Beurs kiest partij in uitgeversduel; Reed Elsevier twee keer zo rendabel als concurrent

Twee grote uitgevers, twee heel verschillende verhalen. Hoe groot is de kloof tussen de financiële prestaties van Reed Elsevier en Wolters Kluwer? De effectenbeurs weet het wel. Maar is dat het hele verhaal?

ROTTERDAM, 7 AUG. De effectenbeurs heeft haar voorkeur uitgesproken voor de meest populaire uitgever. De verkiezing aan het Damrak pakte uit in het voordeel van Wolters Kluwer: de 18 procent hogere nettowinst werd gisteren en vanochtend beloond met een koerswinst van bijna 4 procent. Tegelijkertijd moest de koers van Elsevier, Nederlands grootste uitgever en onderdeel van Reed Elsevier, een stap achteruit: 5 procent verlies.

Het is het zoveelste stapje terug, want de voormalige Brits-Nederlandse beurslieveling is al twee jaar uit de gratie.

Een magere winstgroei van 1 procent kon gisteren niemand bekoren. Reed Elsevier zegt even de adem in te houden voor een grote sprong voorwaarts. “Maar ook op de langere termijn bestaan er onzekerheden”, stelt financieel analist Reinier Westeneng van Stroeve Effectenbank. “De investeringen van Reed Elsevier in de digitale uitgaven zijn noodzakelijk, maar het blijft de vraag of de klant ook die stap wil maken van een papieren uitgave naar een electronische databank. Veel mensen willen wel, maar zonder meer te betalen”.

Een andere bedreiging is de toenemende concurrentie in de digitale uitgaven. “Reed Elsevier moet wel veel investeren, want het zit met de wetenschappelijke uitgaven in een mondiale markt. Wolters Kluwer, dat minder ver is in de digitalisering van haar uitgaven, heeft meer tijd. Haar professionele uitgaven ondervinden vooral concurrentie op nationaal niveau. De digitalisering is daardoor minder urgent”, aldus Westeneng.

Vooral het verschil in het groeitempo is enorm. Wolters Kluwer kon gisteren een nettowinst melden van 287 miljoen gulden, een stijging van 18 procent. Reed Elsevier stak daar met een winstgroei van 1 procent (tot 1 miljard) mager bij af.

Maar dat is nog niet het hele verhaal. De winstgevendheid van het Nederlands-Britse concern is al jaren veel hoger. Op elke gulden omzet boekt Reed Elsevier een nettowinst van ruim twee dubbeltjes, terwijl Wolters Kluwer niet meer dan de helft overhoudt.

Een ander groot verschil tussen de twee voormalige fusiepartners, die vijf maanden geleden hun samengaan afbliezen, is de financiële structuur die de ruimte aangeeft voor toekomstige expansie. De verkoop van vrijwel alle publieksuitgaven door Reed Elsevier (alleen de Britse boekendivisie resteert nog) heeft de afgelopen drie jaar meer dan 6 miljard gulden opgeleverd. Daardoor heeft de uitgever meer dan genoeg geld in kas. Een overname ter waarde van vele miljarden guldens, bijvoorbeeld in de financiële informatievoorziening (waar de naam Reuters altijd valt) is zonder enig probleem mogelijk. Bestuursvoorzitter Herman Bruggink van Elsevier sluit zo'n stap echter uit.

Logisch, vindt Westeneng. “Daar ontbreekt de management-capaciteit voor. Het bedrijf is momenteel op zoek naar een nieuwe topman, de investeringen in de digitalisering vragen veel aandacht en de problemen bij dochter Reed Travel Group zijn ook nog steeds niet opgelost.” Bij de Britse reisdochter werd vorig jaar ontdekt dat adverteerders jarenlang stelselmatig veel te hoge oplagecijfers en daarmee te hoge advertentietarieven gepresenteerd kregen. De nasleep geeft nog steeds problemen die het eerste halfjaar alleen al 6 procent van de winst opsnoepten.

Door het uitblijven van grote overnamen houdt Reed Elsevier voorlopig een conservatieve financiële structuur: uit het bedrijfsresultaat kan maar liefst 84 maal de rente op geleend geld worden betaald. Op die manier wordt het eigen vermogen van een bedrijf (en van de aandeelhouders) absoluut niet efficiënt gebruikt, vindt de financiële wereld.

Wat dat betreft doet Wolters Kluwer het heel wat beter. Deze uitgever heeft zoveel geleend dat de rente-uitgaven slechts 5 keer in het bedrijfsresultaat passen. Dat betekent dat voor forse acquisities voorlopig geen geld is.

De verschillen in marktpositie en financiële slagkracht maken nog eens pijnlijk duidelijk dat de twee uitgevers perfecte fusiepartners zouden zijn. Bij de een ontbreekt het geld, bij de ander de management-capaciteit.