Republikeinen willen nóg een onafhankelijke aanklager

WASHINGTON, 7 AUG. Terwijl met de getuigenis van Monica Lewinsky een beslissende fase aanbrak in het ene schandaal, speelde gisteren in Washington ook een ander schandaal weer op. De Republikeinen in het Amerikaanse Congres zetten minister van Justitie Janet Reno verder onder druk om nóg een onafhankelijke aanklager te benoemen. Deze zou moeten nagaan of president Clinton, vice-president Gore of andere hoge Democraten de wet hebben overtreden bij de fondsenwerving voor hun verkiezingscampagne van 1996.

De confrontatie tussen Reno en de Republikeinen liep zo hoog op, dat een commissie van het Huis van Afgevaardigden de ongebruikelijke stap zette om de minister “minachting voor het Congres” te verwijten. Dat is een misdaad die bestraft kan worden met een boete van honderd dollar en een jaar gevangenisstraf. Voor het zover komt moet eerst het voltallige Huis van Afgevaardigden echter nog bepalen of Reno inderdaad contempt of Congress verweten kan worden.

Pas in september, na het zomerreces, zal het Huis over de zaak stemmen. En het wordt onwaarschijnlijk geacht dat de Republikeinen het conflict met de populaire Reno een paar maanden voor de tussentijdse verkiezingen verder op de spits zullen drijven. Maar de harde woorden van gisteren gaven wèl aan dat de Republikeinen niet van plan zijn om het schandaal van de illegale fondsenwerving uit de aandacht van het publiek te laten verdwijnen.

Kort voor de verkiezingen van 1996 bleek al dat de Democraten op grote schaal illegale donaties hadden geaccepteerd, onder meer van buitenlandse geldschieters. Vice-president Gore erkende dat hij vanuit het Witte Huis per telefoon potentiële donateurs had benaderd, wat tegen de regels is. En president Clinton bleek zijn China-politiek besproken te hebben met een Indonesische zakenman en geldschieter met grote belangen in China. Anders dan de Whitewater- en Lewinsky-affaires, kan het schandaal van de campagnegelden een schaduw werpen over een eventuele regering-Gore. De huidige vice-president hoopt Clinton als president op te volgen.

Het ministerie van Justitie heeft meer dan 120 agenten en aanklagers met het onderzoek naar de affaire belast. Maar de Republikeinen stellen dat Reno als verantwoordelijk minister een belangenconflict heeft, omdat het onderzoek naar de president leidt, de man die Reno heeft benoemd en die ook kan bepalen of ze aanblijft. Daarom zou ze een onafhankelijke aanklager moeten aanstellen, die de zaak zonder belangenconflict verder kan uitzoeken.

Reno heeft dat tot nog toe steeds geweigerd, ondanks grote druk van de Republikeinen, politieke commentatoren en hoofdartikelenschrijvers (onder meer van de invloedrijke New York Times). Ook twee van haar hoogste adviseurs hebben gepleit voor aanstelling van een onafhankelijke aanklager. FBI-directeur Louis Freeh en Charles LaBella, die de afgelopen maanden hoofd van het onderzoeksteam van justitie was, schreven de minister in geheime memoranda allebei dat ze geen andere keus heeft dan zo'n aanklager te benoemen.

Reno heeft gezegd alles nog eens goed te zullen overwegen, te bespreken met haar staf, en binnen drie weken een besluit te nemen. Maar voor de Republikeinen in de Commissie voor toezicht op de regering is dat niet genoeg. Onder aanvoering van voorzitter Dan Burton sommeerde de commissie Reno om de geheime memoranda over te dragen aan het Congres. Dat zowel Freeh als LaBella verklaarden dat de stukken vooral niet vrijgegeven moeten worden, omdat dat het onderzoek grote schade zou toebrengen, deerde Burton niet.

Reno noemde het opeisen van de memoranda een onacceptabele vorm van politieke inmenging bij een strafrechtelijk onderzoek. En ze hield voet bij stuk toen Burtons commissie met 24 (alle Republikeinen) tegen 19 (alle Democraten) voor een motie stemde, die het Huis van Afgevaardigden aanraadt om Reno minachting voor het Congres ten laste te leggen. Reno zei dat ze de stemming betreurde, maar dat ze niet zwicht voor politieke druk. De Republikeinen geloven dat het juist politieke druk van het Witte Huis is, die haar ervan weerhoudt om een onafhankelijke aanklager aan te stellen.