Israelische economie zakt steeds verder weg in een diepe crisis

De Israelische Vereniging van Industriëlen luidt de noodklok over de nationale economie. De werkloosheid blijft stijgen. Een klein lichtpuntje was gisteren de renteverlaging door de Israelische centrale bank. Met uitzondering van de hightech-sector zakt de Israelische economie weg in een diepe crisis.

TEL AVIV, 7 AUG. Op het David Ben Goerion-vliegveld bij Tel Aviv is het deze dagen drukker dan ooit. Meer dan zeshonderdduizend Israeli's verdringen zich in de te kleine ruimte voor de balies van de vliegmaatschappijen om na tijdrovende veiligheidsprocedures nog op tijd het vliegtuig te halen.

Ogenschijnlijk is deze uittocht om “lucht te happen”, zoals wordt gezegd, een teken van welvaart. De werkelijkheid is anders en met de dag schrijnender. De Israelische economie, met uitzondering van de bloeiende hightech-sector, zakt langzaam maar heel zeker in een diepe crisis weg. In de eerste helft van dit jaar nam de hightech-export nog met 18 procent toe ten opzichte van dezelfde periode in 1997 en bereikte een waarde van over de drie miljard dollar.

Indien de Likud-premier Benjamin Netanyahu er niet in slaagt het tij te keren komt volgens berekeningen van de Israelische Vereniging van industriëlen de werkloosheid dit jaar al op 10,4 procent en zal de groei van de economie met 1,1 procent de laagste zijn in 32 jaar.

Tegen deze sombere achtergrond vliegen er meer Israeli's dan ooit deze maand naar Rhodos, Turkije en andere nabijgelegen goedkope bestemmingen. De reden ligt voor de hand en is een rechtstreeks gevolg van het buitengewoon orthodoxe financieel-economisch beleid: het is daar namelijk veel goedkoper dan een vakantie in een hotel aan de vervuilde Israelische Middellandse Zee-kust.

Extreem hoge rente heeft de koers van de shekel, de Israelische munt, de afgelopen twee jaar ten opzichte van de dollar onnatuurlijk hoog gehouden. Met een zo sterke en bijna volledig inwisselbare munt is het nabije buitenland, waar de levensstandaard vele malen lager ligt dan die in de joodse staat, verleidelijk goedkoop. Het hoge rentepeil, waarmee de machtige directeur van de Bank van Israel, Yacob Frenkel, de economie in de houdgreep heeft genomen om de lang door inflatie geplaagde staatshuishouding op de wereldeconomie af te stemmen, is volgens vooraanstaande economen en industriëlen een van de voornaamste redenen van de economische terugval. De inflatie is door Frenkel tot rond de vier procent per jaar teruggedrongen.

De industriëlen beweren dat dit op zichzelf prijzenswaardige resultaat de economische groei heeft verstikt. Ze verwijten de directeur van de Bank van Israel dat hij als een stier achter de rode lap van de inflatie heeft gehold, zonder voldoende oog te hebben gehad voor de negatieve uitstraling van zijn beleid op de economische groei. Helemaal ongevoelig is Frenkel niet voor deze kritiek. Hij laat het rentepeil echter tergend langzaam zakken, met soms 0,3 procentpunt per maand. Het verschil tussen de veel lagere inflatie en rente blijft echter vrijwel constant, zodat vooral de industriëlen over de hoge rente blijven klagen. Gisteren verlaagde de centrale bank het belangrijkste geldmarkttarief met 1,5 procentpunt tot 9,5 procent, een lichtpuntje voor de regering-Netanyahu.

De 'Aziatische crisis' laat zich ook voelen en werpt de groei van de economie dit jaar met ten minste één procent van het bnp terug. Steeds grotere 'politieke' investeringen in het nederzettingenbeleid en in de religieuze sector hebben volgens economen ook een remmende invloed op de economie. Moeilijker meetbaar is het effect van de crisis in het Israelisch-Palestijnse vredesproces op de economie. Dit debat kan in Israel niet objectief worden gevoerd. Premier Benjamin Netanyahu verwerpt de stelling dat Israel onder zijn vermoorde voorganger Yitschak Rabin bloeide als gevolg van het akkoord van Oslo en het vredesverdrag met Jordanië.

