Congolese rebellen veroveren oliehaven; Kabila: 'oorlog tegen agressie Rwanda'

KINSHASA, 7 AUG. Opstandige eenheden van het Congolese leger hebben zich meester gemaakt van een oliehaven en een marinebasis aan de Atlantische kust. Na de val van de oostelijke steden Goma, Bukavu en Uvira beschikken de rebellen nu ook over een steunpunt in het westen van Congo.

Volgens een woordvoerder van de Belgische oliemaatschappij Petrofina zijn de strategische oliehaven Muanda, aan de monding van de rivier de Congo, en de nabijgelegen marinebasis Banana sinds woensdag in handen van opstandige legereenheden. In Muanda staan olie-installaties, waaronder een raffinaderij, van Petrofina, het Congolees-Italiaanse SOCIR en het Amerikaanse Chevron. De marinebasis Banana beheerst de toegang tot de rivier de Congo en de meer landinwaarts gelegen havenstad Matadi, de hoofdstad van de provincie Beneden-Congo.

Gisteren zouden troepen die Congo's president Kabila trouw zijn gebleven de tegenaanval hebben ingezet op de rebellenposities in Muanda, maar volgens de woordvoerder van Petrofina is die afgeslagen. Vanmorgen noemde de staatsradio in de hoofdstad Kinshasa de “veligheidssituatie in Muanda zorgwekkend”. De telefoonverbindingen met het oliestadje zouden zijn verbroken.

De jongste acties van de opstandelingen in het westen bedreigen de olie- en voedselaanvoer naar Kinshasa. Woensdagavond heeft de Kabilagetrouwe legerleiding versterkingen, uitgerust met tanks, naar Matadi gestuurd. Gisteravond kwamen er nog onbevestigde berichten dat ook Matadi in handen zou zijn gevallen van rebellerende eenheden. President Kabila heeft gisteren zelf toegegeven dat de militaire commandant van Matadi, majoor Kabasele, is overgelopen naar de rebellen.

In de oostelijke provincies Noord- en Zuid-Kivu, waar de militaire opstand maandag begon onder legereenheden bemand door Banyamulenge (Congolese Tutsi's van Rwandese herkomst), die worden gesteund door troepen uit het buurland Rwanda, zijn de belangrijkste steden, Goma, Bukavu en Uvira, in handen van de rebellen. In Kisangani, de hoofdstad van de Oostprovincie, wordt nog steeds gevochten om het strategische internationale vliegveld. Volgens de staatsradio staat het regeringsleger in Kisangani tegenover “Rwandese soldaten die weigeren terug te keren naar hun land”. De muiterij onder Tutsi-troepen in Oost-Congo begon nog geen week nadat Kabila had bevolen dat alle Rwandese troepen, die hem vorig jaar aan de macht hielpen, het land moesten verlaten.

Hoewel in het verre oosten en in het uiterste westen van Congo in snel tempo steden in handen vallen van opstandige militairen, sprak president Kabila gisteren, tijdens zijn eerste publieke optreden sinds het uitbreken van de opstand, van “tijdelijke tegenslagen, die horen bij het begin van een oorlog”. Hij beloofde zijn landgenoten “een langdurige volksoorlog tegen de Rwandese invallers”. Kabila, strijdlustig en ontspannen, wees het denkbeeld van een binnenlandse opstand, wortelend in Congolese tegenstellingen, van de hand en repte van “Rwandese agressie en een wijdvertakt complot van Rwandese Tutsi's”. “Ik zie Rwanda deze oorlog niet winnen”, zei Kabila, “zelfs niet als hij lang gaat duren. We zijn een groot volk dat niet zal buigen voor een klein landje als Rwanda”. De president kondigde aan dat hij zal deelnemen aan de topconferentie over het gebied van de Grote Meren, die zaterdag zal worden gehouden in Zimbabwe. Daar zal hij “de terugtrekking eisen van de Rwandese troepen uit ons land”.

Een woordvoerder van de Rwandese regering, die nog steeds formeel ontkent dat haar troepen zijn betrokken bij de gevechten in Congo, beschuldigde Kabila er gisteren van dat hij “milities van massamoordenaars” uit Rwanda steunt, uitrust en traint. Hij doelde op fanatieke milities van Rwandese Hutu's die zich schuldig hebben gemaakt aan massamoord op Rwandese Tutsi's in 1994 en zich sindsdien schuilhouden in Oost-Congo.

Naar schatting vijfduizend aanhangers van Kabila marcheerden gisteren door de straten van Kinshasa. Zij riepen anti-Rwandese leuzen en eisten beëindiging van de Tutsi-revolte. Voorop liepen de gouverneur van Kinshasa en de populaire zanger Tabu Ley Rochereau. Boze betogers sloegen een westerse journalist en riepen dat alle blanken Congo dienen te verlaten. (AFP, AP, Reuters)