Nobelprijswinnaar Birma zweefde op rand van de dood

De Birmese Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi zet haar strijd voor meer democratie in haar land voort.

RANGOON, 7 AUG. Aan het prikbord op de benedenverdieping van Aung San Suu Kyi's vervallen villa in de Birmese hoofdstad Rangoon hangen macabere foto's. Close ups van bont en blauwe lichaamsdelen; een uitgemergeld gezicht. Meestal zit ze gekleed in een brokaatkleurige longyi (de Birmese unisex-wikkelrok) tegenover haar bezoekers, een tropische bloem in het haar, een professionele medialach op het gezicht. Haar verklaringen steekt ze bij zulke gelegenheden af in soepel Oxford-Engels. Maar een week na haar 'gijzeling' door de militaire junta, die Aung San Suu Kyi beantwoordde met een hongerstaking, ligt de inspirator van de Nationale Liga voor Democratie uitgeput in bed. De gebruikelijke sereniteit is geweken. De donkere oogkassen verraden dat haar strijd met legerleider Khin Nyunt (Secretary-1, volgens het aan Orwell herinnerende staatsjargon) het uiterste heeft gevergd. De nacht van haar terugtocht naar de hoofdstad van Birma, geforceerd door tientallen soldaten, kwam het tot een fysieke worsteling met de bewakers. Aung San Suu Kyi werd in feite naar de hoofdstad teruggesléépt. Haar kwetsuren zijn de prijs die ze welbewust betaalt voor een verboden reis naar geestverwanten in de provincieplaats Bassein.

“Toen ik haar slaapkamer binnenkwam en haar gezicht op het kussen zag, dacht ik: dit is een lijk. De wereld weet niet hoe dicht Aung San Suu Kyi vorige week bij de dood is geweest”, zegt een privé-arts van de oppositieleidster. Hij kreeg vorig weekeinde toestemming van de regering om een onderzoek te verrichten naar haar toestand. De medische tests wezen uit dat de patiënte na een verblijf van zes dagen op de achterbank van een auto zonder airconditioning volledig was uitgedroogd. “De temperatuur in die wagen was tegen de veertig graden Celsius, maar San Suu Kyi heeft niet of nauwelijks gegeten en gedronken. Ze ging er vanuit dat ze zou worden gefilmd terwijl ze in het openbaar haar behoefte deed, en dat het bewind die beelden zou gebruiken om haar te vernederen. Als Aung San Suu Kyi haar protest nog één à twee dagen in die omstandigheden had doorgezet, zou zij niet meer te redden zijn geweest. Het is niet haar stijl om er zelf de aandacht op te vestigen, maar ik vind dat de wereld het moet weten: bijna had deze planeet één Nobelprijswinnaar minder geteld.”

Ondanks de activiteiten van Birmese censors, de weigering van het regime om journalisten-visa te verstrekken en de omsingeling door politie en soldaten van de afbladderende koloniale woning aan University Road in Rangoon, was de afgelopen dagen indirect contact met Aung San Suu Kyi mogelijk. De gebeurtenissen blijken de oppositieleidster (die zelfs haar in Engeland woonachtige echtgenoot Michael Aris en haar kinderen niet mag ontvangen) te hebben gesterkt in haar opvattingen. Het tot 1989 socialistische Birma, inmiddels een voornamelijk door China gesteunde vrijemarkteconomie met een vage politieke doctrine ('Eenheid! Stabiliteit! Vooruitgang! Houd van het vaderland en respecteer de wet!'), dient internationaal te worden geïsoleerd, vindt zij.

Pagina 4: 'Aung San Suu Kyi is niet te kraken'

De acht jaar terug democratisch gekozen maar niet geïnstalleerde volksvertegenwoordiging moet eindelijk de kans krijgen om te functioneren, vindt de Birmese Nobelprijswinnaar. Aangezien tachtig procent van de parlementszetels in 1990 toevielen aan de NLD van Aung San Suu Kyi, zou dan op korte termijn kunnen worden besloten tot beëindiging van dwangarbeid, razzia's, marteling van dissidenten, willekeurige executies en gedwongenen verhuizing van honderdduizenden zogeheten sociale lastpakken en destructieve elementen.