Deze Israelische leider gelooft niet in de economische vruchten van de vrede. Achter de 'veiligheidsgrenzen' van de status quo, zonder een vrede die hij als illusoir beschouwt, is Israel volgens Netanyahu niet alleen veiliger maar ook in economisch opzicht beter af. Oppositielid Avraham Shohat, de minister van Financiën onder Rabin, zit hoog te paard, nu de cijfers de economische politiek van Netanyahu en Frenkel in het ongelijk stellen. Werden ten tijde van zijn ministerschap, van 1992 tot 1996, geen 500.000 nieuwe banen geschapen?Werden de massaal toestromende immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie niet koninklijk gehuisvest en tewerkgesteld? En liep de werkloosheid onder deze extreme omstandigheden niet terug van 12 naar 6 procent? Groeide de economie in die jaren van hoop op vrede niet met zes à zeven procent per jaar?

Netanyahu trekt zich van deze kritische vragen niets aan. Gewoontegetrouw schuift hij de verantwoordelijkheid voor de 'mitoen' (economische crisis) door naar het bij de verkiezingen van 1996 verslagen socialistische bewind. “Misdadigers” noemde hij onlangs de ministers en economen die toen aan de touwtjes trokken. Misdadigers, omdat ze de economische groei stuwden met naar zijn zeggen gigantische begrotingstekorten.

Het debat over de schuldvraag zal ongetwijfeld feller worden naarmate over de Palestijnse kwestie, de economische problematiek of een combinatie van beide zwaarwegende problemen in de verkiezingsstrijd sterker zal worden gestreden. Netanyahu begrijpt dat de naar recordhoogte oplopende werkloosheid, meer dan de Palestijnse kwestie, bij de verkiezingen een einde kan maken aan het nieuwe tijdperk dat werd ingeluid toen hij in 1996 de eerste rechtstreeks gekozen premier werd.

Bij de regering komen plannen op tafel om met forse investeringen in de nationale infrastructuur de economie uit het dal te tillen. Op de begroting is echter geen of nauwelijks ruimte voor verdere bezuinigingen om dergelijke plannen te financieren. Zelfs de minister van Defensie, Yitschak Mordechai, moet het Iraanse raketgevaar scherp in de nationale focus plaatsen om enkele miljarden voor verhoging van de defensiebegroting los te kunnen peuteren. Yacob Frenkel, die als een door het IMF gewaardeerde econoom op zijn internationale prestige let, voelt er niets voor naar het pijpen van Netanyahu te dansen en tot snelle verlaging van de rente over te gaan.

Wat dan wel? Zal Netanyahu door de politieke omstandigheden worden gedwongen de door hem verguisde Keynes weer te omarmen en zijn orthodoxe economische opvattingen te laten varen? Verkiezingseconomie is een overbekend thema in de Israelische politiek. Likud en de Arbeidspartij hebben zich er in het verleden schuldig aan gemaakt.

Het te snel loslaten van de remmen die Frenkel op de economie heeft gezet kan volgens economen echter een rampzalige effect hebben. Drastische renteverlaging zou vermogende inwoners die in de afgelopen jaren op de hoge rente zijn afgekomen, kunnen aanzetten tot export van miljarden dollars en tot een aanzienlijke devaluatie van de shekel kunnen leiden: het zogenoemde Azië-syndroom. Verstoring van het laag gehouden begrotingstekort dreigt het inflatiespook weer los te laten.

“Maak vrede met de Palestijnen. Herstel het optimisme ten tijde van Rabin en Peres zodat de buitenlandse investeerders (en toeristen) weer terugkomen. Dat is het recept voor economisch herstel”, zei de Shohat, oud-minister van Financiën, deze week. Er zijn geen nog geen tekenen dat Netanyahu het zo wil en kan zien.