Blair ambieert mondiale militaire rol

Columnist Bagehot uitte onlangs in The Economist zijn teleurstelling over de Britse defensienota (Strategic Defence Review), die minister van Defensie George Robertson in het Lagerhuis heeft ingediend. In plaats dat New Labour immers fors op defensie gaat bezuinigen, kondigde de ambitieuze Robertson onder het motto 'moderne strijdkrachten voor een moderne wereld' een flexibele krijgsmacht aan die snel op het uitbreken van een crisis waar ook ter wereld kan reageren. “We moeten nu voorbereid zijn om naar de crisis toe te gaan, in plaats van dat de crisis naar ons toekomt”, verklaarde de bewindsman. De nieuwe Britse krijgsmacht moet daarbij in staat zijn om aan twee buitenlandse crises tegelijkertijd deel te nemen.

Over het nieuwe defensiebudget is de laatste maanden een hevige strijd gevoerd tussen de ministeries van Defensie en Financiën. Terwijl Robertson niet verder wilde gaan dan een totale bezuiniging van twee miljard gulden over een periode van drie jaar, eiste zijn collega van Financiën, Brown, een bedrag van meer dan zeven miljard gulden. Dit tegen de achtergrond van een defensiebegroting van 66 miljard gulden.

Blair besliste de controverse tussen beide bewindslieden echter duidelijk in het voordeel van Defensie. De 'activistische' Blair wil het Verenigd Koninkrijk een toonaangevende militaire rol in de wereld laten spelen. Hij is voorstander van een 'robuust' militair optreden, zoals in de crises rondom Irak en Kosovo is gebleken. Het Britse buitenlands beleid heeft dan ook een groter stempel op de defensienota gedrukt dan het huishoudboekje van Financiën.

De nieuwe defensienota is het resultaat van ruim een jaar denkwerk waarbij ook de maatschappij ruim betrokken was. Zo maakten vanuit de academische wereld onder meer gerenommeerde strategische denkers als Lawrence Freedman en Colin Gray deel uit van het defensieherzieningsproces.

Het nieuwe defensiebeleid berust op twee pijlers, namelijk het militair vermogen om over lange afstand te kunnen interveniëren (force-projection) en een veel nauwere samenwerking tussen krijgsmachtonderdelen (jointery).

Het nieuwe materieel dat de defensienota in het vooruitzicht stelt moet de Britse krijgsmacht in staat stellen om wereldwijd als politieagent op te treden. Zo krijgt de marine twee nieuwe (veel grotere) vliegkampschepen, twee logistieke landingsschepen en vier ro-ro-containerschepen. De luchtmacht gaat beschikken over imposante Amerikaanse C-17-transportvliegtuigen. De landmacht kan zich verheugen in een air cavalry brigade, compleet uitgerust met Amerikaanse Apache-aanvalshelikopters. De brigade zal tevens de parachutistenbataljons omvatten.

Daar tegenover staan echter ook reducties. Zo zal de marine drie fregatten en twee onderzeeboten moeten inleveren. De nucleaire Trident-onderzeeboten zullen in de toekomst met maximaal 48 kernkoppen worden uitgerust. Dat is een halvering vergeleken met nu. Wel blijft voortdurend een Trident op zee patrouilleren om misverstanden of escalatie te voorkomen in het voorkomend geval dat een Trident tijdens een crisissituatie naar zee wordt gestuurd. Duidelijk is dat Labour afstand heeft genomen van haar nucleaire beleid in de jaren zeventig en tachtig, toen ze in de oppositie verkeerde en ze eenzijdige nucleaire ontwapening en afschaffing van de Trident-onderzeeboten bepleitte.

Hoewel het aantal militairen in Duitsland met 2.500 wordt teruggebracht tot 23.500 en de territoriale troepen van 56.000 tot 40.000, zullen de reguliere eenheden van de landmacht met 4.300 militairen worden uitgebreid.

Ten slotte zal de luchtmacht van de 476 gevechtsvliegtuigen er 36 moeten afstoten, waaronder 25 Tornado- en negen Harrier-gevechtsvliegtuigen.

De andere pijler van de defensienota, nauwere interservice-samenwerking, moet - ondanks de bezuinigingen - de gevechtskracht van de Britse krijgsmacht vergroten door een efficiënter gebruik en inzet van middelen. Dit betekent dat de krijgsmachtonderdelen zowel op operationeel als logistiek gebied zeer nauw gaan samenwerken. De kern van de Britse krijgsmacht gaat bestaan uit een pool van eenheden van de drie krijgsmachtonderdelen (Joint Rapid Reaction Forces) die op korte termijn inzetbaar zijn. De inzet van deze eenheden valt onder een interservice-hoofdkwartier (Permanent Joint Headquarters). Maar ook op andere terreinen is het een en al interservice-samenwerking wat de klok slaat. Zo krijgen de helikopters van de marine, landmacht en luchtmacht een gemeenschappelijk commando. Hetzelfde geldt voor de gevechtsvliegtuigen van de luchtmacht en de marine.

Daarnaast valt in de defensienota op dat Blair een impuls wil geven aan de Europese defensie-industrie. Terwijl het ministerie van Financiën bepleitte om geld te besparen door in plaats van fancy Europese vliegtuigprojecten liever Amerikaanse vliegtuigen 'van de plank' te kopen, wil Blair de Europese wapenindustrie een kans geven om met de Amerikaanse rivalen te concurreren. De defensienota bevestigt dan ook opnieuw het Britse voornemen om 232 Euro-fighters - het gestandaardiseerde in Europa gebouwde gevechtsvliegtuig - te kopen. Hier is ongeveer 200 miljard gulden mee gemoeid.

De Strategic Defence Review maakt een doorwrochte indruk en heeft een hoog ambitieniveau. De chef defensiestaf en de bevelhebbers hebben onverkort hun steun uitgesproken voor het nieuwe defensiebeleid. Zij kunnen dit immers aan hun personeel verkopen als een langetermijnraamwerk dat stabiliteit garandeert. De chef-defensiestaf, generaal Sir Charles Guthrie, verklaarde dan ook zeer tevreden over de plannen te zijn: “Er is naar ons geluisterd. Dit is het pakket dat we hebben aanbevolen.”