Bruinrot zorgt voor strop van 15 miljoen

DEN HAAG, 7 AUG. Ongeveer tweehonderd aardappeltelers hebben sinds begin juli in totaal tussen de tien en vijftien miljoen gulden schade geleden door de aardappelziekte bruinrot. Het is niet uitgesloten dat de schade nog verder oploopt, als meer bedrijven besmet blijken te zijn.

Het ministerie van Landbouw, de Plantenziektenkundige Dienst (PD) en de federatie van land- en tuinbouworganisaties, LTO-Nederland hebben gisteren afgesproken alles in het werk te zullen stellen om de oorzaken van de besmetting te achterhalen. Om te beginnen wordt onderzocht of de toetsing op bruinrot op de juiste wijze is uitgevoerd en of de steekproef betrouwbaar is geweest.

De bacterie die de bruinrot veroorzaakt is inmiddels in zeker drie en waarschijnlijk vier zogenoemde pootlijnen geconstateerd. Die zijn geleverd aan zo'n tweehonderd bedrijven. Bij de reguliere toetsing is niet aan het licht gekomen dat het om besmette rassen ging.

Het is onduidelijk hoe de bacterie onopgemerkt door de toetsing heen is gekomen. “Voorlopig weet niemand het antwoord”, zegt voorzitter A. Maarsingh van de vakgroep akkerbouw van LTO. “De toets is betrouwbaar. Dat blijkt uit de 180.000 monsters die de afgelopen jaren zijn genomen. We zijn er pas achtergekomen toen de aardappelen al weer bij andere bedrijven in de grond zaten. We moeten uitzoeken waarom het in vier gevallen fout is gegaan.”

Nadat in 1995 door dezelfde bacterie in totaal voor ruim twintig miljoen gulden aan schade werd aangericht, leek de bruinrot goeddeels te zijn uitgeroeid.

Na die epidemie heeft driekwart van de telers zich aangesloten bij een speciaal daarvoor opgericht waarborgfonds. Van de getroffen bedrijven is dertig procent echter niet verzekerd tegen de ziekte.

De bacterie is moeilijk te bestrijden. Normaal gesproken kan een boer voorkomen dat de ziekte zich verspreidt door niet meer met oppervlaktewater te beregenen.