Pedofiele tbs'er kan vrijkomen na fout OM

ROTTERDAM, 7 AUG. Door een fout van het ministerie van Justitie dreigt de pedoseksueel A. van G., die volgens therapeuten delictgevaarlijk is, vrij te komen. In 1975 was hij veroordeeld tot gevangenisstraf en tbs voor het doden van een achtjarig meisje.

Het ministerie heeft de gegevens van Van G. verkeerd verwerkt in de computer. Daardoor heeft de officier van justitie de verlenging van de tbs te laat aangevraagd. De man had door die fout formeel al vrij moeten komen.

Het openbaar ministerie heeft vrijlating van de man vooralsnog echter voorkomen, door aan de rechter in Zwolle een machtiging te vragen op grond van de wet BOPZ (bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen), die de gedwongen opname regelt van geestelijk gestoorden. De rechter heeft dat toegewezen. De advocaat van Van G., C. Korvinus, heeft gisteren bij de rechtbank in Den Haag onmiddellijke vrijlating geëist van zijn cliënt. Ook eist hij verbod op het gebruik van de BOPZ-maatregel. “De staat misbruikt die wet om de eigen fouten te herstellen”, zegt hij. Korvinus betoogt dat de wet BOPZ niet van toepassing kan zijn op zijn cliënt omdat het een civielrechtelijk instrument is en niet is bedoeld voor personen die een delict hebben gepleegd.

Bovendien stroken de criteria die in de wet staan omschreven volgens hem niet met de situatie waarin Van G. zich bevindt. Zo staat er in de wet dat de rechter een opname kan vorderen of een vrijwillige opname kan verlengen. Dit is volgens Korvinus niet aan de orde omdat hij al is opgenomen. De rechter doet volgende week uitspraak in de zaak.

Van G. kent een lange geschiedenis van incest, ontucht en alcoholmisbruik. Hij heeft tegen zijn behandelaars gezegd dat hij niet weet of hij het verlangen naar jonge kinderen zal kunnen beheersen. De directeur van de Rijksinrichting Veldzicht waar Van G. thans verblijft, adviseerde in juni om de tbs met twee jaar te verlengen. Hij omschrijft Van G. als “onverminderd delictgevaarlijk”.

Pagina 2; Fout na wijziging van wet

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie erkent dat er bij het invoeren van de gegevens van Van G. in een nieuwe computer een fout is gemaakt. Hij wijt de fout onder meer aan verwarring door een wetswijziging. Van G. is in 1986 vijf maanden uit de TBS-kliniek ontsnapt. Onder de vroegere wetgeving liep de TBS-klok tijdens ontsnappingen gewoon door, sinds 1989 wordt de tijd dat patiënten ongeoorloofd afwezig zijn echter weer bij de nog uit te zitten TBS-periode opgeteld.

Hoewel het openbaar ministerie de verlenging van de TBS van Van G. jarenlang op de goede datum heeft aangevraagd, is de TBS-duur bij de invoering van de data in een nieuw computersysteem per ongeluk berekend op grond van de nieuwe wetgeving. Daardoor viel de datum waarop de officier van justitie verlenging van de TBS aanvroeg, vijf maanden te laat uit.

Volgens de woordvoerder van het ministerie heeft de Dienst Justitiële Inrichtingen meteen nagekeken of bij andere TBS-gevallen dezelfde fout is gemaakt. Dit zou niet het geval zijn. Volgens de woordvoerder kon de fout er bij Van G. makkelijker insluipen omdat de man de voorgeschiedenis heeft van een ontsnapping en een nieuwe veroordeling. Door de nieuwe veroordeling - wegens ontucht met een zesjarig meisje tijdens een proefverlof in 1994 - kwam de TBS van Van G. weer een tijdje stil te liggen. “Dat levert uiterst ingewikkelde berekeningen op”, aldus de woordvoerder.

Mocht de rechter volgende week oordelen dat de BOPZ-maatregel terecht is gevorderd, dan heeft de Staat volgens Korvinus nog altijd niet meer dan een tijdelijk lapmiddel. De criteria voor verlenging van een civiele BOPZ-maatregel zijn medischer dan die voor de strafrechtelijke TBS, waar de vraag voorop staat of de patiënt zal recidiveren. Het is volgens Korvinus daarom zeer de vraag of de BOPZ-maatregel voor Van G. de toets van de rechter over een half jaar weer zal doorstaan.

Eind deze maand buigt de rechter zich tijdens een verlengingszitting over het (te laat ingediende) verzoek van de officier van justitie om de TBS van Van G. te verlengen. Korvinus, die zegt al vaker cliënten vrij te hebben gekregen vanwege een foute datum van de verlengingsaanvraag, meent dat de staat in die zaak kansloos is. “Te laat is gewoon te laat.”