leven zich vooral uit in walsjes en polka's die je eerder in Oostenrijk zou verwachten dan in Italië, afgewisseld met een enkele Franse of Amerikaanse topper.

Venetië is altijd al bijzonder geweest en heeft zijn eigen muziek. De zangers in de gondels willen nog wel eens uitbarsten in het Napolitaanse O sole mio, als concessie aan toeristen die geen tijd hebben voor de regionale gevoeligheden. Maar aan de terrassen op het trotse San Marco-plein zal je dat niet horen.

“O sole mio spelen we hier liever niet. Dat hoort niet bij ons verleden”, zegt de ober als hij komt met de rekening - die een forse verhoging bevat voor het voorrecht van muziek en de geur van het verleden. Hij vertelt dat hij in het achterland woont, in een dorpje in de Veneto. “De meeste Italianen vinden dat Venetië vast bij Italië hoort. Daar denken we hier in de Veneto anders over, laten we zeggen een stuk genuanceerder. Ik ben persoonlijk niet voor afscheiding. Maar Venetië is nu eenmaal Venetië. We willen de ruimte om onszelf te kunnen zijn.”