Die dekselse Herman

Rock 'n' Roll Junkie, Ned.3, 22.56-0.28u.

Het kan best zijn dat hij 'een spoor van vernieling' heeft achtergelaten, zegt Herman Brood in de film Rock 'n' Roll Junkie, maar hij kan het zich niet veroorloven lang bij die gedachte te blijven stilstaan. Een mens kan niet altijd zo'n modderschuit achter zich aantrekken, anders komt hij nooit meer tot iets nieuws. Hij schudt alles meteen van zich af, want 'pas dan kunnen wij stijgen'.

Ongetwijfeld heeft Brood ook die film van vier jaar geleden, die vanavond door de VPRO wordt uitgezonden in de bezienswaardige zomerreeks Rock movie nights, allang uit zijn hoofd gezet. En misschien is dat ook maar het beste. Maar kort na de première, die voornamelijk gemengde gevoelens had opgeleverd, was hij nog wel bereid daaraan zijn eigen observaties toe te voegen. “Het is natuurlijk ruimschoots geslaagd om het clichémannetje te bevestigen,” zei hij, “maar of men er ook in slaagt om nog iets daarachter te laten zien? Als je een film maakt die alleen maar het bestaande idee van sex, drugs en rock & roll bevestigt, dan lijkt me dat zo sneu... Wie zit daar nu op te wachten?”

Vaak wekt Brood de indruk dat hij zijn uitlatingen aanpast aan het moment en aan de interviewer - en vaak ook ben ik bang dat hij door een voortijdige black-out het eind van de zin niet zal halen - maar in dit geval sloeg hij de spijker op de kop. Hij loopt door de film als het clichémannetje dat hij is geworden: altijd goed voor een openhartig praatje over zijn drugsgebruik (al vijftien jaar lang twee gram speed per dag, zegt hij hier), altijd in voor een aardigheidje (een stukje action painting, een aardig praatje met mensen op straat), nooit te beroerd om met een nieuw vriendinnetje te pronken en onaangedaan als anderen - zoals een paar van zijn ex'en - iets van zijn vuile was buiten hangen. Maar over zijn muziek en zijn decoratieve kunst gaat het nauwelijks.

Rock 'n' Roll Junkie is, blijkens de titels, een film zonder regisseur. In de aftiteling wordt althans niemand in die functie vermeld. Als makers gelden in gelijke mate de producent, de cameraman, de geluidsman en de redacteur. Hoewel die laatste (Jan Eilander) in de publiciteit meestal toch als regisseur werd vermeld, was dat dus blijkbaar niet de bedoeling.

Wie de film ziet, kan zich daar ook wel iets bij voorstellen. Rock 'n' Roll Junkie is, om kort te gaan, een ongeregisseerde film: een allegaartje van cinéma vérité volgens het Pennebaker-procédé, ruig gefilmde en gemonteerde concertopnamen, het snelle reportagewerk van de gemiddelde actualiteitenrubriek en een reeks strak gekadreerde interviews zoals in een traditioneel tv-portret van een kunstenaar. En veel lijn zit er niet in.

Na de verplichte jeugdverhalen, en een paar herinneringen aan de jonge Herman als jeugdig delinquent, komen we al gauw terecht in het heden van 1994. 's Mans muzikale inspiratiebronnen - en bijvoorbeeld zijn niet onbelangrijke incubatietijd bij Cuby & the Blizzards - blijven geheel buiten beschouwing. Niet de muzikant of de beeldend kunstenaar worden geportretteerd, maar de mens. Maar de vraag is, of de mens Brood, na de enorme overexposure die hij zich heeft laten aanleunen, nog wel zo interessant is om anderhalf uur bij te verwijlen. Zeker niet als het relaas niet veel verder gaat dan: die dekselse Herman - wat een rotjoch, en toch kun je nooit lang kwaad op hem blijven.

Ergens in de film duikt ook een ontmoeting op met een extravagante vriendin van vroeger: Nina Hagen. Na hun omhelzing, na vele jaren, is het hernieuwde samenzijn nogal wezenloos, maar opeens moest ik weer denken aan de film Cha Cha uit 1979, waarin de twee in min of meer romantische verstrengeling de hoofdpersonen waren. Eén grote chaos was dat, een zootje ongeregeld van rare bedenksels, beelden uit de grote-stads-jungle en concertopnamen waarmee regisseur Herbert Curiël destijds niet veel eer inlegde.

Nu wordt echter duidelijk dat die film de basis heeft gelegd onder de status van Brood als bekende Nederlander. Voordien was hij een rocker voor een rock-publiek die af en toe ook een spuitbusschilderijtje maakte. Na die film, en het begeleidende gebabbel over de Brood & Hagen-romance in de bladen, begon de legendevorming. Misschien was het vandaag aardiger geweest terug te grijpen naar Cha Cha - in elk geval heeft Curiël nooit gepretendeerd, dat hij een serieus portret van een icoon had gemaakt.