Joost Kleppes 'Tweede Reis' hartstochtelijk

Opera: De tweede reis, van Joost Kleppe naar Jacob Israël de Haan. Door Internationaal Operacentrum Nederland in samenwerking met Gay Games. Met: Bart Driessen, bas, en Jan Willem Baljet, bariton, en leden van het Artemis Kwartet. Regie: Wim Trompert. Decor: Paul Elich. Gezien 6/8 Felix Meritis Amsterdam. Herhaling 7 en 8/8 aldaar.

In Offenbachs Orfeus in de onderwereld speelt de titelheld zijn vrouw zijn nieuwste vioolconcert voor. “Het is het absolute hoogtepunt in de kunst en duurt maar een kwartier”, zegt hij. Orfeus' gade reageert wanhopig: “Erbarmen, een kwartier!”

Het kan niet ontkend worden, nieuwe muziek valt niet in de gratie bij het grote publiek. Er is nu eenmaal muziek die op de luisteraar afkomt en muziek waar de luisteraar zelf naartoe zal moeten komen. Joost Kleppe, een voormalige leerling van Tristan Keuris, schrijft muziek die tot de eerste categorie behoort. Zoveel werd duidelijk bij de première van zijn De tweede reis, een kameropera naar Jacob Israël de Haan, die gisteravond een dankbaar onthaal kreeg in Felix Meritis. Kleppes klankwereld verbergt weinig geheimen, is nogal eendimensionaal van karakter, heel direct en levert uitstekend zingbare partijen op. Zelfs de viool in het begeleidend strijktrio 'zingt' als in een gevoelig vioolconcert. De hartstochtelijk bewogen stijl, hunkerend als een Debussy, herinnert aan die van Jeff Hamburg, al is Kleppes muziek veel minder complex.

Regisseur Wim Trompert selecteerde vijftig van de 931 kwatrijnen van Jacob Israël de Haan (1881-1924). Ze ontstonden in Palestina, waar de Haan in 1919 belandde als correspondent van het Algemeen Handelsblad. Kort voordat hij naar Europa terug zou keren, werd hij op 30 juni 1924 vermoord. Waarschijnlijk gaf Israels eerste president Jitschak Ben Zwi de opdracht om De Haan te liquideren.

Toen De Haan in Palestina arriveerde was hij extreem rechts, daarna werd hij radicaal links en wenste hij de joden te laten leven onder arabisch bestuur. Deze gegevens, de reis naar Palestina en de strijd tussen joden en arabieren komen echter slechts zijdelings ter sprake. Wel spelen joodse en arabische elementen een belangrijke rol in de muziek.

Het werkelijke onderwerp is de schrijver die worstelde met zijn homoseksuele geaardheid. Dat blijkt alleen al uit de titels van scènes: Onrust, Heimwee, Introspecties, Een lot. De Haan kwam uit een streng orthodox milieu waarin homoseksualiteit eenvoudigweg onbespreekbaar was. Niettemin had hij al in 1904 als 23-jarige in zijn naturalistische sleutelroman Pijpelijntjes de problematiek aan de orde gesteld. Het 'onzedelijke' boek leidde tot zijn ontslag bij Het Volk.

De bundel Kwatrijnen uit De Haans laatste levensjaar is een soort reisdagboek in rijm en getuigt van een wanhopige zoektocht naar verlossing. Zo komt de auteur tot een 'tweede reis' in een afdaling naar de onderwereld, de wereld van zijn innerlijk. Figuren als de matroos, die hij op zijn reis ontmoet, en zijn Marokkaanse vriend worden personificaties van zijn worsteling.

De regie belicht het conflict tussen God en zindelijkheid, waar het zich allemaal op toespitst, uiterst sober. Vaak overheerst een tableau vivant-stijl met als enig hoogtepunt het aan- of uittrekken van een jasje. Ook decor en setting herinneren sterk aan Pierre Audi's voorkeur voor strakke eenvoud en elementaire uitvergroting. Elementair in neoromantische zin is ook de muziek, die met grote inzet wordt vertolkt, maar ook nogal overspannen in een soms dol makend vibrato. Werkelijk kamermuzikaal is Kleppes opera dan ook niet, het strijktrio klinkt als een gemutileerd strijkorkest. Voor de bewogen scènes kan men respect opbrengen, niet voor de overdosering en het te zoetelijke slot dat als een anticlimax werkt.