Indonesië trekt troepen terug uit Atjeh

BANDA ACEH, 7 AUG. De chef-staf van de Indonesische strijdkrachten, generaal Wiranto, heeft vanmorgen aangekondigd dat de militaire operaties in Atjeh, een provincie in het uiterste noorden van Sumatra, zullen worden beëindigd. Alle gevechtstroepen zullen worden teruggetrokken uit deze provincie, die aan het begin van de jaren negentig het toneel was van een separatistische guerrilla.

Wiranto maakte dit bekend tijdens een bezoek aan Atjeh. Volgens een woordvoerder van het militaire hoofdkwartier in Jakarta gaat het slechts om een “routine-inspectie van de legereenheden” in de Sumatraanse provincie. De Indonesische minister van Justitie, Muladi, zei gisteren evenwel dat Wiranto in Atjeh is om recente berichten na te trekken over massagraven in de provincie.

Volgens de afdeling-Atjeh van de alom gerespecteerde Stichting voor Rechtshulp (LBH) zijn op verschillende plaatsen in Atjeh tien massagraven ontdekt. In de jaren 1991-1993 traden commando's van het Indonesische leger keihard op tegen strijders van de beweging Aceh Merdeka (Vrij Atjeh). Die ijvert voor afscheiding van de provincie, die rijk is aan aardgas.

De LBH zegt dat in de graven de lichamen zijn bijgezet van honderden Atjehers die door het leger zijn gedood tijdens militaire operaties tegen de beweging Vrij Atjeh. Zowel de gouverneur van Atjeh als een onderzoekscommissie van het Indonesische parlement hebben eerder om beëindiging gevraagd van alle militaire operaties in de provincie.

Tijdens een ontmoeting met plaatselijke bestuurders trok generaal Wiranto het boetekleed aan. “Namens de Indonesische strijdkrachten”, zei 's lands hoogste militair, “bied ik het volk van Atjeh excuses aan, indien u te lijden hebt gehad van militaire operaties.”

Indonesië heeft vorige maand honderden soldaten teruggetrokken uit de omstreden provincie Oost-Timor, waar het leger eveneens wordt geconfronteerd met een afscheidingsbeweging. De troepen zijn teruggetrokken als onderdeel van de jongste pogingen van de nieuwe Indonesische president, B.J. Habibie, om door middel van ruimere autonomie de spanningen in het eilanddeel te verminderen en een definitieve politieke regeling te treffen voor de toekomst van Oost-Timor. (Reuters)