Met weeën per ziekenauto de grens over

De tien Nederlandse neonatologiecentra kampen met plaatsgebrek door een tekort aan gespecialiseerde verpleegkundigen. De tweeling van Elizabeth van Leeuwen (24) uit Gouda kwam daarom op 10 juni ter wereld in Gent.

GOUDA, 7 AUG. “In België gaat het allemaal toch wel heel anders. Een vrouw heeft daar in feite niets te zeggen. De man en de artsen beslissen. Als jij in Nederland aangeeft dat je een medicijn niet meer kunt verdragen, dan gaan ze op zoek naar een oplossing. Dáár is het alleen maar liggen, liggen en blijven liggen.

“Al vanaf week 24 lag ik aan de weeënremmers in het Academisch Ziekenhuis Leiden. In week 28 kwam de maatschappelijk werkster bij mij. Als je kindjes komen is er geen plek voor op de intensive care, zei ze. Het kan zijn dat je naar het buitenland moet.

“Prompt kwamen ze al de dag daarna. Diezelfde avond ben ik overgebracht naar het Universitair Ziekenhuis in Gent. Het was te mistig voor een helikopter, dus ik moest met drie centimeter ontsluiting de ambulance in. De weeënremmers op maximaal. Ik lag alleen maar te bidden dat ze niet in de ambulance geboren zouden worden. Er ging niemand van het ziekenhuis mee, de arts zei dat hij het te ver vond. Heb je weleens in een ambulance een tweeling ter wereld gebracht, vroegen wij aan de ambulancemedewerker. Nee.

“Met zijn draagbare telefoon moest hij onderweg met de douane regelen dat we bij de grens hard door konden rijden. Eigenlijk mag je zo'n telefoon helemaal niet gebruiken bij iemand die aan het infuus ligt, want dat kan op hol slaan. Maar dat risico moesten we nemen, we hadden geen keus. Het enige wat hij verder zei was: puffen! puffen! puffen! Het was kont dichtknijpen en volhouden.

“In Gent heeft het toen toch nog anderhalve week geduurd. Terug naar Leiden kon niet meer, zeiden ze. Ik had elke dag weeën. Mijn man was er niet, want er was daar voor hem geen plek om te slapen. Die is elke dag heen en weer gereden. Een hotel vonden we te duur. Op een gegeven moment is hij op zijn werk gaan slapen; hij is beroepsmilitair en werkt in Bergen op Zoom. Dus dat was iets dichterbij.

“Zoals het daar gaat, dat is raar. We kwamen er binnen met Pinksteren. Alles was gesloten. Dan kun je niets te eten krijgen, ook niet als patiënt. Alleen droge boterhammen van een andere patiënt, en een glaasje water. Voor de rest moet je zelf zorgen. Je hebt een koelkastje, maar dat staat iets van je bed. En het lullige is dat je niet uit bed mag. We hebben de hele kamer verbouwd om te zorgen dat ik toch bij dat koelkastje kon.

“Je mag ook niet naar de wc, dus je hebt een pan nodig. Je krijgt één pan en daar mag je dan de hele dag op zitten. In Nederland komen ze die halverwege nog wel even verschonen. Daar niet.

“Op het laatst heb ik gezegd: Als de weeënremmers nu niet gestopt worden, spring ik van het dak af. Maar ze deden het niet. Toen zijn op 10 juni toch spontaan de vliezen gebroken. Nou ja, spontaan. Eigenlijk was het een foutje van het infuus.

Pagina 3: In godsnaam niet naar Gent

“Als je lang aan het infuus ligt raken je aderen verstopt. Ik voelde dat dat gebeurde, het stroomde mijn hand in in plaats van mijn ader. Dat heb ik gemeld bij de artsenronde. Toen wilden ze een centraal infuus inbrengen, maar dat moet operatief en de operatietafel was bezet. Om half vier kwam het telefoontje dat hij vrij was. Om drie uur waren de vliezen gebroken.

“Dan ga je bevallen in van die oude, ijzeren stijgbeugels. Er waren ontzettend veel mensen bij. Verpleegsters, leerlingverpleegsters, gynaecologen, leerling-gynaecologen, kinderartsen. Mike, mijn man, is op een gegeven moment gaan tellen. Hij kwam tot twintig. In Nederland zijn het er hooguit vijf. Zelf kon hij er nauwelijks bij komen.

“Op 16 uur 47 kwam de eerste. Die werd meteen weggebracht, zonder dat ze iets zeiden. Wat is het, vroegen wij. Maar er werd gewoon niets gezegd. We wisten van eentje al dat het een jongetje was, maar van de ander was het niet zeker. De tweede kwam om 16 uur 50. Kevin, de eerste, is geboren met veertig centimeter en 1.310 gram. Mitchel was 37 centimeter en 1.107 gram.

