Pogingen om etsen van Rembrandt te overtreffen

Tentoonstelling: Rembrandt ist mein Gott; 18de-eeuwse Rembrandt-navolgers uit Duitsland en Oostenrijk. T/m 20/9 in het Rembrandthuis Amsterdam. Catalogus (Liesbeth Heenk, Duits- en Engelstalig), ƒ 50,-

Een van de concepten in de kunsttheorie van renaissance en barok is dat van de aemulatio: de navolging van beroemde voorbeelden met als oogmerk die niet alleen te evenaren, maar zelfs te overtreffen. Vooral werken van schilders van de Italiaanse hoogrenaissance vormden vaak het uitgangspunt van creatieve navolgers. Maar ook een Noord-Europese kunstenaar als Rembrandt heeft een dergelijke voorbeeldfunctie gehad. Over zijn invloed op graveurs in Duitsland en Oostenrijk gaat een tentoonstelling in het Rembrandthuis.

Originele prenten van Rembrandt hangen er naast kopieën naar zijn of destijds aan hem toegeschreven werk. Maar ook zijn er voorbeelden van inventievere navolging. Zo koos de Duitser Georg Friedrich Schmidt (1712-1775) een ets met een Zelfportret van Rembrandt als voorbeeld voor zijn eigen zelfportret. Net als de zeventiende-eeuwse meester zit Schmidt in frontale pose, met een burijn in de hand, aan een lessenaar. Schmidt heeft de compositie globaal overgenomen, maar verlevendigd met details als een viool en een sabel aan de muur op de achtergrond, een wijnfles en een glas naast de lessenaar en een doorkijkje naar een boerenhut door het raam.

Eenzelfde anekdotische benadering kenmerkt een prent van Christian Wilhelm Dietrich, naast zijn land- en tijdgenoot Schmidt een tweede hoofdpersoon van de tentoonstelling. Het blad toont hoe pogingen tot waarachtige aemulatio ook jammerlijk schipbreuk kunnen lijden. De compositie van Dietrichs Prediking van de apostel Jacobus gaat in grote lijnen terug op Rembrandts ets Christus verschijnt aan de apostelen. Om over zijn grondige kennis van de traditie geen twijfel te laten bestaan, heeft Dietrich bovendien linksvoor een vrouwenfiguur toegevoegd die is gekopieerd naar een beroemd fresco van Rafael. De klassiek-bevallige pose van deze figuur detoneert volledig met de overige compositie, die in Rembrandts prent nog eenvoudig en krachtig was, maar in die van Dietrich is 'verbeterd' met een kneuterig dorpskerkje tegen de achtergrond van een Zuid-Duits heuvellandschap.

Toch bestond in de achttiende eeuw hoge waardering voor dergelijk werk. Tekenend daarvoor is de ets van een oude man die met zijn hand zijn gezicht beschaduwt. Rembrandt beperkte zich tot een hoofd en liet de prent verder onvoltooid. Een Duitse kunsthandelaar die de koperen etsplaat later in zijn bezit kreeg, gaf Schmidt opdracht de voorstelling in Rembrandts stijl te voltooien. Ook andere werken geven een indruk van de nabootsing van Rembrandts stijl en techniek. In de tentoonstelling zijn prenten te zien waarin achttiende-eeuwse navolgers bijvoorbeeld de droge-naald techniek, waarin Rembrandt uitblonk, hanteren. Ook blijken ze soms diens gewoonte over te hebben genomen om delen van etsen een omfloerste toon te geven, door voor het afdrukken niet alle inkt van de drukplaat af te vegen.

Schmidt en Dietrich hebben Rembrandts stijl en techniek zo nauwkeurig kunnen bestuderen omdat ze zelf collecties van diens prentwerk bezaten. Misschien nog bevoorrechter was de positie van de Oostenrijker Adam von Bartsch, die vanaf 1777 conservator was van verzameling van de keizerlijke Hofbibliotheek in Wenen. Bartsch is een uitzonderlijke figuur in de expositie. Hij is vooral bekend als auteur van het 22-delige standaardwerk Le peintre-graveur. Daarin classificeerde hij het grafisch oeuvre van een groot aantal Europese kunstenaars, onder wie de bewonderde Rembrandt. In de expositie is een blad te zien met getekende figuurstudies naar Rembrandt, en een schetsmatig uitgevoerde prent die volgens het opschrift teruggaat op een tekening van Rembrandt in de Hofbibliotheek. Hoewel de bladen worden gepresenteerd als voorbeelden van op Rembrandt geïnspireerd werk, moeten ze eerder worden opgevat als studies van een onderzoeker uit het tijdperk voor de fotografie.

De specialist zal het thema van de expositie bekend voorkomen: in 1986 organiseerde de Kunsthalle in Bremen de tentoonstelling In Rembrandts Manier, met voorbeelden van Rembrandts invloed op de prentkunst in heel Europa. Het Rembrandthuis richt zich, met een beperkter thema, dan ook nadrukkelijk op een groter publiek. Daarin past ook het initiatief om, ter bevordering van het enthousiasme voor de prentkunst, een aantal etsen van de geëxposeerde kunstenaars in de museumwinkel ter verkoop aan te bieden. De schappelijke prijzen (zo'n 300 à 900 gulden) maken tegelijk duidelijk dat een interessante en onderhoudende expositie van oude kunst niet per se hoeft te bestaan uit peperdure werken.