Groei economie meer dan voorzien

DEN HAAG, 7 AUG. De economie groeit dit jaar volgens het Centraal Planbureau (CPB) met 4 procent. Het financieringstekort zal 1,3 procent van het bruto binnenlands produkt bedragen.

Deze nog vertrouwelijke cijfers zijn gunstiger dan die van de vorige rapportage van het CPB op 15 juni van dit jaar. Toen ging het CPB nog uit van een groei van 3,75 procent en een tekort van 1,5 procent.

Tegelijk met de gunstige cijfers van het CPB publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dalende inflatiecijfers. Ten opzichte van een maand eerder is de inflatie in juli gedaald met 0,2 procentpunten, naar 2 procent. De gematigde huurstijging is volgens het CBS de voornaamste oorzaak van deze daling. In juni was de gemiddelde inflatie voor de EU-landen 1,6 procent.

Het CBS kwam in juli van dit jaar ook met economische groeicijfers. In het eerste kwartaal van dit jaar bedroeg die 4,3 procent. De door het CPB voorspelde economische groei staat in een stuk voor het nieuwe kabinet dat als een tussenstand geldt voordat op Prinsjesdag de jaarlijkse Macro Economische Verkenning (MEV) wordt gepubliceerd. Deze MEV vormt de basis voor de begroting.

Het is acht jaar geleden dat de economie zo sterk groeide. In 1990 werd een percentage bereikt van 4,1 procent, het jaar daarvoor groeide het bruto nationaal produkt met 4,7 procent.

Met het voorspelde percentage voor het financieringstekort van 1,3 procent, komt dit cijfer dit jaar al uit op een niveau dat het nieuwe kabinet volgens eerdere CPB-berekeningen in het jaar 2002 zou halen.

De daling wordt veroorzaakt door geringere uitgaven van lagere overheden en incidentele meevallers.

Volgend jaar daalt volgens het CPB dit tekort nog verder naar 1,2 procent. In het regeerakkoord is afgesproken dat zolang het financieringstekort boven de 0,75 procent ligt, meevallers voor driekwart gebruikt zullen worden voor een verdere reductie van dat tekort. Het overige kwart wordt besteed aan lastenverlichting. Bij een lager percentage geldt een fifty-fifty verhouding.

In het regeerakkoord wordt uitgegaan van een lastenverlichting van 4,25 miljard gulden. Daardoor kan volgens het CPB de koopkracht van werknemers toenemen met gemiddeld 1 procent per jaar, meer dan in de jaren van het eerste Paarse kabinet, 1995 tot 1998. Daarbij gaan kabinet en CPB wel uit van een behoedzaam scenario waarbij de economische groei 2,25 procent bedraagt.

Bij een koopkrachtstijging van 1 procent hoort volgens het CPB een gematigde contractloonstijging van 1,5 procent per jaar.