“Dan wil je eigenlijk je familie bellen. Ze hebben daar wel telefoons, maar die werken op kaarten waarmee je niet naar Nederland kunt bellen. Wij hadden een zaktelefoon, maar daarvoor moest je buiten staan. Toevallig belde mijn moeder net een paar minuten na de bevalling. Die wist toen nog niet eens dat de bevalling was begonnen. Wat krijgt ze te horen van een verpleegkundige? Proficiat, je bent oma geworden van twee jongens. Toen pas werd ze doorgeschakeld naar mij. Dat is niet leuk.

“Na de bevalling hebben de kinderen en ik daar nog zes dagen gelegen. In België mag je couveusekinderen niet aanraken. Je mag alleen een keer per dag het handje vasthouden. Dat deed ik 's avonds, als mijn man er was. In Nederland mag het kind vanaf het begin een half uur per dag op de borst. 'Kangoeroeën', noemen ze dat.

“Mijn ouders en schoonouders zijn gekomen. Mijn ouders hebben mijn oma en zus meegenomen. Verder is er niemand geweest. Dat is gewoon niet te doen, veel te ver. Voor de kinderen was het gigantisch goed daar, dat moet ik wel zeggen. Dat was een hele nieuwe afdeling. Ik lag aan de oude kant.

“Op een gegeven moment kregen we te horen dat de kinderen de volgende dag naar Leiden konden. Maar daarna kreeg ik nog een gesprek met de gynaecoloog. Het bleek dat ze een hele placenta vergeten hadden weg te halen. Ik moest nog een curettage ondergaan. Mijn man wist van niets. Hij kwam mij ophalen en werd de operatiekamer binnengesleept. Kijk, daar ligt je vrouw. Hij schrok vreselijk. Ik verloor veel bloed en raakte op een gegeven moment bewusteloos.

“'s Nachts kreeg mijn man te horen dat de kinderen toch niet naar Nederland konden omdat ik niet meeging. Ik moest nog een bloedtransfusie krijgen. Daar heeft hij toen vreselijk heisa over geschopt, want die plaats in Nederland ben je zo weer kwijt. Uiteindelijk konden we toch alledrie gaan. In twee aparte auto's. De kinderen vertrokken drie kwartier voor ons. Dat was heel eng.

“In Leiden gebeurde er eerst anderhalf uur niets. Ik lag daar maar in een kamertje. Toen kwam er een arts binnen, helemaal ingepakt. Wat gebeurt er nu, dacht ik. Alle deuren gingen dicht. Je bent in quarantaine, zei de arts, en je kinderen moeten ook in quarantaine. Om besmetting door een ziekenhuisbacterie te voorkomen. Niemand had ons daar van tevoren iets over verteld. Het betekende dat ik de kinderen zeven dagen niet zou kunnen zien. Toen ben ik echt helemaal ingestort. Ik moest gigantisch huilen en ik dacht: Dit is het. Het hoeft van mij allemaal niet meer.

“Uiteindelijk hebben ze me na overleg met de artsen toch naar huis gestuurd. Zonder bloedtransfusie. Mijn man heeft zich ziek gemeld om voor mij te zorgen. Hij kon het allemaal ook niet meer aan. Ik moest plechtig beloven dat ik maar een keer per dag naar het ziekenhuis zou gaan. Anders was het voor mij te veel. Om bij de kinderen te komen moest ik me omkleden in een sluis, een mondkap en schort voordoen, handschoenen aan en ontsmetten. Die middag heb ik ze voor het eerst op de arm gehouden. Toen waren ze bijna een week.

“Op 1 juli zijn ze naar Gouda gegaan. Kevin kwam vorige week vrijdag naar huis. Mitchel is nog in het ziekenhuis, zijn gewicht is te laag.

“Nu hebben we nog de papieren rompslomp. Pas kwam de rekening voor zes dagen Gent na de bevalling: Veertienduizend gulden. Voor de kinderen kostte dat 7.500 gulden per kind. De verzekering vroeg of ik het even voor kon schieten, want zo gaat dat bij behandelingen in het buitenland. Maar dat geld heb je gewoon niet. Gelukkig is dat nu opgelost.

“We moeten ze ook nog hier bij de burgerlijke stand zien te krijgen. Inmiddels weten we hoe dat moet. We moeten de papieren ophalen in België en dan naar Den Haag rijden. Dan krijg je de aanvraag om bij de burgerlijke stand in Nederland te komen. Dat duurt zes maanden. En we moeten ze in Gouda aangeven omdat ze hier niet in het entregister staan.

“Ik heb een lange weg moeten gaan. Wegens een ziekte was dit mijn enige kans om zwanger te worden en het is gelukt. De kinderen zijn kerngezond. Maar ik heb in Leiden wel gezegd: Als jullie weer iemand naar het buitenland sturen, dan in godsnaam niet naar Gent.”