Via een koerier laat Aung San Suu Kyi weten dat het respecteren van de mensenrechten in haar ogen 'Priority Number One' is. Andere programmapunten: versmalling van de enorme kloof tussen de rijke elite en de verpauperde onderlaag in Birma, een halt toeroepen aan de grootschalige overheidshandel in drugs (zestig procent van de wereldwijd door junkies gebruikte heroïne is afkomstig uit Birma); herschikking van de begrotingsgelden (ruim de helft van het staatsbudget wordt nu besteed aan het troetelkind defensie, terwijl onderwijs en gezondheidszorg een stiefmoederlijke behandeling krijgen). Verder hebben vele van de 135 onderling oorlog voerende etnische minderheden in het land volgens de Nobelprijswinnaar recht op een zekere mate van autonomie. “Je hoort het”, zegt een kennis die de boodschap van The Lady overbrengt, “Deze mevrouw is niet te kraken.”

Aung San Suu Kyi blijkt op de hoogte van de de zaak-IHC Caland. Het besluit van de Nederlandse onderneming om de junta tegen betaling van enkele honderden miljoenen dollars aan een floating storage platform in olierijke Zuid-Birmese wateren te helpen, stuit haar tegen de borst: “Mijn standpunt is al jaren dat elke vorm van steun aan het militaire bewind neerkomt op sponsoring van onderdrukking en de anti-democratische tendens in mijn land aanwakkert. In moreel opzicht is slechts één opstelling tegenover Birma verdedigbaar: een economische boycot en harde sancties. Pas wanneer de NLD tot een of andere vreedzame regeling komt met de autoriteiten, is het tijd voor investeringen en coöperatie. Die zullen dan leiden tot welvaart voor de gehele bevolking, niet slechts voor een kleine, gefortuneerde groep.”

Aung San Suu Kyi beseft dat zij Westerse regeringen als de Nederlandse niet te vaak de les moet lezen. Toch herhaalt ze haar eerdere geuite oproep dat “gewetensvolle overheden in Europa, de VS en elders al het mogelijke moeten doen om bedrijven die zich gewetenloos opstellen te weerhouden van gedragingen die Birma schade berokkenen”. IHC Caland zou net als Heineken in 1996 de voormalige Britse kolonie de rug moeten toekeren. Niet alleen buitenlandse firma's kunnen beter wegblijven. Zelfs de komst van toeristen en organisaties als Artsen Zonder Grenzen (werkzaam in diverse regio's van het land) acht de Nobelprijswinnaar “op de lange termijn niet in het voordeel van de bevolking”.

Even compromisloos als bevlogen begon Aung San Suu Kyi de afgelopen dagen aan haar lichamelijk herstel. Ondertussen veranderde Rangoon in één grote kazerne. Het anders zo overheersende rood en roze van de boeddhistische monnikspijen in het straatbeeld werd naar de achtergrond gedrongen door het groen, bruin, kaki en blauw van patrouillerende militairen en elite-eenheden van de politie. Voor de Victoriaanse gevels van openbare gebouwen namen zwaarbewapende, gehelmde soldaten plaats. 's Nachts reden kolonnes jeeps en gepantserde wagens de hoofdstad binnen. Voor de poort van legergebouwen verrezen hekken met prikkeldraad, die naderend verkeer nopen tot een langzame slalom.

Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat de herdenking van het bloedbad in 1988 (minstens drieduizend pro-democratie betogers vonden de dood; tallozen worden nog steeds vermist) het komende weekend gepaard zal gaan met nieuw verzet tegen de junta. “Gegeven de overmacht zouden die ongetwijfeld ons leven kosten”, zegt iemand uit de kring rond Aung San Suu Kyi. Zij vraagt de inwoners van Rangoon morgen wel om gekleed te gaan in geel, de Birmese kleur van de vrede. Maar rond 21 augustus zal het erom spannen. Dan loopt het ultimatum af dat de oppositieleidster de militaire leiders heeft gesteld: als tegen die tijd het parlement nóg niet is geïnstalleerd, kunnen stakingen en acties van burgerlijke ongehoorzaamheids uitbreken.

The New Light of Myanmar, opvolger van het vroegere People's Daily, omschreef Aung San Suu Kyi deze week als een “een verraadster, een egoïstische marionet van het nieuwe Westerse kolonialisme, die het Birmese volk onder de armoede-lijn wil drukken, een slechte vrouw die de natie wenst te vernietigen”. Zij is gewaarschuwd dat ze 'een tweede Ngo Dinh Diem' zou kunnen worden - de premier van Zuid-Vietnam die door de VS werd gesteund. In 1963 werd hij vermoord door militairen. Vanaf haar ziekbed deelt Aung San Suu Kyi mee niet bang te zijn, sterker, “nóóit bevreesd te zijn”. “Niemand is in staat mij de gevangene te laten worden van mijn eigen angst.” “Ah hman ta yar te ne do paw ya hmar pe. Op een dag zal de waarheid komen.”