's Zomers open huis

De zomermaanden zijn moordend voor de schouwburgen. Overal staan ze leeg, vaak al vanaf eind mei tot in de eerste week van september. De fluwelen zetels verzamelen drie maanden lang stof, het podium ligt er verlaten bij. Allemaal verspilde ruimte. Tijdens de langste dagen van het jaar laat het publiek noodgedwongen het theater links liggen, tot in september de avonden weer vroeger vallen.

Maar vlak onder Stuttgart, in de stad Balingen, kan het theater zich in de zomermaanden verheugen op veertigduizend bezoekers. Want de Duitse conservator Roland Doschka heeft een prachtig antwoord gevonden op die leegstand: maak van het theater in de zomer een museum. Sinds 1986 richt hij om het jaar in de schouwburg een wervelende tentoonstelling in. Schilderwerken van Monet, Picasso en Miró vonden zo hun weg naar deze plaats van nog geen dertigduizend inwoners.

Het is een eenvoudige en briljante gedachte. De schouwburg van Balingen, gebouwd in 1981, heeft een Bühne zo breed als in het Amsterdamse Muziektheater. Om de expositie te kunnen inrichten worden de ramen van de foyer met zwarte doeken afgeschermd. De stoelen verdwijnen uit de zaal, een plankier maakt de hellende vloer vlak. Tot aan het podium staan grote witte schotten opgesteld, waaraan de schilderijen hangen. Er komt geen zweem van daglicht binnen. Gang, zaal, foyer en zijbalkons zijn het domein van de schilderkunst geworden. De argeloze bezoeker vergeet dat hij door een theater loopt, zo perfect is de transformatie van schouwburgzaal naar museumruimte. Het gebouw leeft in de zomer uitbundig.

Nu is in Balingen een tentoonstelling van ruim tachtig olieverfschilderijen van Marc Chagall te zien. Doschka heeft een goed oog. Door zijn keuze voor de ontwerpen die Chagall maakte voor opera's en balletten, zoals Strawinksy's L'oiseau de feu en L'Orfeo van Gluck, laat hij zien hoezeer de Russische schilder het theater was toegewijd.

Dit idee smeekt om navolging. Al die maandenlang gesloten theaters zijn een schande. De Stadsschouwburg en het Muziektheater in Amsterdam, in Den Haag de Koninklijke Schouwburg en het Theater aan het Spui, of het Chassé in Breda, ze verbergen allemaal een museum in zich. Stoelen eruit, een opgehoogde vloer en schotten erin, en de schilderijen kunnen getoond worden.

De rijke Chagall-expositie blijft tot half september in Balingen, en het zou zo mooi zijn als die ook in Nederland te zien zou zijn. Volgend jaar misschien, als een theaterdirecteur hier de moed heeft de deuren van zijn schouwburg van mei tot september open te laten.